Direct naar content

Prinsjesdag 2020 wordt weliswaar sober vanwege het coronavirus, maar waarschijnlijk niet minder interessant. Op fiscaal terrein verwachten we enkele belangrijke veranderingen. Onder andere voor de overdrachtsbelasting. Die belasting betaalt u bijvoorbeeld bij de verkrijging van bestaand vastgoed. Op dit moment zijn er twee tarieven: 2% voor woningen en 6% voor niet-woningen.

Meer tarieven

Volgens Haagse bronnen gaat het tarief voor vastgoedbeleggers die één of meer woningen kopen, omhoog van 2% naar 8%. Het nieuwe tarief van 8% zou ook gaan gelden voor bijvoorbeeld de woning die u koopt voor uw studerende kind(eren) en voor uw vakantiewoning in Nederland.

Vorig jaar had ons parlement al ingestemd met het voorstel om het tarief van de overdrachtsbelasting voor niet-woningen per 2021 te verhogen van 6% naar 7%. Dit tarief gaat waarschijnlijk nu ook naar 8%. Dat is met name van belang bij de verkrijging van bedrijfsvastgoed, ook als geen sprake is van een belegging.

Deze tariefsverhogingen bieden de regering financiële ruimte om jonge starters op de woningmarkt in de leeftijdscategorie 18 tot 35 jaar tegemoet te komen. Voor hen is de woningmarkt moeilijk bereikbaar vanwege de huidige hoge huizenprijzen. Het ziet ernaar uit dat zij binnenkort geen overdrachtsbelasting meer hoeven te betalen als ze een woning kopen om daar zelf in te gaan wonen.

Onderzoek naar verschillende tarieven overdrachtsbelasting

In 2019 dienden de Tweede Kamerfracties van ChristenUnie en CDA een motie in om een onderzoek te starten naar meer tarieven voor de overdrachtsbelasting. Ook alle andere partijen in de Tweede Kamer steunden dit verzoek aan de regering.

Vooral (particuliere) beleggers hebben de afgelopen jaren steeds meer bestaande koopwoningen opgekocht om deze vervolgens te gaan verhuren, vooral in (grotere) steden. Vaak waren ze starters op de woningmarkt te vlug af, waardoor het voor hen in deze steden steeds moeilijker is om een huis te kopen. Dat vindt de Tweede Kamer onwenselijk. Starters op de woningmarkt moeten daarom een vrijstelling krijgen van overdrachtsbelasting. En beleggers moeten juist meer overdrachtsbelasting gaan betalen, aanvankelijk nog vanaf de derde woning.

Veel nadelen aan gedifferentieerde overdrachtsbelasting

Inmiddels heeft de regering onderzoek laten doen naar de tarieven voor de overdrachtsbelasting. Onlangs maakte de regering het onderzoeksrapport bekend. Meer tarieven leidt tot belangrijke nadelen. Denk onder andere aan uitvoeringsproblemen voor de Belastingdienst, het Kadaster en het notariaat.

Vastgoedbeleggers zullen straks mogelijk minder geld overhouden voor verduurzaming en renovatie. Of zij gaan waar dat kan, de hogere overdrachtsbelasting doorberekenen in hun huurprijzen.

Vastgoeddeskundigen vinden de verlaging van het tarief van de overdrachtsbelasting voor starters op de woningmarkt sympathiek, maar zij wijzen onder andere ook op het probleem van te weinig goede en betaalbare woningen, met name voor deze starters. Voor zover de vraag groter is dan het aanbod gaan de huizenprijzen omhoog.

Uit het rapport blijkt overigens ook dat er niet overal, maar alleen in sommige regio’s en op bepaalde woningen concurrentie is tussen starters op de woningmarkt en vastgoedbeleggers. Het is dan ook de vraag of met veranderingen in de tarieven de echte problemen worden opgelost.

Welke acties kunt u overwegen?

Op dit moment is het de vraag of de regering daadwerkelijk kiest voor bovengenoemde veranderingen in de tarieven voor de overdrachtsbelasting, mede gelet op bovenstaande nadelen. Volgens de Haagse bronnen wel. Op Prinsjesdag hebben we daarover meer zekerheid.

Dat neemt niet weg dat veel aspirant-kopers het vastgoed willen verkrijgen voordat het tarief van de overdrachtsbelasting omhoog gaat. Mogelijk gaan de nieuwe tarieven per 2021 gelden, of misschien al eerder en moet u meer haast maken.

Dat geldt bijvoorbeeld ook voor ondernemers of vennootschappen die binnenkort een bedrijfspand willen kopen waarvoor zij overdrachtsbelasting moeten betalen. En onder andere voor belastingbetalers met een woning met een box 3-financiering van de eigen vennootschap. Denk daarbij aan de situatie dat zij die woning willen verkopen aan hun vennootschap omdat zij hun schulden aan de eigen vennootschap willen afbouwen. De regering wil namelijk bovenmatig geld lenen bij eigen vennootschap aanpakken. In dit blog leest u er meer over.

Starters op de woningmarkt zullen de aankoop van hun woning misschien juist liever uitstellen tot zij (meer) zekerheid hebben over (de verlaging van) het tarief van de overdrachtsbelasting voor hun eigen huis. Uit de woningmarktmonitor van juli 2020 blijkt dat de huizenprijzen naar verwachting volgend jaar met (gemiddeld) 2% dalen als gevolg van coronapandemie. Of dat ook gebeurt bij het vastgoedobject dat u mogelijk op het oog heeft, hangt onder andere af van de drie belangrijkste factoren bij het betreffende vastgoedobject: ‘locatie, locatie en locatie’. Een mogelijk toekomstige waardedaling van welke omvang dan ook van het vastgoed is in ieder geval een belangrijk aspect om mee te wegen bij het bepalen van het moment van aankoop van vastgoed. Uiteraard zijn vaak ook andere aspecten belangrijk.

Let u erop dat bij nieuwbouw sprake kan zijn van een vrijstelling van overdrachtsbelasting, maar bijvoorbeeld ook van een btw-heffing van 21%(!). Ook bij bedrijfsvastgoed kunt u onder andere te maken krijgen met een btw-heffing. Mogelijk kunt u de betaalde btw terugvragen aan de Belastingdienst.

Laat u zich in ieder geval in voorkomende gevallen goed adviseren door een deskundige vastgoedspecialist en -fiscalist. Onder andere over het moment van verkrijging van het vastgoed.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.