Direct naar content

De verhoogde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning ligt onder vuur. Verschillende instanties concluderen dat de doelstellingen van de vrijstelling niet worden behaald. Er zijn ook politieke partijen die pleiten voor afschaffing van de vrijstelling. Hiervoor is een wetswijziging nodig, zodat op dit moment onduidelijk is of en wanneer afschaffing van de vrijstelling actueel wordt.

De vrijstelling haalt haar doelstellingen niet

Recent is een evaluatie van de ‘woningvrijstelling’ verschenen, die is opgesteld in opdracht van het Ministerie van Financiën. Eerder heeft de Algemene Rekenkamer de vrijstelling geëvalueerd. De kern van de conclusies is dat de beleidsdoelstellingen niet of niet in voldoende mate worden gehaald. Zo gebruiken ontvangers van woningschenkingen die schenking niet alleen om woninghypotheken af te lossen, maar ook (en wellicht met name) om een duurdere woning te kopen. Dat leidt tot een ongelijkheid in vergelijking met kopers die het zonder een dergelijke schenking moeten doen. En het is ook zo dat de schenkingsvrijstelling meestal terechtkomt bij mensen die het gemiddeld al beter hebben. De vrijstelling vergroot de vermogensongelijkheid, is dan de conclusie.

Maar hoe relevant zijn de doelstellingen eigenlijk?

De evaluaties zijn nuchtere analyses en de conclusies komen logisch op mij over. De realiteit is dat in de politiek niet alleen de nuchtere analyses tellen. De geschiedenis van de woningvrijstelling geeft wat mij betreft een mooi inkijkje:

  • De woningvrijstelling is per 2010 via een amendement geïntroduceerd. Er zijn toen geen duidelijke doelstellingen geformuleerd. Later is als (vermoedelijke) doelstelling geformuleerd: het voor ouders makkelijker maken om hun kinderen te helpen bij het kopen van een woning. Niet is aangegeven waarom dat wenselijk is, dat lag kennelijk voor de hand.
  • Eind 2013/2014 is er een tijdelijke verhoging geweest van de vrijstelling, gezien de moeilijke situatie van de woningmarkt op dat moment. Het reduceren van eigenwoningschulden was ook een belangrijke overweging. De vrijstelling is toen niet blijvend verhoogd, omdat een marktverstorende werking werd gevreesd.
  • Per 1 januari 2017 is de vrijstelling wederom verhoogd, met name om hoge hypotheekschulden terug te dringen. Maar de vrijstelling mocht ook worden gebruikt voor verbouwingen of de aankoop van een woning.

Hier komt niet een heel logische en nuchtere lijn uit naar voren. Kennelijk spelen er ook andere zaken een rol in de politieke besluitvorming. Om maar even een open deur in te trappen? Dit geldt wat mij betreft ook voor de conclusie dat met name vermogenden baat hebben bij de vrijstelling. Naar zijn aard moet er immers vermogen zijn om van de vrijstelling gebruik te kunnen maken.

Om dit punt te onderstrepen: de brief waarin de evaluatie wordt besproken, bespreekt ook een motie die is aangenomen in de Eerste Kamer om de vrijstelling te verruimen voor mensen die hem in het verleden nog niet volledig hebben benut. Deze motie maakt trouwens weinig kans, wegens alle ingewikkeldheden die dat tot gevolg zou hebben.

Hoe verder met de vrijstelling?

Deze vraag komt op het bordje van het nieuwe kabinet. De toekomst zal ons moeten leren welk kabinet dat is en welk beleid zij gaat voeren. Naast afschaffing van de vrijstelling, kan het vervallen van de extra verhoging van de vrijstelling een gedachte zijn. De vrijstelling (maximaal € 105.302 in 2021) keert dan terug naar het bedrag dat ook geldt voor de vrijstelling voor dure studies (maximaal € 55.996 in 2021). Wellicht een mooi compromis? Of we willen of niet, de situatie op de woningmarkt is nu eenmaal dat veel starters een financieel duwtje in de rug nodig hebben om aan een woning te komen.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.