Direct naar content

Het belang van een financieel zorgplan

Door een verbeterde gezondheidszorg én langere levensverwachting wordt een hele generatie gehandicapten steeds ouder. Het logische gevolg hiervan is dat veel mensen met een handicap hun ouders overleven. Anjet van Dijken weet hier alles van. In 1995 werd zij, na het plotseling overlijden van beide ouders, aangesteld als bewindvoerder en mentor van haar broer Jalbert, die meervoudig gehandicapt is. “Als negentienjarige rechtenstudente werd ik voor de leeuwen gegooid. Ik vroeg me dagelijks af: hoe behartig ik zijn belangen, maar blijf ik tegelijkertijd zijn zus?”

Roller coaster

Als een kind gehandicapt is, komen de ouders, tegen wil en dank, in een wereld terecht die zij niet kennen. Zij worden overspoeld met zorgtaken en administratie, waar ze totaal niet in thuis zijn en waar ze veel tijd mee kwijt zijn. “Je ziet dat broers en zussen dan een stuk minder aandacht krijgen, waardoor de dynamiek in een gezin verandert. Gevoelens, zoals schuldgevoel, twijfel en onzekerheid borrelen op: bij ouders en de andere kinderen. Het gevolg van die nieuwe situatie is dat er een soort struisvogelgedrag ontstaat en belangrijke zaken niet met de kinderen worden besproken. Bijvoorbeeld: wat gebeurt er met het kind als de ouders overlijden of als ze de zorg niet meer kunnen dragen?” En als het al geregeld is, dan is dat vaak niet besproken met de kinderen (die inmiddels ook volwassen zijn).

Anjet weet uit ervaring in welke emotionele én administratieve achtbaan je dan terechtkomt. Van haar onbezorgde studententijd was destijds weinig meer over. Na een dag studeren, stortte zij zich in de avonduren op belastingaangiften en rekening en verantwoording voor de kantonrechter. “Dat laatste is een verklaring over de financiën van mijn broer”, legt zij uit. “Naast de zorg voor mijn broer kwam er zo veel andere, nieuwe informatie op me af. Zo moest ik bijvoorbeeld om tafel met beleggingsexperts, omdat er beslissingen moesten worden genomen over het vrijgekomen geld.”

Als gezin rond de tafel

“Als ervaringsdeskundige weet ik één ding zeker. Het zou gezinnen met een gehandicapt kind enorm helpen als iemand buiten het gezin zegt: ‘Nu is het tijd om samen met de andere kinderen om tafel te gaan en de moeilijk bespreekbare zaken te regelen’. De bank zou hier bijvoorbeeld een rol kunnen hebben bij het opstellen van een financieel zorgplan samen met hun andere kinderen. Dat laatste is belangrijk. Vaak worden broers en zussen er buiten gehouden. Zo denken ze dat hun ouders niets geregeld hebben. Maar als ze het navragen, horen ze dat ze met zorgtaken in het testament staan.”
Anjet denkt dat dit niet gebeurt, omdat het een beladen onderwerp is. “Ouders weten wel dat dit belangrijk is, maar hikken ertegenaan omdat zij bang zijn voor conflictsituaties. Ze proberen hun kind(eren) uit de wind te houden, maar dat gesprek: ‘hoe zie jij de zorg in het worst case scenario?’ moet tijdig met de broers en zussen worden gevoerd. Daarbij komt dat de zorgoverdracht in hun tropenjaren komt: ze hebben al eigen kinderen, vaak jong, om voor te zorgen. Des te belangrijker dat er iemand met verstand van zaken én een zakelijke instelling hier een eerste aanzet voor geeft, of een bemiddelende rol in gaat spelen”.

Treinreizen

Na 10 jaar in Frankrijk en België woont Anjet inmiddels met haar gezin weer in Nederland. Dicht bij haar broer. “Het gaat goed met Jalbert, hij is blij en tevreden in zijn instelling. Na 20 jaar hebben we een goede samenwerking ‘in de driehoek’, zoals dat heet. Met hem, begeleider en mijzelf. Mijn broer en mijn gezin zijn vlak vóór de uitbraak van Corona nog uit eten geweest voor zijn verjaardag. Voor Corona reisde hij geregeld met de trein. Sinds het overlijden van onze ouders had hij zelf vrijwilligers geronseld om met hem te ‘treinen’. Hij zei steeds tegen mij: “Anjet, ik kan er niet op vertrouwen dat jij er nog bent over 20 jaar.” Hij had daarin gelijk. Je weet nooit hoe het leven loopt. Ook nu weer niet. Het bevestigt weer het belang om vooruit te kijken, en tijdig een goed persoonlijk en financieel zorgplan met elkaar op te stellen.”

Contact

Sinds haar eerste boek ‘Het Broers en Zussen Boek’ met ervaringsverhalen van 36 kinderen en volwassenen, heeft ze nog een boek geschreven: voor de jongste broers en zussen in het ziekenhuis en bij de zorg thuis. “Het eerste boek schreef ik uit een persoonlijk gemis aan ervaringsverhalen en informatie, maar het tweede was in opdracht van Stichting Kind en Ziekenhuis, want elke broer of zus heeft informatie nodig!”. Daarnaast heeft Anjet geregeld contact met lotgenoten, via fora, social media en haar blog.

Lees meer over Anjet van Dijken en het werk rondom haar aanpak bij haar bedrijf Wec-are en over haar boek op de website, of volg ‘Brussenboek’ op Facebook voor het laatste nieuws. Ook is ze mede-initiatiefnemer van de ‘Brussen Erbij Beweging’, BEB. De boeken zijn (online) verkrijgbaar bij uitgeverij LannooCampus en elke boekhandel.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.