Direct naar content

De regering heeft vanwege de coronacrisis onlangs zes nieuwe belastingmaatregelen bekendgemaakt. Een nadere uitwerking daarvan volgt nog. Dat betekent dat er nog wat kan veranderen. Een belangrijke maatregel ziet op uitstel van de invoering van de zogenoemde DGA-taks. Van dit uitstel profiteren circa 11.000 directeuren-grootaandeelhouders (DGA’s) die veel geld hebben geleend van hun vennootschap. Hieronder leest u meer over de nieuwe maatregelen.

Uitstel DGA-taks tot 2023

De term ‘DGA-taks’ geeft snel aan om wie het met name gaat. Maar deze heffing ziet naar verwachting al op aandeelhouders met een aanmerkelijk belang (kortweg: aandeelhouders met een belang vanaf 5% of met een kleiner belang in bepaalde situaties). De regering wil dat zij eenmalig inkomstenbelasting in box 2 gaan betalen over hun geldleningen bij hun vennootschap. Tenminste, voor zover deze geldleningen in totaal hoger zijn dan € 500.000 (exclusief eigenwoningschulden). In dit blog leest u er meer over.

Met deze nieuwe wetgeving wil de regering (langdurig) uitstel van belastingheffing tegengaan. En ellenlange discussies met de Belastingdienst over te hoge geldleningen bij de eigen vennootschap vermijden.

Aanvankelijk was de beoogde ingangsdatum van de nieuwe wetgeving 1 januari 2022. Staatssecretaris Vijlbrief (D66) van Financiën: “Dit kan betekenen dat DGA’s met een hogere schuld deze in de aanloop naar de inwerkingtreding van de wet willen aflossen tot in ieder geval de vastgestelde € 500.000. Vanwege de crisis kan dat op dit moment mogelijk lastiger voor hen zijn.”

Inmiddels is er één jaar uitstel, tot 1 januari 2023. Daardoor krijgt de doelgroep extra tijd, tot eind 2023, om schulden aan de eigen vennootschap af te bouwen. De eerste peildatum van de nieuwe heffing wordt namelijk verschoven van 31 december 2022 naar 31 december 2023. In dit blog leest u er meer over. De staatssecretaris stuurt het wetsvoorstel voor de nieuwe DGA-taks wel binnenkort naar de Tweede Kamer. En het belastingtarief in box 2 gaat per 2021 vooralsnog verder omhoog naar 26,9%.

Lager gebruikelijk loon in 2020 bij omzetdaling

De regering gaat ervan uit dat circa 135.000 ondernemers gebruik zullen maken van de mogelijkheid om het gebruikelijk loon te verlagen. Ondernemers met veel omzetverlies vanwege de coronacrisis mogen namelijk tijdelijk een lager gebruikelijk loon toepassen, evenredig met de omzetdaling in hun bedrijf. Hetzelfde deel van het jaar in 2020 wordt dan vergeleken met dezelfde periode in 2019. Op de website van de Belastingdienst leest u meer over het gebruikelijk loon.

Sneller verrekening verlies 2020 in de vennootschapsbelasting

Voor de verrekening van verliezen van bijvoorbeeld een BV gelden bepaalde fiscale regels. Zo kan de BV een verlies over een bepaald boekjaar vaak verrekenen met de belastbare winst over een ander boekjaar van de BV, waardoor die winst lager wordt. Vervolgens krijgt de BV een gedeelte van de betaalde vennootschapsbelasting over dat andere boekjaar van de Belastingdienst terug.

Stel dat de BV een verlies over 2020 verwacht vanwege de coronacrisis. Dan vindt de verrekening van dat verlies normaliter pas plaats bij het doen van de aangifte vennootschapsbelasting over 2020. Dat gebeurt pas in 2021 of later. Een van de maatregelen ziet op het sneller kunnen verrekenen van dat verlies voor de vennootschapsbelasting.

