Direct naar content

Wat is ons overkomen? Hoe praat je er met elkaar over? Hoe ga je verder? Oud-journaliste Anjet van Dijken werkt aan publicaties en projecten om bij ziekte en zorg het gezin als geheel optimaal te informeren en betrekken. Door het Coronavirus zoeken nu alle ouders en kinderen naar antwoorden om ermee om te gaan, dus vraagt ze 4 bekende (zorg)deskundigen om handvatten. Lees hier deel 1 en deel 2.

In dit interview aan het woord:
Dr. Tinneke Moyson (1972).
Lector vakgroep Orthopedagogie bij Hogeschool Gent, België. Onderzoeker naar de kwaliteit van leven in gezinnen en broers en zussen met een kind met een handicap, gezins- en contextbegeleiding en ouderschap.

Hoe praat je met kinderen over Corona?

Voor veel gezinnen met een ziek kind of beperking betekent Corona een ‘isolement in het kwadraat’. Weer andere gezinnen zeggen dat er eigenlijk niet veel veranderd is: ze verkeren door de aandoening van hun kind al in een soort isolement. De Belgische orthopedagoog dr. Tinneke Moyson heeft tips (onderaan) voor alle gezinnen: met en zonder kinderen met een aandoening.

Geen draaiboeken

‘Het isolement, gebrek aan privacy en extra stress gelden voor alle ouders. Elk gezin is van de een op de andere dag 24 uur per dag met elkaar bezig. Dat is wennen. Het is ook niet te vergelijken met een vakantie. Ik heb het in de boeken opgezocht of er eerder zo’n situatie is geweest, maar ik vond er geen literatuur over, behalve over hoe het was voor gezinnen in de Tweede Wereldoorlog. En het enige wat ik dan vond was dat als je geen radio had, of hem wegstopte, je kinderen eigenlijk niet goed wisten wat er gebeurde. Een situatie zoals in de film ‘La vita è bella’, waarin de vader in een concentratiekamp zijn zoontje wijsmaakt dat het een groot spel is, is nu niet mogelijk. We kunnen kinderen er niet meer tegen afschermen. En dat hoeft ook niet, maar er moet wel nagedacht worden over hoe je hier met kinderen over praat.
Het enige andere wat er een beetje bij in de buurt kwam hier in België, waren de aanslagen in Zaventem. Dit leidde bij sommige ouders en kinderen tot een tijdelijke ‘angstpsychose’. Maar ook die vergelijking gaat niet op. Deze situatie is totaal anders. Er zijn geen draaiboeken.'

Iedereen in een isolement

‘De afgelopen dagen, sinds de Belgische lockdown, heb ik veel contact met ouders en broers en zussen [hierna: de Belgische term ‘brussen’] uit zorgintensieve gezinnen. Ik was druk bezig met de aanloop naar het brussenkamp dat ik jaarlijks organiseer. Elke dag krijg ik van de families signalen dat de buffers al bijna helemaal op zijn. De constante aanwezigheid van de broer of zus weegt zwaar op de gezinnen. Zelfs in de zomervakantie zijn er ouders die niet langer dan een week de kinderen 24 uur thuis hebben. Voor sommige gezinnen waarin een kind ziek is of een beperking heeft is het een ‘isolement in het kwadraat’. Vaak hadden die ouders daarvoor nog maar een paar uitlaatkleppen, maar ze waren er wel. Een keer per week naar de sportles met de kinderen, of een gezellig babbeltje bij de schoolpoort. En nu valt de school en dagbesteding ook nog weg. Ik hoor al signalen van een paar ouders dat ze gewoon in de auto stappen en een stuk rijden, puur om éven alleen te zijn. Dit wordt overleven. Het wordt een zorgmarathon’.

‘Wat als…?’

‘De brussen hadden echt zin om naar het kamp te gaan en elkaar weer te ontmoeten. Dat het kamp ook zou afgelast worden, zat er na een tijdje wel stilaan aan te komen. Maar toch bleven velen hopen op… Omdat de nood blijft, ben ik van plan om samen met mijn team toch een ‘digitaal brussenkamp’ te organiseren. Maar dat lost de misère niet op. De impact van de lockdown op sommige brussen is enorm. Sommige brussen zijn heel erg ongerust over hun broer of zus die tot een risicogroep behoren en echt niet besmet mogen worden. Andere brussen moeten hun broer of zus wekenlang missen, aangezien niet alleen bezoek in de zorgvoorziening tijdelijk niet meer is toegestaan, maar ook omdat broer/zus ook niet meer naar huis kan komen tijdens het weekend. Maar brussen horen ook de nieuwsberichten over mensen die eenzaam sterven in het ziekenhuis aan corona. En dan komen er soms catastrofale gedachten. Een zei: ‘ik mag mijn broer niet meer bezoeken en hij mag niet meer naar huis komen. Stel dat hij Corona krijgt, dan gaat hij naar het ziekenhuis. Daar mag ik hem ook niet bezoeken. En als hij dan doodgaat, dan zal ik hem dus nooit meer zien?’.

