Direct naar content

Op 18 mei 2020 heeft het Ministerie van Financiën 169 concrete bouwstenen aangereikt om ons belastingstelsel beter en eenvoudiger te maken. Politieke keuzes heeft de overheid nog niet gemaakt. De huidige regels voor bedrijfsopvolgers van met name familiebedrijven moeten het ontgelden: ze kunnen worden versoberd of zelfs afgeschaft. Met als gevolg dat bedrijfsopvolgers meer belasting gaan betalen.

Deze beleidsopties kunnen voor meer urgentie zorgen bij de afweging om het bedrijf over te dragen aan de volgende generatie. Een lagere bedrijfswaarde als gevolg van de coronacrisis kan een ander argument zijn. De bedrijfsopvolger kan het bedrijf dan overnemen tegen een lagere waarde en bedrijfswinsten kunnen dan eerder bij hem of haar terechtkomen. Aangezien volgens het CBS zo’n driekwart van de bedrijven een familiebedrijf is, kunnen de huidige omstandigheden en nieuwe wetgeving bij bedrijfsoverdracht veel economische impact hebben. Het overdragen van het bedrijf moet echter wél verstandig zijn. Ook andere afwegingen en (belasting)aspecten kunnen daarbij een rol spelen.

Bedrijfsopvolgingsregeling

In het bouwstenenrapport zijn knelpunten in een groot aantal fiscale regels in kaart gebracht. Het rapport biedt ook perspectief op oplossingen. Concreet gaat het onder andere om de ‘bedrijfsopvolgingsregeling’ voor de schenk- en erfbelasting (BOR). Bij schenking en vererving van een bedrijf zorgt de BOR er onder voorwaarden voor dat de bedrijfsopvolger bij schenking van het bedrijf minder of geen schenkbelasting betaalt, bij vererving minder of geen erfbelasting. Degene die het bedrijf overdraagt, kan onder voorwaarden gebruikmaken van de ‘doorschuifregeling’ in de inkomstenbelasting. Hierbij kan de overdrager bij schenking of overlijden de inkomstenbelastingclaim over het ondernemingsvermogen doorschuiven naar de bedrijfsopvolger. Een andere bouwsteen heeft betrekking op het inperken of afschaffen van deze doorschuifregeling.

De BOR-vrijstelling bestaat uit een aantal onderdelen. Zo is er een 100 procent vrijstelling voor het verschil tussen de liquidatiewaarde van de onderneming en de waarde onder de aanname dat deze wordt voortgezet (waarde going concern). Die vrijstelling is van belang voor met name agrarische bedrijven en de detailhandel met relatief veel vaste activa en een laag rendement. Er is een vrijstelling van 100 procent van de (lagere) waarde going concern, tot een bedrag van 1.102.209 euro (bedrag 2020) en 83 procent van de overige waarde van de onderneming. Volgens één van de beleidsopties kunnen beide percentages worden beperkt tot 25 procent met een aftopping op 5 miljoen euro aan ondernemingsvermogen, of zelfs worden afgeschaft. De BOR geldt niet voor zover sprake is van beleggingsvermogen. Afgezien van een beperkte beleggingsmarge, waardoor een beperkt gedeelte van het beleggingsvermogen meetelt als ondernemingsvermogen. Voor het deel van het ondernemingsvermogen waarover de verkrijger wel schenk- of erfbelasting moet betalen, kan deze op verzoek aan de Belastingdienst maximaal 10 jaar (rentedragend) uitstel van betaling krijgen.

Cadeau-effect

De BOR voorkomt zo veel mogelijk dat de bedrijfsopvolger veel geld aan het bedrijf moet onttrekken om de schenk- of erfbelasting te betalen die zonder vrijstelling is verschuldigd bij bedrijfsoverdracht. De BOR zorgt zo voor continuïteit bij bedrijfsoverdracht. Volgens het bouwstenenrapport vermindert de BOR de financieringslasten sterk, al lost de BOR het werkelijke probleem dat mkb-bedrijven moeilijk financiering kunnen aantrekken niet op. Daarnaast is de BOR niet doelmatig voor zover daarin een cadeau-effect zit. Gedoeld wordt op situaties waarbij de bedrijfsopvolger niet of nauwelijks schenk- of erfbelasting betaalt, terwijl er geen gevaar dreigt voor de continuïteit van het bedrijf. Anderzijds zou waarschijnlijk geen enkele ondernemer zijn of haar bedrijf schenken bij leven als de BOR niet bestond.

Bedrijfsopvolgers die de BOR willen toepassen, zorgen ervoor dat zij deze optimaal benutten. Hierin kunnen knelpunten zitten. En dat kan discussies opleveren met de Belastingdienst. Bijvoorbeeld bij vastgoed in het bedrijf over het onderscheid tussen ondernemingsvermogen (wel toepassing BOR) en beleggingsvermogen (geen toepassing BOR, afgezien van een beperkte beleggingsmarge). Afbakeningsproblemen bestaan nog steeds, omdat duidelijke criteria ontbreken en uitspraken van belastingrechters vooralsnog geen eenduidig beeld opleveren. Het rapport noemt het standaard aanmerken van verhuurd beleggingsvastgoed als beleggingsvermogen en het uitzonderen van kleine aanmerkelijk belang aandelenpakketten van de toepassing van de BOR als oplossingen. Vooral familiebedrijven zullen de huidige situatie en mogelijk toekomstige wetswijzigingen met hun de bank en andere sparringpartners en adviseurs bespreken. En deze ontwikkelingen meenemen in hun besluitvorming over de toekomst van het bedrijf. Mogelijk door de bedrijfsoverdracht toch maar eerder in gang te zetten.

Lees ook het artikel ‘Familiezaak onder druk – Fiscale vrijstelling bedrijfsopvolging bedreigd’ met onze quotes in de Telegraaf van 6 augustus 2020.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.