ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Gemeenteraadsverkiezingen: veel te kiezen

De stembussen voor de gemeenteraadsverkiezingen staan over een paar weken weer op hun plek. De opkomst is naar verwachting laag. Opmerkelijk, want juist de gemeente is van grote invloed op uw geldzaken, woonplezier en het houden van droge voeten.

De dreigende sluiting van een zwembad in Vlagtwedde, ongewenste hoogbouw in Tholen of het verdwijnen van een tramlijn in Amsterdam. Overal in het land merken Nederlanders hoe beslissingen van de gemeente hun dagelijks leven beïnvloeden. En lang niet altijd is er een oplossing waarmee iedereen tevreden is: de tramlijn en het zwembad blijven met steun van de gemeente open, maar over enkele maanden start de bouw van het flatgebouw.

Andere beslissingen van de gemeenteraad zijn misschien minder zichtbaar, maar minstens zo belangrijk. Denk aan de gemeentebelastingen en het voorkomen van wateroverlast na een hevige regenbui. Het beleid van de gemeente is dus van grote invloed. Wie het beleid bepaalt weten de meeste mensen echter niet. 70 procent is niet in staat één of meerdere wethouders in hun gemeente te noemen, blijkt uit recent onderzoek van vakblad Stadszaken. 87 procent weet niet hoeveel zetels de gemeenteraad in hun gemeente heeft. Juist de gemeenteraad heeft invloed op wat er in de gemeente gebeurt.

Na de gemeenteraadsverkiezingen wordt een college gevormd met een benoemde burgemeester en wethouders van verschillende politieke partijen. Het zogenoemde college van B en W maakt een plan voor de komende vier jaar (het collegeakkoord). Dit akkoord steunt op een meerderheid van het aantal raadszetels. De plannen worden gedurende die periode aan de gemeenteraad voorgelegd. De uitkomst bepaalt het beleid in uw gemeente voor de komende vier jaar.

Opkomst

Op woensdag 21 maart worden de gemeenteverkiezingen gehouden. Naar verwachting brengt dan slechts iets meer dan de helft van de stemgerechtigde mensen zijn stem uit. Veel minder dan bij de landelijke verkiezingen. Bij laatstgenoemde ligt de opkomst al heel lang rond de 80 procent. De gemiddelde opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen is met 54 procent veel lager. De opkomst laat bovendien een dalende trend zien: elk jaar gaan minder mensen naar de stembus. Vooral jongeren en laagopgeleiden stemmen niet en dat is zorgelijk. De kans bestaat daardoor dat het beleid in de gemeente niet meer representatief is voor de hele bevolking.

Decentralisatie

Gemeente en huiseigenaren tegen wateroverlast

In juli 2014 breekt er een enorm noodweer los boven Amsterdam. Station Zuid komt blank te staan, en de kelders van veel bedrijven en woningen in de buurt lopen onder. Duidelijk is dat de gemeente in actie moet komen om de afwatering op te lossen.

Door de klimaatverandering zal er de komende jaren naar verwachting meer regen vallen. Water dat moeilijk kan worden afgevoerd door de vele bebouwing in een stad als Amsterdam. De gemeente krijgt de woningeigenaren van de nog te bouwen nieuwbouwwoningen rond de Zuidas snel mee. De huizen krijgen een ingenieuze goot met planten aan de rand van de tuin die zorgt voor tijdelijke opslag van overtollig regenwater.

De bouwplannen worden in overleg met de projectontwikkelaar en eigenaren aangepast om de kelders droog te houden. Amsterdam is niet de enige gemeente die klimaatveranderingen en andere onderwerpen rond duurzaamheid in nauw overleg met de inwoners en bedrijven aanpakt. Steeds vaker overleggen partijen om de effecten van de klimaatverandering te beperken.

Het lage aantal stemmers sluit niet aan bij de wens van de landelijke overheid. Al vele rapporten zijn er geschreven ‘om het beleid dichter bij de burger’ te brengen. Inmiddels worden er al een hoop taken door de gemeente geregeld. De gedachte hierachter is dat de gemeente direct contact heeft met de inwoners en beter weet welke maatregelen nodig zijn. Ook efficiëntievoordelen en bezuinigen spelen natuurlijk een rol.

Een belangrijke decentralisatie was die van de zorg in 2015. Gemeenten zijn sinds die tijd verantwoordelijk voor jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen.

Het was een grote verandering die in korte tijd moest worden doorgevoerd. Grote vraag was of kwetsbare mensen de juiste zorg zouden blijven krijgen. Na twee jaar loopt nog lang niet alles zoals het had gemoeten, maar grote problemen lijken uitgebleven. Ook ondernemers in de gemeente krijgen te maken met decentralisatie: zij merken de spanning tussen de regels van het Rijk en de gemeente.

Bijvoorbeeld bij blurring, dat ontstaat als ondernemers mengvormen tussen horeca en detailhandel starten. Denk aan een tuincentrum met een broodjeszaak of een kapper die wijnproeverijen voor klanten organiseert. Lastig, zo blijkt uit diverse rechtszaken rond gemeenten. Om de werkgelegenheid en de levendigheid te stimuleren gaven ze vergunningen die onder de landelijke wetgeving verboden bleken.

