Direct naar content

Geld lenen kost geld (lees: rente) én straks ook belasting. Tenminste, als u in bepaalde situaties te veel geld leent uit of via uw eigen vennootschap. De fiscale regels voor onder andere de directeur-grootaandeelhouder (DGA) gaan namelijk behoorlijk veranderen. Maar vanwege de coronacrisis heeft de regering de beoogde invoering van de nieuwe wetgeving met één jaar uitgesteld, tot 2023. Om welke situaties gaat het? Moet u alvast iets doen? Hieronder ga ik ook in op enkele mogelijke oplossingen.

Waarover gaat de nieuwe wetgeving voor DGA’s?

Het huidige kabinet-Rutte III wil (langdurig) uitstel van belastingheffing tegengaan. En ellenlange discussies met de Belastingdienst over te hoge geldleningen bij de eigen vennootschap vermijden. Het gaat met name om de DGA en zijn of haar fiscaal partner. Maar geldt feitelijk voor elke aandeelhouder met een aanmerkelijk belang (kortweg: bij een aandelenbezit van 5% of meer; hierna: ‘ab-houder’). Daar komt belastinguitstel vaak voor: in 2016 hadden 11.000 aanmerkelijkbelanghuishoudens een bovenmatige schuld van boven de € 500.000.

Geld lenen is (nu nog) vaak fiscaal aantrekkelijk. Een DGA kan er namelijk vaak voor kiezen om (onbelast) geld te lenen bij de eigen vennootschap. In plaats daarvan had de DGA het geld ook als (belast) dividend of als (belast) loon kunnen ontvangen. De keuze voor een lening leidt tot belastinguitstel. Voor zover uw schulden bij de eigen vennootschap in totaal te hoog zijn, moet u daar vanaf 2023 inkomstenbelasting over betalen. In mijn blog ‘Belastingheffing bij hoge schulden aan eigen vennootschap’ leest u meer over deze voorgenomen maatregel.

Wat gebeurt er als u niets doet?

Inmiddels is er veel onrust ontstaan onder aandeelhouders met een hoge rekening-courant en aandeelhouders die bijvoorbeeld beleggingspanden financieren bij hun vennootschap. Stel u onderneemt geen actie en u heeft op de eerste peildatum 31 december 2023 meer dan € 500.000 aan schulden die meetellen voor de dan ingevoerde maatregel. Dan moet u over 2023 inkomstenbelasting betalen in box 2 over het gedeelte dat uitgaat boven € 500.000. Het tarief is dan 26,9%.

De maatregel geldt niet voor de financiering van de eigenwoningschuld in box 1 van de aandeelhouder. Maar voor nieuwe situaties met een eigenwoningschuld bij de eigen vennootschap – vanaf 2023 – moet daarvoor wel een recht van hypotheek zijn gevestigd op het woonhuis. Heeft u een woningfinanciering in box 3? Denkt u er dan aan dat deze schuld straks ook meetelt voor de grens van € 500.000.

Welke oplossingen zijn er?

De voorgenomen wetgeving is nog niet definitief. Er kan nog veel veranderen, maar de richting lijkt duidelijk. Welke eventuele oplossingen zijn er? Hieronder noem ik er 3. Overleg vooraf met uw fiscalist of de oplossing wel passend is in uw situatie (en die van uw familieleden).

  1. Nu nog niets doen
    U kunt natuurlijk wachten met eventuele acties totdat het definitieve wetsvoorstel is ingediend en de parlementaire behandeling is afgerond. Een overweging is om pas in de loop van 2023 actie te ondernemen. Let er dan op dat in 2021 het tarief van de inkomstenbelasting in box 2 voor onder andere een dividenduitkering uit de vennootschap hoger is dan in 2020 (zie ook hierna).
  2. Herfinancieren
    Een oplossing kan zijn om uw financiering bij uw vennootschap over te sluiten naar bijvoorbeeld een bank. Dat is op de eerste plaats maatwerk als het gaat om de kredietmogelijkheden. Overleg daarover met uw contactpersoon bij de bank. Maar let u ook op de fiscale gevolgen. De voorgenomen maatregel is namelijk ruim opgezet. Zo vallen daaronder geldleningen die ‘rechtens dan wel in feite direct of indirect’ bij uw vennootschap zijn aangegaan. Een belangrijk aandachtspunt is de eventueel benodigde garantstelling van uw vennootschap bij de bankfinanciering. Om er zeker van te zijn dat de nieuwe financiering bij de bank straks niet onder de maatregel valt, kan het verstandig zijn de fiscale gevolgen vooraf te bespreken met uw fiscalist en/of de Belastingdienst.
  3. Terugbetalen met uw box 3-vermogen
    U kunt uw te hoge schuld aan uw vennootschap mogelijk ook verminderen door daarvoor een gedeelte van uw box 3-vermogen te gebruiken. Het eenvoudigste is uw schuld (gedeeltelijk) af te lossen met vrij beschikbaar vermogen. Het moment waarop u dat doet, is in principe niet belangrijk voor de belastingheffing over uw vermogen in box 3. De heffingsgrondslag van box 3 verandert namelijk daardoor meestal niet. Dat laatste is wel afhankelijk van de waarderingsgrondslag van hiervoor benut vermogen. Bijvoorbeeld bij vastgoed is dat een aandachtspunt. Het kan namelijk noodzakelijk zijn dat u hiervoor (een gedeelte van) uw privébeleggingen moet verkopen. Dit kan financiële en fiscale gevolgen hebben.
  4. Terugbetalen met geld uit uw vennootschap

    In plaats van een gedeelte van uw box 3-vermogen aan te spreken, kunt u overwegen geld uit uw vennootschap te halen. Bijvoorbeeld (belast) dividend of een (onbelaste) terugbetaling van gestort kapitaal. Uiteraard als het verstandig is om dat in deze crisistijd te doen. Of dit gunstiger voor u is dan daarvoor al aanwezig box 3-vermogen te gebruiken, hangt onder andere af van het rendement dat u privé of binnen de vennootschap maakt. Houd er rekening mee dat voor de dividenduitkering en terugbetaling van gestort kapitaal voorwaarden en formaliteiten gelden. In deze situaties wordt de heffingsgrondslag in box 3 hoger. U moet dan tot circa 1,6% over uw box 3-vermogen per jaar meer inkomstenbelasting betalen. Over een dividenduitkering in 2020 moet u 26,25% inkomstenbelasting betalen. Dit tarief gaat per 2021 verder omhoog naar 26,9%.

Nieuwe wetgeving gaat niet over totale schulden onder € 500.000

Bovenstaande maatregel moet per 1 januari 2023 ingaan. De nieuwe wetgeving heeft in principe alleen betrekking op de schulden die in totaal meer bedragen dan € 500.000. Voor zover uw schulden aan uw vennootschap in totaal lager zijn dan dit bedrag, verandert er niets. Over de zakelijkheid daarvan kan dan eventueel nog steeds een discussie ontstaan met de Belastingdienst. Dat geldt overigens, tot de nieuwe wetgeving ingaat, ook voor schulden die in totaal hoger zijn dan € 500.000.

 

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.