Direct naar content

Ieder jaar staan er veel nieuwe (fiscale) regels en cijfers in de wet. Vooral voor ondernemers zijn er veel veranderingen in 2020 en de jaren daarna. Wat kunnen zij in ieder geval verwachten?

Winstbelasting gaat verder omlaag

Voor veel ondernemers is het goed nieuws dat zij minder belasting gaan betalen over hun belastbare winst over 2020. Dat geldt zowel voor ondernemers met bijvoorbeeld een eenmanszaak die inkomstenbelasting betalen als voor ondernemers met bijvoorbeeld een BV die vennootschapsbelasting betalen.

Ondernemers en de inkomstenbelasting

In box 1 van de inkomstenbelasting is de winst uit onderneming belast. In 2020 zijn er nog twee tarieven: een basistarief van 37,35% én een toptarief van 49,5% voor zover het belastbaar inkomen in box 1 meer bedraagt dan circa € 68.500. Let erop dat veel aftrekposten en ondernemersfaciliteiten in de toekomst nog slechts verrekenbaar zijn tegen het basistarief. Het gaat bij de ondernemersfaciliteiten onder andere om de zelfstandigenaftrek, de MKB-winstvrijstelling en de TBS-vrijstelling. Het belastingvoordeel hiervan wordt daardoor beperkt voor belastingbetalers voor zover hun belastbaar inkomen in box 1 hoger is dan circa € 68.500. In 2020 zijn ze nog verrekenbaar tegen maximaal 46% (in 2019: maximaal 51,75%, hypotheekrente tegen maximaal 49%). Daarna gaan er jaarlijks (circa) 3%-punten af, zodat deze in 2023 nog (maximaal) verrekenbaar zullen zijn tegen het dan geldende basistarief van 37,1%. Voor deze ondernemers kan het ook van belang zijn dat het bedrag van de zelfstandigenaftrek is verlaagd voor 2020 en daarna. In 2020 is de zelfstandigenaftrek € 7.030 (2019: € 7.280), in 2028 nog € 5.000.

2020 Jonger dan AOW-leeftijd
Bij een belastbaar inkomen uit werk en woning van méér dan maar niet meer dan is het gecombineerde tarief (inkomsten-belasting en premies volksverzekeringen)
€ – € 68.507 37,35%
€ 68.507 € – 49,5%

Tabel 1. Tarieven inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen in box 1 in 2020 voor belastingbetalers jonger dan AOW-leeftijd.

Ondernemers en de vennootschapsbelasting

Onder andere BV’s betalen vennootschapsbelasting over hun belastbare winst. Het lage tarief in de vennootschapsbelasting (tot een belastbare winst van € 200.000) is verlaagd tot 16,5% in 2020 (2019: 19%) en daalt verder tot 15% in 2021. Het hoge tarief in de vennootschapsbelasting is nog steeds 25% in 2020, in 2021 gaat dat omlaag naar 21,7%. Als de aandeelhouder van de vennootschap een aanmerkelijk belang heeft (kortweg: bij een aandelenbezit van ten minste 5%), is het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang belast in box 2 bij deze aandeelhouder. Dat geldt met name voor de directeur-grootaandeelhouder van een BV. Het tarief in box 2 is 26,25% in 2020 (2019: 25%), in 2021 gaat dit verder omhoog naar 26,9%. Bij een dividenduitkering uit bijvoorbeeld de BV betekent dit dat de BV in 2020 eerst 15% dividendbelasting moet inhouden en afdragen aan de Belastingdienst. De dividendbelasting is hier een voorheffing op de inkomstenbelasting. De aanmerkelijkbelanghouder moet vervolgens hierover een aanvullende heffing van 11,25% (= 26,25% -/- 15%) aan inkomstenbelasting in box 2 betalen. Van deze belastingheffing in box 2 is ook sprake bij bijvoorbeeld de overdracht van aanmerkelijkbelangaandelen. De gecombineerde belastingdruk van eerst vennootschapsbelasting en daarna dividend- en inkomstenbelasting in box 2 is in 2020 circa 38,4% (winst tot € 200.000) tot 44,7% (winst boven € 200.000).

2020

Belastbaar bedrag 2020 2021
Tot € 200.000 16,5% 15%
Voor zover meer dan € 200.000 25% 21,7%

Tabel 2. Tarieven vennootschapsbelasting 2020-2021.

UBO-register

Voor veel ondernemers is de invoering van het UBO-register in 2020 belangrijk. Veel organisaties moeten namelijk bepaalde informatie gaan prijsgeven over hun UBO(‘s), de uiteindelijk belanghebbende(n), in het Engels: ‘ultimate beneficial owner(s)’. Dat is belangrijk om te voorkomen dat criminelen zich kunnen verbergen achter deze organisaties. En dat zij het financiële stelsel gebruiken voor fraude, belastingontduiking, het witwassen van geld of terrorismefinanciering. Het gaat bijvoorbeeld om bepaalde informatie over de UBO(‘s) bij de BV, NV, CV, stichting, vereniging en het fonds voor gemene rekening. Het gaat kortweg om mensen die, al dan niet achter de schermen, ‘aan de touwtjes trekken’ binnen deze organisaties. Van ondernemers met een eenmanszaak is al veel informatie beschikbaar, waardoor voor hen vooralsnog geen extra registratieplicht voor het UBO-register geldt.

Excessief lenen van de eigen vennootschap

De regering gaat steeds meer aandacht besteden aan geldleningen van de eigen vennootschap. Die geldleningen mogen niet te hoog zijn. Onzakelijk gebruik van bijvoorbeeld de rekening-courant van de directeur-grootaandeelhouder van een BV is niet toegestaan. De regering wil in 2022 in de wet opnemen dat geld lenen uit de eigen vennootschap boven € 500.000 vanaf 2022 (26,9%) inkomstenbelasting in box 2 kost. Naar verwachting wordt deze maatregel ruim opgezet, al zullen er ook uitzonderingen gaan gelden. In 2020 gaan we meer horen over dit onderwerp.

Ondernemers zijn ook particulieren

Vanzelfsprekend zijn er meer veranderingen die van belang zijn voor ondernemers. En omdat ondernemers zelf ook particulieren zijn, zijn (fiscale) veranderingen in onder andere box 3 ook belangrijk voor deze belastingbetalers. In het blog ‘Zo ziet de belastingheffing in box 3 eruit in 2020’ leest u daar meer over.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.