Fiscale coronareserve
De BV mag het verwachte verlies over 2020 vanwege de coronacrisis als ‘fiscale coronareserve’ in mindering brengen op haar belastbare winst over 2019. De BV kan het verlies daardoor eerder verrekenen en krijgt eerder een bedrag aan betaalde vennootschapsbelasting terug van de Belastingdienst. Dat gebeurt dan via een nadere voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2019. Staatssecretaris Vijlbrief (D66) van Financiën: “De fiscale coronareserve bedraagt maximaal de fiscale winst over 2019 zonder rekening te houden met deze reserve. Daarnaast mag de fiscale coronareserve niet hoger zijn dan het te verwachten verlies in 2020 als gevolg van de coronacrisis.” Ongeveer 125.000 bedrijven kunnen profijt hebben van deze maatregel.

Vangnet bij betaalpauze voor hypotheekverplichtingen

Voor de hypotheekrenteaftrek gelden bepaalde fiscale voorwaarden. Wie daaraan niet voldoet, heeft geen hypotheekrenteaftrek. Of verliest deze aftrekpost na enige tijd, afhankelijk van de situatie. Zo geldt voor de hypotheekrenteaftrek bij hypotheken die niet onder het fiscale overgangsrecht vallen, onder andere een terugbetalingsverplichting tijdens de looptijd van de woningfinanciering.

Geeft de financier bij betalingsproblemen vanwege de coronacrisis een betaalpauze van rente en aflossing aan de bezitter van een eigen huis met een hypotheek? Dan is het de vraag of deze huiseigenaar nog wel tijdig voldoet aan deze terugbetalingsverplichting.

Zonder nadere regeling moet bij een betaalpauze in 2020 de terugbetaling namelijk uiterlijk in 2021 plaatsvinden. De regering treft hiervoor een regeling waardoor de aflossingsachterstand niet uiterlijk op 31 december 2021 moet zijn ingelopen in een aantal situaties. Maatwerk is daardoor in principe mogelijk voor circa 60.000 eigenhuisbezitters met een hypotheek.

De regering gaat in ieder geval nog bekijken op welke wijze en onder welke voorwaarden de regeling ook van toepassing kan zijn op leningen waarvoor de fiscale aflossingseis geldt en die zijn aangegaan bij bijvoorbeeld de eigen BV of een familielid.

Lager urencriterium voor ondernemersaftrek

Voor ongeveer 40.000 ondernemers voor de inkomstenbelasting is het belangrijk dat de regering het zogenoemde ‘urencriterium’ versoepelt. Om in aanmerking te komen voor bepaalde fiscale faciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek, moeten zij namelijk onder andere voldoen aan dat urencriterium. Daarvoor moeten zij minimaal 1.225 uren per jaar aan hun onderneming besteden. Wat nu als ze dit aantal uren vanwege de coronacrisis niet halen? Daarop ziet één van de maatregelen.

Voor de periode 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 gaat de Belastingdienst voor het urencriterium ervan uit dat zij ten minste 24 uren per week aan hun onderneming hebben besteed. Ook als dat aantal in werkelijkheid lager is. Het getal 24 is het afgeronde wekelijkse gemiddelde van 1.225 uren. Bij het urencriterium van 800 uren voor de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid gaat het om ten minste 16 uren. Er komt ook een versoepeling voor ondernemers die sterk seizoenafhankelijk werken, zoals in de horeca of festivalbranche.

Hogere onbelaste vergoeding aan werknemers mogelijk

Onder bepaalde voorwaarden kunnen werkgevers een belastingvrije vergoeding geven aan hun werknemers. De regering verruimt de mogelijkheden daarvoor eenmalig. Voor zover daarvoor ruimte bestaat binnen de regeling, kunnen werkgevers zo hun werknemers extra tegemoet komen in deze crisistijd. De regering noemt als voorbeelden het verstrekken van een bloemetje of een cadeaubon. Het is maar dat u het weet.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.