Direct naar content

De belastingheffing in box 3 van de inkomstenbelasting verandert in 2018. De aanpassingen zijn voornamelijk voor de kleine spaarder gunstig. Hieronder meer informatie over box 3 in 2018 én een prognose voor de jaren 2019-2021.

Box 3: hoger heffingvrij vermogen

Het heffingvrije vermogen, de algemene vrijstelling in box 3, gaat omhoog. In 2017 is dit vrijgestelde bedrag nog €25.000, in 2018 gaat dat naar €30.000. Fiscaal partners kunnen aanspraak maken op het dubbele bedrag. Deze maatregel moet ervoor zorgen dat structureel 360.000 belastingbetalers niet langer inkomstenbelasting betalen over (het rendement op) hun vermogen in box 3. Een hoger heffingvrij vermogen heeft ook tot gevolg dat meer mensen recht krijgen op toeslagen (denk aan huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget).

Box 3: forfaitaire rendement gaat dichter aansluiten bij gemiddelde werkelijke rendement

Naast de aanpassing van het heffingvrije vermogen verandert er iets aan het forfaitaire rendement voor de belastingheffing in box 3. Dat gaat dichter aansluiten bij het gemiddelde werkelijke rendement. Voor het rendement over het aan het spaardeel toegerekende gedeelte van de grondslag gaat de Belastingdienst namelijk voortaan – vanaf 2018 – gebruikmaken van actuelere cijfers.

Voor 2018 gaat men voor het spaardeel uit van de volgende nieuwe formule: ‘het gemiddelde van de rendementen op deposito’s van huishoudens met een opzegtermijn van maximaal drie maanden, zoals gepubliceerd door De Nederlandsche Bank, van de achttiende tot en met de zevende aan het kalenderjaar voorafgaande maand’. Concreet gaat het voor het belastingjaar 2018 om de periode juli 2016 tot en met juni 2017 (‘berekeningsmethode regeerakkoord’).

Voor het belastingjaar 2017 (‘berekeningsmethode 2017’) is de belastingheffing in box 3 voor het spaargedeelte gebaseerd op de hierboven bedoelde rendementen ‘over de vijf kalenderjaren die volgen op het kalenderjaar dat zeven jaar voorafgaat aan het kalenderjaar’. Concreet gaat het voor het belastingjaar 2017 om de periode 2011-2015. Voor 2018 zou dat de periode 2012-2016 zijn geweest.

Voor 2018 komt het forfaitaire spaarrendement op basis van de ‘berekeningsmethode regeerakkoord’ nu lager uit dan volgens de oude ‘berekeningsmethode 2017’.

Hogere spaarrente in de toekomst

In de nota van wijziging bij het Belastingplan 2018, waarin bovengenoemde aanpassingen zijn opgenomen, staat de verwachting dat de spaarrente in latere jaren weer gaat stijgen. Dat is gebaseerd op de raming van het Centraal Planbureau (CPB). Hieronder de rendementspercentages voor 2018 en een prognose voor de jaren 2019-2021.

Van het gedeelte van de grondslag dat meer bedraagt dan maar niet meer dan is het forfaitaire rendementspercentage (prognose) in
 

2018

 

2019

 

2020

 

2021

€0 €70.000 2,02% 2,24% 2,36% 2,56%
€70.000 €970.000 4,33% 4,45% 4,49% 4,52%
€970.000 - 5,38% 5,46% 5,46% 5,42%

Tabel 1. Vooralsnog is uitgegaan van bovenstaande veronderstelde vermogensschijven.

Voor 2017 zijn de percentages respectievelijk 2,87%, 4,60% en 5,39% (afgerond). Eerder waren deze percentages voor 2018 nog vastgesteld op respectievelijk 2,65%, 4,52% en 5,38% (afgerond).

Van het gedeelte van de grondslag dat meer bedraagt dan maar niet meer dan is de inkomstenbelasting als percentage van het vermogen in box 3 (prognose) in
 

2018

 

2019

 

2020

 

2021

€0 €70.000 0,61% 0,67% 0,71% 0,77%
€70.000 €970.000 1,30% 1,34% 1,35% 1,36%
€970.000 - 1,61% 1,64% 1,64% 1,63%

Tabel 2. Vooralsnog is uitgegaan van bovenstaande veronderstelde vermogensschijven, het belastingtarief van 30% in box 3 en de rendementen die afkomstig zijn uit de nota van wijziging bij het Belastingplan 2018. Voor 2017 zijn de percentages respectievelijk 0,86%, 1,38% en 1,62% (afgerond). Eerder waren deze percentages voor 2018 nog vastgesteld op respectievelijk 0,79%, 1,36% en 1,61% (afgerond).

 

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.

Meer over dit onderwerp