Direct naar content

Zoals al werd verwacht, is demissionair staatssecretaris Vijlbrief (D66) van Financiën onlangs in een brief aan de Tweede Kamer ingegaan op twee onderzoeken naar box 3. Het ene onderzoek gaat over de praktische mogelijkheden om over de (digitale) informatie te beschikken die noodzakelijk is voor een moderne en uitvoerbare heffing over het werkelijk behaalde rendement. Het andere gaat over de mogelijkheden voor een tegenbewijsregeling om spaarders in box 3 al op kortere termijn extra te kunnen ontzien. De nieuwe informatie ligt mét de kabinetsreactie hierop inmiddels ook op de formatietafel van het nieuwe kabinet. Hieronder meer over deze onderzoeken die belangrijk zijn voor de toekomst van box 3.

Belastingheffing over werkelijke rendement

Zoals bekend, vindt de huidige belastingheffing over het vermogen in box 3 plaats over een forfaitair rendement in drie vermogensschijven. De hoogte van dit rendement voor de belastingheffing is gebaseerd op een vaste veronderstelde verdeling tussen spaargeld en beleggingen. In mijn blog ‘Zo ziet de belastingheffing in box 3 eruit in 2021’ leest u daar meer over. De Tweede Kamer wil in plaats van het forfaitaire rendement het werkelijk behaalde rendement gaan belasten. Maar volgens het onderzoeksrapport dat hierop betrekking heeft, beschikt de Belastingdienst daarvoor op dit moment over te weinig informatie.

Het rapport biedt wel meer inzicht in de mogelijkheden om wél over deze informatie te beschikken. Dat zou dan wel kunnen betekenen dat banken, verzekeraars en andere financiële instellingen de aanlevering van data fors moeten uitbreiden. En ook van de belastingbetalers zelf is dan meer informatie nodig over met name vastgoed in box 3 en de ‘overige bezittingen’.

Een gedachte is om bij bank- en spaartegoeden en beleggingen in financiële producten het werkelijk rendement te gaan belasten. En de forfaitaire heffing vooralsnog te behouden voor onroerende zaken en de overige vermogensbestanddelen. Maar de staatssecretaris wijst erop dat dat extra complexiteit én nieuwe mogelijkheden om in te spelen op fiscale verschillen tot gevolg heeft. Vijlbrief: “In een nadere uitwerking zal daarom gezocht moeten worden naar een balans tussen de beschikbaarheid van data, de uitvoeringsaspecten voor de Belastingdienst en de beheersing van eventuele ontwijkingsmogelijkheden.”

Tegenbewijsregeling voor spaarders

Met een tegenbewijsregeling kunnen belastingbetalers die kunnen aantonen dat hun vermogen vooral of uitsluitend uit spaargeld bestaat, minder inkomstenbelasting betalen. Op dit moment bestaat deze regeling niet in box 3. Uit het onderzoeksrapport blijkt dat de juridische houdbaarheid van een tegenbewijsregeling ‘twijfelachtig’ is. Een dergelijke regeling kan namelijk een grote ongelijke behandeling van verschillende groepen belastingbetalers tot gevolg hebben. Een dergelijke tegenbewijsregeling is onder andere complex, conflictgevoelig en biedt ook mogelijkheden om in te spelen op fiscale verschillen. Daardoor is een tegenbewijsregeling juridisch kwetsbaar en maatschappelijk onwenselijk volgens de staatssecretaris.

Nieuw kabinet

Het is aan het nieuwe kabinet of de belastingheffing over het box 3-vermogen in de toekomst gaat veranderen. Een nadere uitwerking van de onderzoeksresultaten moet duidelijk maken of en in hoeverre dit realistisch en uitvoerbaar is en wanneer dat nieuwe systeem dan zou moeten ingaan. Naar verwachting houden we het huidige forfaitaire systeem dan ook nog wel even.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.