Direct naar content

Bij de overdracht van een bedrijf is de te betalen belasting een belangrijk aandachtspunt. Maar er zijn ook fiscale bedrijfsopvolgingsregels, ook wel fiscale faciliteiten genoemd. Wat betekent dit voor uw privésituatie?

Zonder toepassing van bepaalde faciliteiten moet de vertrekkende ondernemer die zijn of haar bedrijf overdraagt, doorgaans inkomstenbelasting betalen. Bij schenking of vererving van het bedrijf betaalt de bedrijfsopvolger meestal schenk- of erfbelasting. En als vastgoed overgaat naar de bedrijfsopvolger, moet deze vaak ook nog overdrachtsbelasting betalen. Er kan sprake zijn van andere belastingen. Iedere situatie is immers anders en dat vraagt om maatwerk.

Continuïteit van het bedrijf

Op dit moment bestaan er diverse faciliteiten bij bedrijfsoverdracht. Deze bedrijfsopvolgingsregels zorgen ervoor dat de vertrekkende ondernemer en de bedrijfsopvolger minder of zelfs geen belasting betalen bij bedrijfsoverdracht. Daarvoor gelden wel strikte voorwaarden. In het ene geval mag men de belastingheffing mogelijk uitstellen. In het andere geval kan men een beroep doen op één of meer vrijstellingen.

Dankzij deze gunstige regels is het vaak niet nodig om geld uit het bedrijf te halen om de belasting te kunnen betalen. De continuïteit van het bedrijf is daardoor zo veel mogelijk gewaarborgd. Het bedrijf mag immers niet in gevaar komen door het betalen van belasting. Door de bedrijfsopvolgingsregels optimaal toe te passen, voorkomt u dat u te veel belasting betaalt bij bedrijfsoverdracht. Er kunnen nog andere regels belangrijk zijn.

Inkomstenbelasting bij de vertrekkende ondernemer

Zoals opgemerkt, moet de vertrekkende ondernemer bij bedrijfsoverdracht doorgaans inkomstenbelasting betalen. Dat geldt zowel voor bijvoorbeeld de ondernemer die een eenmanszaak heeft, als voor de ondernemer met een aanmerkelijk belang in een aantal BV’s. Van een aanmerkelijk belang is kortweg sprake bij een belang van minimaal 5%. Soms is daarvan al sprake bij een kleiner belang. De bedrijfsopvolgingsregels zijn in deze situaties overigens niet gelijk, wel vergelijkbaar.

Bij de ondernemer met een eenmanszaak gaat het bij de overdracht daarvan zonder faciliteiten om het belasten van de stakingswinst in box 1 van de inkomstenbelasting. Box 1 kent in 2021 een basistarief van 37,1% en, voor zover het belastbaar inkomen in box 1 hoger is dan € 68.507, een toptarief van 49,5%. Bij de ondernemer met een aanmerkelijk belang in een BV-structuur gaat het bij de overdracht dan om het belasten van de waardestijging van de aandelen in box 2 van de inkomstenbelasting. Het belastingtarief in box 2 is 26,9% in 2021. De gecombineerde belastingdruk (in de BV en in privé samen) is dan, rekening houdend met 15% vennootschapsbelasting en 26,9% inkomstenbelasting, circa 37,9%.

Zowel bij de eenmanszaak als bij de BV-structuur kan de vertrekkende ondernemer de inkomstenbelastingclaim op het ondernemingsvermogen doorschuiven naar de bedrijfsopvolger. Op verzoek aan de Belastingdienst en als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Vaak is bij een bedrijfsoverdracht tijdens leven onder andere van belang dat de bedrijfsopvolger al minimaal 36 maanden onafgebroken werkzaam was in het bedrijf. Bijvoorbeeld bij ziekte kan een kortere periode gelden. Voor bepaalde faciliteiten moet ook sprake zijn van schenking of vererving van aandelen in de holding-BV.

In bepaalde situaties kan de doorschuifregeling nadelig uitwerken. Bijvoorbeeld als de bedrijfsopvolger het bedrijf niet minimaal 5 jaar wil of kan voortzetten. Dat houdt verband met de schenk- of erfbelasting.

Schenk- of erfbelasting bij de bedrijfsopvolger

Bij schenking of vererving van een bedrijf kan de bedrijfsopvolger een beroep doen op de bedrijfsopvolgingsregels voor de schenk- of erfbelasting. Op verzoek aan de Belastingdienst en onder bepaalde voorwaarden. Deze regels worden vaak afgekort tot ‘BOR’. De BOR is bedoeld voor directe en indirecte aandelenbelangen vanaf 5%. In bepaalde situaties geldt een lager percentage. Zonder deze fiscale regels zou de bedrijfsopvolger (kind of privépartner van de ondernemer) over de belaste verkrijging tot € 128.751 (cijfer: 2021) 10% schenk- of erfbelasting moeten betalen, voor zover de verkrijging hoger is, 20%. De BOR zorgt ervoor dat deze belastingdruk voor de schenk- of erfbelasting lager is.