Ik ken een brus die niet meer mag deelnemen aan activiteiten en zelfs niet meer naar school zal gaan, tótdat Corona is uitgeroeid of, totdat er in ieder geval een vaccin tegen is gevonden. Doordat nu iedereen thuis is zeggen ouders hen ook vaker dat ze ‘dat, dat en dat’ niet meer mogen doen. Voor sommige brussen is de wereld nu piepklein geworden.’

Er zijn echter ook gezinnen die aangeven dat hun leven niet zo erg veranderd is nu. Die zeggen: we leven eigenlijk altijd in een lockdown. Er zijn zo veel dingen die voor ons al niet meer mogelijk waren. Wat andere gezinnen nu ervaren als iets uitzonderlijks, was voor ons al lang de realiteit.’

“Time out”-kaart

De systeemtheorie [waarin Moyson is geschoold en doceert] zegt dat mensen in tijden van onevenwicht terug een nieuw evenwicht zullen zoeken, met nieuwe rituelen en nieuwe routines. Dat betekent concreet dat het gezin samen moet gaan zitten om dingen te bespreken om het draagbaarder te maken. Het is belangrijk dat ouders weten dat er in die gesprekken geen foute emotie is. Alleen zo kun je dingen bespreken. Bijvoorbeeld wat ieder het liefst wil doen als hij boos is: Wil je naar de kamer? Wil je naar buiten? En wat als je écht even alleen wilt zijn? Dan kan de moeder zeggen dat als ze even in bad gaat, ze echt even niet gestoord wil worden. Het gaat niet alleen om wat een persoon wil, maar ook wat de anderen in zo’n situatie doen.

Chips als ontbijt

Omdat de literatuur geen uitkomst bood, zag ik via Instagram wel vier mooie bezinningsvragen die ouders kunnen helpen om te benoemen wat er positief en negatief aan de situatie is. Want ook dat zien kinderen: dat ze elke dag nu later mogen opstaan. Er was zelfs een kindje dat een ochtend chips als ontbijt mocht eten. Het zorgt voor een mooie relativering en een antwoord op de vraag: ‘Welke druk leggen wij onszelf wel niet op?’ De vragen waren:

  1. Wanneer werd je de voorbije week heel erg emotioneel?
  2. Op welk moment kon je je haren uit je hoofd trekken?
  3. Wat deed je deze week wat je in pro-corona tijd nooit zou gedaan hebben?
  4. Wat wil je uit deze week meenemen naar post-corona tijd?

Het is bij stress niet altijd het beste om het er met elkaar over te hebben. Juist zo min mogelijk kan ook goed zijn. Ouders mogen hun kinderen ook niet ongeruster maken dan ze al zijn. Het is een wankel evenwicht tussen het hoofd cool houden en niet in paniek raken.

Éventjes niet doorgaan

Voor wat betreft het vele schoolwerk van mijn eigen kinderen vraag ik mij af: ’Als de kinderen aan het eind van het jaar niet weten wat de toendra is, kan dat toch niet van levensbelang zijn?’. Het was goed bedoeld door de muziekdocent, maar een grappige opdracht kostte veel tijd en gaf mijn zoon veel stress. Ik moet steeds denken aan het nummer van Ramses Shaffy ‘we zullen doorgaan’, sinds de Corona-crisis ook de titel van een radioprogamma op de nationale Belgische radio. Natuurlijk zullen we doorgaan, maar is het ook niet oke om even niet door te gaan en ons de tijd te geven om na te denken over de vraag: ‘Hoe gaan we dat als ouders doen, om dit leefbaar te houden?’

Download hier de leuke Familie Praat Plaat om met het hele gezin te praten. Deze ontwikkeld in samenwerking met Studio Amy Guijt.

Praktische tips voor een gesprek tussen ouders en kinderen door dr. T. Moyson:

  1. Zorg dat het nieuws je dag niet beheerst: check het op maximaal 2 momenten.
  2. Maak een ‘niet storen’ of ’time out’ kaart en spreek af dat je hem dan ook niet stoort.
  3. Praten hoeft niet altijd. Als je kinderen er niet veel met bezig zijn volstaat het om te zeggen dat er een virus is en dat we binnen blijven om anderen niet aan te steken.
  4. Met jonge kinderen kun je ook zo praten: ‘Vertel of teken wat er deze dagen voor nieuws of leuks gebeurde.’

Lees hier alle interviews terug: deel 1 (antropoloog Jitske Kramer), deel 2 (ervaringsdeskundige Sarike de Zoeten) en deel 4 (directeur Expertisecentrum Familiezorg Klaartje van Montfort).

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.