Direct naar content

Het is weer tijd voor uw aangifte inkomstenbelasting. Vanaf 1 maart 2020 kunt u deze belastingaangifte over het jaar 2019 indienen bij de Belastingdienst. Veel cijfers zijn al ingevuld, maar die moet u wel goed nakijken. Hieronder wat extra hulp bij deze belastingaangifte. En u weet straks waarom heel Holland ‘bakjes gaat vullen’.

Uit recent onderzoek – leuk om te lezen – blijkt hoe belastingbetalers het doen van de belastingaangifte ervaren. En ook hoe zij zich belonen na het afronden van deze jaarlijkse klus. Leest u onze onderstaande 3 belangrijke, soms minder bekende, tips voor box 3 in de aangifte over 2019.

U heeft hier al veel kunnen lezen over veranderingen in de belastingheffing over uw vermogen in box 3. Die zijn voorzien voor het jaar 2022. Dat raakt uw belastingaangifte over het belastingjaar 2019 niet.

Tip 1: let op de waardering van verhuurd vastgoed

Voor welke waarde neemt u vastgoed op in box 3 in uw belastingaangifte? Voor de duidelijkheid: het gaat dan niet om uw eigen huis in box 1. Maar bijvoorbeeld wel om uw tweede huis – in Nederland en/of in het buitenland – en vastgoed dat u verhuurt aan uw kinderen of anderen. De hoofdregel voor de waardering van bezittingen in box 3 is de waarde in het economische verkeer. Voor bijvoorbeeld woningen gelden andere regels. In principe geldt dan de WOZ-waarde. Dat is het door de gemeente vastgestelde bedrag dat het huis zou moeten opbrengen op 1 januari van het voorgaande jaar. Voor de aangifte inkomstenbelasting 2019 gaat het om de waarde op de waardepeildatum 1 januari 2018.

Verhuurde u op 1 januari 2019 een huis in Nederland waarvoor de huurder toen recht had op huurbescherming? Dan geldt voor dit huis een lagere waarde voor de belastingaangifte 2019 dan de WOZ-waarde op 1 januari 2018 omdat u dit huis verhuurde. De (kale) jaarhuur bepaalt hoeveel de waarde lager is. Op de pagina ‘Waarde verhuurde woning als overige onroerende zaak’ van de Belastingdienst leest u hier meer over. Daar vindt u ook de tabel met het percentage waarmee u de WOZ-waarde dan moet vermenigvuldigen, de zogenoemde ‘leegwaarderatio’.

In bepaalde situaties geldt een vast percentage van de WOZ-waarde. Bijvoorbeeld als de huur onzakelijk is omdat de huurprijs veel lager (of hoger) is dan gebruikelijk. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als u als ouder het huis aan uw kind tegen een te lage huurprijs verhuurt. Het vaste percentage waarmee u de WOZ-waarde moet vermenigvuldigen is dan 62% (op basis van een vaste huurprijs van 3,5% van de WOZ-waarde). Denkt u eraan dat als u bijvoorbeeld een lagere huurprijs in rekening brengt aan uw kind, in principe sprake is van een schenking van u aan uw kind.

Tip 2: let op verdeling vermogen tussen partners

De hoogte van de inkomstenbelasting over uw vermogen in box 3 is afhankelijk van de hoogte van uw vermogen in deze box. Er zijn 3 vermogensschijven met oplopende rendementspercentages in box 3. Had u gedurende het gehele belastingjaar 2019 dezelfde partner voor de inkomstenbelasting? Dan kunt u uw gezamenlijke vermogen in box 3 onderling toerekenen in elke gewenste verhouding. Ook als u een gedeelte van 2019 een partner had, dan kunt u er vaak voor kiezen om het hele jaar als partners te worden aangemerkt, wat recht geeft op deze onderlinge toerekening.

Heel Holland gaat ‘bakjes vullen’

Partners met een gezamenlijk belastbaar vermogen van meer dan € 71.650 – dus na verrekening van ieders heffingvrije vermogen – zullen in voorkomende gevallen zo veel mogelijk eerst de ‘bakjes’ – de vermogensschijven – met de laagste rendementspercentages bij beide partners vullen. Een 50%-50%-verdeling is mogelijk. Maar het kan ook voordelig zijn om ervoor te zorgen dat beide partners voldoende belastbaar inkomen hebben om volledig gebruik te kunnen maken van de algemene heffingskorting. Het gevolg van een andere vermogenstoerekening kan zijn dat de partners samen minder inkomstenbelasting betalen dan zonder vermogenstoerekening. Had u in 2019 geen partner? Dan vult u uw eigen ‘bakjes’ in box 3.

Tip 3: denk aan erfbelastingschulden

Tot slot een minder leuk onderwerp, maar als u daarmee te maken heeft, is onderstaande tip ook belangrijk voor uw belastingaangifte. Belastingschulden behoren niet tot box 3. Als u bijvoorbeeld nog inkomstenbelasting moet betalen over een vorig jaar, dan mag u hiervoor dus geen schuld opvoeren in box 3. Er bestaat één uitzondering op deze hoofdregel: als u belasting moet betalen vanwege een overlijden. Nederlandse en buitenlandse erfbelastingschulden, eventueel verhoogd met belastingrente of invorderingsrente, mag u namelijk wel in aanmerking nemen. Overigens telt de eerste € 3.100, voor fiscaal partners: € 6.200, van alle schulden gezamenlijk niet mee. Het gaat in deze belastingaangifte om uw erfbelastingschulden op 1 januari 2019, ook als er toen nog geen belastingaanslag was opgelegd. Deze uitzondering geldt niet voor bepaalde landgoederen voor zover u de erfbelasting daarvoor pas later of uiteindelijk niet hoeft te betalen.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.