Zo kan bovengenoemde belastingdruk dankzij de BOR dalen van 20% tot zelfs 0%, afhankelijk van de hoogte van het ondernemingsvermogen. De eerste € 1.119.845 (cijfer: 2021) van de waarde van de onderneming van het bedrijf kan namelijk voor 100% onder de vrijstelling voor de schenk- of erfbelasting vallen. En voor zover het ondernemingsvermogen uitgaat boven dit bedrag, is de vrijstelling 83%. Dit betekent dat minder dan 17% van het totale ondernemingsvermogen dan is belast tegen 20% (zoals al opgemerkt is dat het geval bij een kind en de privépartner). Een groot gedeelte van het ondernemingsvermogen kan dus zonder schenk- of erfbelasting overgaan op de bedrijfsopvolger.

Over een beperkt gedeelte van het ondernemingsvermogen en over het beleggingsvermogen moet de bedrijfsopvolger wel schenk- of erfbelasting betalen. Voor het beperkte gedeelte van het ondernemingsvermogen kan de bedrijfsopvolger onder bepaalde voorwaarden om rentedragend uitstel van betaling vragen aan de Belastingdienst.

Voor de BOR gelden specifieke voorwaarden. Zo moet bijvoorbeeld ingeval van schenking bij een BV-structuur de schenker minimaal 5 jaar aaneengesloten, direct voorafgaande aan de schenking, de aanmerkelijkbelangaandelen al in bezit hebben. En gedurende deze periode moet de onderneming zijn gedreven. Bij vererving is deze periode 1 jaar. Na de bedrijfsoverdracht moet de bedrijfsopvolger de verkregen aandelen minimaal 5 jaar aaneengesloten, direct na de verkrijging, aanhouden. En moet de BV de onderneming tijdens deze periode geheel voortzetten. Dit geldt zowel bij schenking als bij vererving.

Overigens is bij een verkrijging door werknemers onder de werkelijke waarde vaak sprake van loon. Dan is geen sprake van een schenking of vererving. Bij bijvoorbeeld een eenmanszaak gelden onder andere bovengenoemde voorwaarden van het drijven en voortzetten van de onderneming gedurende genoemde perioden ook.

Verhuurd vastgoed levert vaak discussie op met de Belastingdienst

Bovengenoemde faciliteiten gelden onder bepaalde voorwaarden voor ondernemingsvermogen, niet voor beleggingsvermogen. Ze gelden niet snel voor verhuurd vastgoed. Voor zover géén sprake is van een (vastgoed)onderneming gelden deze fiscale regels niet.

De Belastingdienst stelt zich zelfs op het standpunt dat bij verhuur van vastgoed nooit sprake is van een onderneming. Dan zijn bedoelde faciliteiten in zoverre niet van toepassing. Dit standpunt van de Belastingdienst blijkt ook uit de ‘Praktijkhandreiking bedrijfsopvolging vastgoedexploitanten’ voor belastinginspecteurs.

Overigens blijkt uit recente uitspraken van belastingrechters dat bij verhuurd vastgoed onder omstandigheden wel sprake kan zijn van een vastgoedonderneming. En dan zijn vaak de fiscale bedrijfsopvolgingsregels in de inkomstenbelasting en voor de schenk- of erfbelasting wel van toepassing, mits aan alle voorwaarden is voldaan.

Overdrachtsbelasting bij de bedrijfsopvolger

Bij overdracht van bestaand vastgoed moet de verkrijger doorgaans overdrachtsbelasting betalen. Een verkrijging van vastgoed door overlijden (krachtens erfrecht) is geen belaste verkrijging voor de overdrachtsbelasting. Sinds 2021 is de hoogte van het tarief van de overdrachtsbelasting afhankelijk van zowel het type vastgoed als van het gebruik daarvan. Is het vastgoed voor de koper het hoofdverblijf? Dan is het tarief in principe 2%. Als de koper aan bepaalde voorwaarden voldoet, kan de koper eenmalig gebruikmaken van een vrijstelling van overdrachtsbelasting. In andere gevallen is het tarief 8%. Dat tarief geldt bijvoorbeeld ook bij de verkrijging van aandelen in een vastgoedvennootschap.

Onder bepaalde voorwaarden kan de bedrijfsopvolger een beroep doen op de zogenoemde ‘familievrijstelling’ voor de overdrachtsbelasting voor het overgenomen vastgoed van de onderneming. Deze vrijstelling kan van toepassing zijn als bijvoorbeeld de aandelen in een vastgoed-BV en tevens de volledige zeggenschap daarover overgaan op directe familieleden die de onderneming via de BV voortzetten, al dan niet in fasen.

Wat betekent dit voor uw privésituatie?

Heeft u plannen om uw bedrijf over te dragen aan bijvoorbeeld de volgende generatie? Overlegt u dan in ieder geval tijdig met uw sparringpartners en uw fiscaal adviseur of en in hoeverre u gebruik kunt maken van de fiscale bedrijfsopvolgingsregels en/of eventueel andere fiscale faciliteiten.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.