De volgende grote verandering wordt in 2021 verwacht met de Omgevingswet, die de verschillende plannen voor ruimtelijke ordening, milieu en natuur beter op elkaar moet afstemmen. Gemeenten krijgen dan een grotere rol bij de ruimtelijke ontwikkeling. Dat moet bijvoorbeeld vergunningen voor woningbouwprojecten flink versnellen.

Vooral in de portemonnee

Het beleid van de gemeente merken Nederlanders ook in hun portemonnee. Gemeenten moeten elk jaar een sluitende begroting vaststellen. Het uitgeven van leningen – of aankloppen bij de provincies en het Rijk – behoort niet tot de mogelijkheden.

Lukt het niet de begroting te halen dan moet de gemeente bezuinigen of de lasten verhogen. Het merendeel van het geld ontvangt de gemeente van het Rijk. Elke inwoner betaalt dit indirect via de nationale belastingen. Naast de inkomsten uit het zogeheten gemeentefonds van het Rijk, krijgen gemeenten specifieke uitkeringen van het Rijk om het beleid uit te voeren. Bijvoorbeeld voor onderwijsprojecten of de opvang van vluchtelingen. Hoeveel verschilt per gemeente en hangt af van het aantal inwoners, de oppervlakte en bijvoorbeeld het aantal leerlingen. Nederlanders dragen van diverse belastingen zo’n 4 procent direct af aan de gemeente. Het meeste daarvan int de gemeente via de onroerendzaakbelasting (ozb).

Verschillen in OZB

Nu de woningmarkt weer floreert zal de ozb omhoog gaan. Dat kan onaangename financiële gevolgen hebben. Bijvoorbeeld voor mensen met een bescheiden inkomen die al jarenlang een huis hebben in een buurt waar de huizenprijzen flink zijn gestegen. Gemeenten mogen namelijk zelf, binnen marges, de hoogte van de woonlasten bepalen. De ozb-opbrengst wordt bepaald door de gemiddelde woningwaarde. Voor de inkomsten van een gemeente is het dus van belang hoeveel huizen er staan en wat die waard zijn. De woningwaarde wordt wel enigszins gecompenseerd. Gemeenten waar veel huizen staan met een hoge woningwaarde krijgen minder geld van het Rijk, gemeenten met een lage gemiddelde woningwaarde meer.

Toch zijn er grote verschillen in de ozb die inwoners betalen, zo laat het jaarlijkse onderzoek van de Vereniging Eigen Huis zien. Bij een WOZ-waarde van 250.000 euro betaalt een huiseigenaar in Den Bosch dit jaar 225 euro aan ozb. Een huiseigenaar in Venlo met dezelfde woningwaarde krijgt een aanslag van 491 euro, bijna twee keer zoveel. Een effect dat kan ontstaan omdat relatief rijke gemeenten het zich kunnen permitteren niet het maximale tarief te vragen aan inwoners. Een gemeente die de eindjes aan elkaar moet knopen laat het ozb-tarief stijgen tot wat maximaal is toegestaan.

Burgerbegroting in Breda

Al jaren gaan er stemmen op om net als in veel andere Europese landen de belastingheffing meer bij gemeenten neer te leggen. Daarmee worden de belastingen direct meer zichtbaar, maar dat blijkt politiek een lastige kwestie. Na een voorstel door minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in 2015 is daar verder weinig van vernomen. Een angst die wellicht ook leeft, is toenemende ongelijkheid tussen gemeentes, zoals die er al is met de hoogte van de ozb. Gemeentes kunnen elkaar gaan beconcurreren op belastingen en vestigingsklimaat. Een ongewenst effect dat de centrale overheid wil voorkomen.

Invloed van de gemeente neemt toe

Gemeenten doen hun best om inwoners meer inzicht te geven in de besluiten. Bijvoorbeeld op de begroting en het effect daarvan op de woonlasten. De gemeente Breda startte vorig jaar een pilot om de gemeentebegroting transparanter te maken en maakte een burgerbegroting op wijkniveau. Bewoners van de Bredase wijken Princenhage en Prinsenbeek kregen zo inzicht in de besteding van de middelen. Ideeën over de bestedingen zijn meegenomen in de begroting.

Een succes volgens Breda, dat in 2018 een vervolg in meer wijken in de gemeente krijgt. Ook in Oss, Oldebroek en Emmen werkt men inmiddels aan een burgerbegroting. Kortom, de gemeente heeft veel invloed op het dagelijks leven. Dat de invloed van de gemeente de komende jaren toeneemt lijkt een trend die doorzet. Het is daarom de moeite waard om te kijken welke partij volgens u het beste met uw gemeente voorheeft. Tal van gemeenten hebben inmiddels kieswijzers en elke partij heeft een verkiezingsprogramma dat online beschikbaar is. Er valt wat te kiezen op 21 maart.

Daniël Tuijman
Manager government affairs

Deel deze pagina

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus
Logo of ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus