ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Btw-tarief omhoog, ook na 2019?

Van alle kabinetsplannen domineerde de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting bijna een jaar lang de publieke opinie en het politieke debat. Nu de dividendbelasting toch blijft bestaan, is er meer aandacht voor resterende voorgenomen maatregelen. Bijvoorbeeld voor de aangekondigde btw-verhoging. Waarom gaat de btw – waarschijnlijk niet voor het laatst – omhoog?

Kabinet wil btw-tarief van 6% verhogen naar 9%

De voorgenomen btw-verhoging in het Belastingpakket 2019 betreft alleen het ‘verlaagde’ tarief van 6%. Dat gaat volgens de kabinetsplannen naar 9%. Onder andere de dagelijkse boodschappen worden daardoor duurder per 1 januari 2019. Op de pagina’s ‘Lage btw-tarief gaat van 6% naar 9%’ en ‘Btw op boodschappen van 6% naar 9%’ van de Belastingdienst en de Rijksoverheid leest u meer hierover. Onder andere het ‘algemene’ btw-tarief van 21% blijft vooralsnog onveranderd.

Staatssecretaris van Financiën Snel (D66) antwoordde op Kamervragen onlangs onder andere als volgt: “Een gemiddeld huishouden betaalt per jaar ongeveer €300 meer aan btw door de tariefsverhoging. Boodschappen beslaan ongeveer 50% van de uitgaven van consumenten onder het verlaagde tarief. Het effect op de boodschappen is hiermee een kostenstijging van ongeveer €150 per jaar, dat is ruim €10 per maand. Het kabinet neemt aan dat met de term boodschappen wordt gedoeld op de aankoop van voedingsmiddelen en dranken in winkels.”

Financiering verlaging belasting op arbeid

Al enige tijd is sprake van een verschuiving van de belastingdruk op arbeid naar consumptie. In Nederland ging per 1 oktober 2012 het ‘algemene’ btw-tarief van 19% naar 21%, passend bij ontwikkelingen voor de btw in veel andere EU-landen. De tarieven in box 1 van de inkomstenbelasting daalden vervolgens, toeslagen gingen omhoog. Deze ‘belastingschuif’ zien we ook terug in het Belastingpakket 2019. Bijna alle tarieven in box 1 gaan de komende jaren verder omlaag. In mijn blogs ‘Belastingdruk op arbeid daalt vanaf 2019’ en ‘AOW’ers houden lager tarief in box 1’ leest u meer hierover.

Het kabinet betaalt deze tariefverlagingen in box 1 onder andere met de hogere btw-opbrengst. In het Belastingpakket 2019 staat daarover: “De verhoging van het verlaagde btw-tarief is direct verbonden met de voorstellen die we zien op de structurele verlaging van de belastingen op inkomen. Door het samenstel van fiscale maatregelen gaan alle inkomensgroepen er de komende jaren in koopkracht op vooruit.” In de Miljoenennota 2019 is de btw-opbrengst in 2019 ingetekend voor 59,6 miljard euro. Dat is een stijging van 6,8 miljard euro ten opzichte van 2018 (52,8 miljard euro).

Heffing op consumptie is minder economisch verstorend

In het Belastingpakket 2019 staan diverse argumenten die de btw-verhoging moeten rechtvaardigen. Zo blijkt het belasten van consumptie economisch minder verstorend dan het belasten van inkomen. Om deze reden hebben zowel de OESO als het IMF bovengenoemde ‘belastingschuif’ aan Nederland geadviseerd. Overigens was deze constatering al langer bekend. Bijvoorbeeld uit het interim-rapport van de Belastingcommissie Van Dijkhuizen uit 2012: “De btw heeft geen verstorende invloed op de beslissing om te sparen of te investeren, op productiepatronen, op de handel en op de concurrentiekracht.”

Staatssecretaris Snel: “Het kabinet heeft de ambitie om werken lonender te maken door arbeidsinkomen minder te belasten. De belasting op arbeidsinkomen vermindert de financiële prikkel voor burgers om te gaan werken, of om meer te gaan werken. Door deze belasting te verlagen, wordt de keuze minder verstoord en wordt werken lonender. Het belasten van consumptie verstoort de keuze om te werken juist niet (direct). Het kabinet brengt bovendien de tarieven in de btw dichter naar elkaar toe, zodat de bestaande verstoring van de consumptiebeslissing kleiner wordt.”

Meer solide en stabiele belastingopbrengst

Een ander argument voor de ‘belastingschuif’ is volgens de regering dat de opbrengst van de belasting op consumptie meer solide en stabiel is dan de opbrengst uit belastingen op inkomen. In bovengenoemd belastingrapport stond daarover het volgende: “Op korte termijn zullen huishoudens inkomensschokken eerder opvangen door te sparen of te ontsparen dan door hun consumptie aan te passen. Bij een toenemende vergrijzing zal de grondslag van de btw sneller toenemen dan die van de loon- en inkomstenbelasting.”

Beperkte grenseffecten

Het kabinet verwacht beperkte grenseffecten van de btw-verhoging. Nederlanders in de grensstreek gaan dus niet vanwege deze btw-verhoging vanaf 2019 massaal hun dagelijkse boodschappen in België of Duitsland doen. In het Belastingpakket 2019 staat daarover: “In België en Duitsland is het prijspeil voor voedingsmiddelen over het algemeen hoger dan in Nederland, ook na de verhoging van het verlaagde btw-tarief.”

Het kabinet berekende dat als volgt: “Volgens de gegevens van de Europese Commissie is het prijspeil voor eten en niet-alcoholische dranken in Nederland 103, in Duitsland 108 en in België 112. Zelfs na de verhoging van het verlaagde btw-tarief blijft het prijspeil in Nederland lager, te weten 103/1,06 x 1,09 = 106.”

Staatssecretaris Snel: “Voor goederen geldt dat de grenseffecten sterk afhangen van de hoogte van de prijs per gewicht of het volume, de bederfelijkheid van het product, cultuurgebondenheid en de merkwaarde. Voor het verlaagde btw-tarief betekent dit dat met name boeken, medicijnen en bepaalde soorten voedingsmiddelen gevoelig lijken voor grenseffecten. Op andere goederen die gevoelig zijn voor grenseffecten, zoals merkkleding, cd’s, dvd’s, elektronica en cosmetica, is in Nederland het verlaagde btw-tarief niet van toepassing.”

Financieringsinstrument

Het huidige btw-tarief van 6% kennen we sinds 1 oktober 1986. Als ons parlement akkoord gaat met het Belastingplan 2019 waarin dit voorstel is opgenomen, dan gaat dit tarief per 1 januari 2019 naar 9%. Ik vraag mij af of het daarna weer 32 jaar gaat duren voordat het nieuwe tarief wijzigt. Waarschijnlijk niet.

Aanvankelijk was het ‘verlaagde’ btw-tarief vooral bedoeld om de laagste inkomens enigszins tegemoet te komen. Staatssecretaris Snel: “Statistieken van het CBS laten zien dat het percentage van de bestedingen dat onder het verlaagde btw-tarief valt, in 2013 lager was bij lagere inkomens dan bij hogere inkomens. Het percentage van het besteedbaar inkomen dat aan goederen en diensten onder het verlaagde btw-tarief wordt uitgegeven, is echter hoger bij lagere inkomens dan bij hogere inkomens.”

Het btw-tarief blijft mogelijk een financieringsinstrument voor de regering. Vooral zolang de wens blijft bestaan om de belastingdruk op arbeid verder te verlagen en zolang andere argumenten een btw-verhoging rechtvaardigen.

Deel deze pagina

Artikel geschreven door:

Profiel foto van Peter Pleijsant
Peter Pleijsant Fiscaliteit, eigen woning, bedrijfsopvolging

Studeerde Fiscaal Recht in Leiden en werkte als belastingadviseur bij Deloitte. Sinds 2006 werkt hij bij ABN AMRO MeesPierson. Peter Pleijsant houdt zich bezig met nieuwe fiscale wetgeving, woningmarkt problematiek en bedrijfsopvolging.

Van gedachten wisselen met een specialist?

  • Wanneer het u uitkomt
  • Vrijblijvend
  • Persoonlijk
ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus
Logo of ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus