Direct naar content

De huidige fiscale regels voor de hypotheekrenteaftrek voor het eigen huis zijn veel te ingewikkeld. Ze zijn niet goed houdbaar, controleerbaar, uitvoerbaar en handhaafbaar. Dat blijkt uit recent onderzoek naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze regels door SEO en naar de complexiteit daarvan door Panteia.

Er zijn suggesties gedaan die het einde van de huidige hypotheekrenteaftrek betekenen. In dit blog ga ik nader in op de beide eindrapporten van deze onderzoeksbureaus en de kabinetsreactie daarop. Wat kunnen we verwachten en wanneer?

Veel belastingbetalers maken gebruik van hypotheekrenteaftrek

Huizenbezitters kunnen – tegenover de bijtelling van het eigenwoningforfait – onder bepaalde voorwaarden de (rente)kosten van de financiering van hun eigen huis in mindering brengen op hun belastbare inkomen in box 1. Daardoor betalen zij in principe minder inkomstenbelasting. Circa 4,2 miljoen huishoudens maken gebruik van deze eigenwoningregeling.

Waarom zijn de regels zo complex?

Deze huidige fiscale regels voor de hypotheekrenteaftrek blijken volgens genoemd recent onderzoek niet alleen complex voor de belastingbetalers met een eigen huis, maar ook voor professionals die zich in de dagelijkse praktijk met deze regels bezighouden. Denk aan hypotheekadviseurs, belastingadviseurs, financiële instellingen (zoals banken) en belastinginspecteurs. De complexiteit heeft een aantal belangrijke oorzaken, in ieder geval:

  • de stapeling van deelregelingen; en
  • de invloed van zogenoemde life events.

Deelregelingen

De wetgever heeft diverse deelregelingen toegevoegd aan de bestaande regels voor de hypotheekrenteaftrek, om (politieke) beleidsdoelen na te streven. Vooral de regelingen waarbij de hoogte van de fiscale eigenwoningschuld of van de aftrekbare rente een rol speelt, zorgen voor complexiteit. Denk bijvoorbeeld aan de kwalificatie van de eigenwoningschuld inclusief aflossingseis en overgangsrecht, de bijleenregeling en de 30-jaarstermijn voor aftrek.

Life events

De complexiteit doet zich vooral voor bij life events als aankoop eerste woning, samenwonen, uit elkaar gaan, verhuizen en aanpassing financiering. Het is extra complex als life events zich gelijktijdig of kort achter elkaar voordoen bij een belastingbetaler. Bij vrijwel alle life events is er een samenloop van bovengenoemde deelregelingen. En vaak zijn de fiscale gevolgen van keuzes, vooral als emoties een grote rol spelen, pas duidelijk bij het invullen van de aangifte inkomstenbelasting. Bij ‘scheiden’ zijn de fiscale problemen het grootst.

Pleisters plakken, helpt niet meer

“Bovenal is er behoefte aan rust op het gebied van de eigenwoningregeling, maar ‘niets doen’ is eigenlijk geen optie. Er moet worden gestopt met pleisters plakken; eventuele aanpassingen moeten leiden tot een eenvoudiger regeling, in plaats van te zorgen voor nieuwe complexiteit.” Dat is een belangrijke constatering in één van de eindrapporten. Er zijn dan ook andere fiscale regels nodig voor de hypotheekrenteaftrek. Dat is niet eenvoudig, omdat veel deelregelingen met elkaar samenhangen. Een belangrijke aanbeveling is om bij een aanpassing van de regels niet opnieuw gegevens te introduceren die belastingbetalers lang moeten bewaren.

Er zijn suggesties gedaan…:

  • ter verbetering van voorlichting en communicatie;
  • als oplossing voor het gebrek aan beschikbare gegevens;
  • waarvoor een aanpassing van deelregelingen nodig is; en
  • waarvoor ingrijpende aanpassingen in de regelgeving nodig zijn of stelselveranderingen.

Aanpassing in de deelregelingen

Een van de suggesties is om de hypotheekrenteaftrek te beperken tot een maximale hypotheekschuld, eventueel gekoppeld aan het vrijgeven van de leningsvorm. Dan hoeft men niet meer verplicht terug te betalen op de geldlening tijdens de looptijd, daar waar dat nu wel moet voor de renteaftrek. Een andere suggestie is het afschaffen van deelregelingen, zoals de bijleenregeling, het overgangsrecht voor oude hypotheken en het afschaffen of veranderen van de aflossingseis.

Enkele suggesties waarvoor ingrijpende aanpassingen nodig zijn

  • het eigen huis met schulden verplaatsen naar box 3;
  • een afzonderlijke regeling voor het eigen huis in een nog te introduceren box 4; of
  • defiscalisering van het eigen huis.

Verplaatsen eigen huis naar box 3

Als het eigen huis van box 1 naar box 3 ‘verhuist’, dan is het eigen huis een investeringsgoed geworden. In box 3 is er geen hypotheekrenteaftrek. Dan is de WOZ-waarde van het eigen huis belast in box 3. Een basisvrijstelling voor vermogen dat in het eigen huis is geïnvesteerd, kan ervoor zorgen dat eigenwoningbezit gestimuleerd blijft. De hypotheekschuld is dan een schuld in box 3. Als het vermogen in box 3 alleen door de hypotheekschuld negatief is, zou een verrekening kunnen plaatsvinden met de belastingheffing in box 1 of box 2. Eventuele vermogensopbouwproducten kunnen dan ook in box 3 worden belast, mogelijk na toepassing van een vrijstelling. Veel deelregelingen kunnen dan vervallen, terwijl extra maatregelen mogelijk nodig  zijn bij verhuizen, echtscheiding, uitzending en opname in een zorginstelling. Afhankelijk van de vormgeving kan het verplaatsen van het eigen huis naar box 3 zorgen voor minder complexiteit. Daarnaast kunnen de verschillen tussen de koop- en de (commerciële) huurmarkt dan verdwijnen.

Als extra maatregel is een ‘heffingskorting eigenwoningrente’ voorgesteld. In het eerste jaar van aankoop van het huis zou deze korting bijvoorbeeld 38% van de feitelijk betaalde rente kunnen zijn, daarna bijvoorbeeld ieder jaar steeds 1,25%-punt minder; na 30 jaar is er dan geen korting (renteaftrek) meer. Als maatregel om het eigenwoningbezit te bevorderen, kan men ook denken aan het verstrekken van subsidie.

Verplaatsen eigen huis naar een nieuwe box 4

Bij een verplaatsing van het eigen huis van box 1 naar een nog te introduceren box 4 zou sprake zijn van dezelfde gevolgen als bij de verplaatsing van het eigen huis van box 1 naar box 3. In de nieuwe box 4 is het dan mogelijk om gebruik te maken van een afwijkend belastingtarief ten opzichte van box 3.

Defiscalisering van het eigen huis

Het eigen huis is ook bij defiscalisering geen onderdeel meer van box 1. Maar gaat als consumptiegoed naar box 3 waar het volledig is vrijgesteld. Bij deze variant wordt het eigen huis zelf dan ook eigenlijk uit de fiscaliteit gehaald. Ook bij deze variant vervalt de hypotheekrenteaftrek. De hypotheekschuld is dan, als consumptieve schuld, een schuld in box 3. Eventueel kan de regering ook bij deze variant subsidie verstrekken. Defiscalisering zorgt voor veel minder complexiteit, zowel voor de Belastingdienst als voor de belastingbetalers met een huis en de hypotheekverstrekkers.

Wat vindt de regering ervan?

Het huidige kabinet-Rutte III wil minder complexe regels voor het eigen huis. Er moet een uitvoerbare en betaalbare regeling komen die recht doet aan de woonwensen van de burgers. Het kabinet wijst erop dat het al veel doet om belastingbetalers met een eigen huis en hun adviseurs te faciliteren. Bijvoorbeeld via campagnes zoals: ‘Voor wie verder wil, maar niet samen’ en informatiesites zoals: ‘Woning kopen: wat moet ik regelen?’ En dat het al stappen heeft gezet om de fiscale tegemoetkoming van de hypotheekrenteaftrek stapsgewijs te verminderen met het oog op een stabiele woningmarkt met minder schuldopbouw en een vermindering van de budgettaire impact die doorwerkt in de huizenprijzen. Het kabinet vindt bovenstaande aanbeveling om bij een aangepaste regeling niet opnieuw gegevens te introduceren die belastingbetalers lang moeten bewaren, raadzaam. Een volgend kabinet moet nadere stappen zetten, zo staat in de kabinetsreactie.

Einde hypotheekrenteaftrek in zicht?

Uit het onderzoek blijkt dat een fundamentele verandering binnen 3 tot 5 jaar operationeel kan zijn, rekening houdend met nader onderzoek, het maken van politieke keuzes en de tijd die het Ministerie van Financiën en de Belastingdienst nodig hebben om zich op de nieuwe regels goed te kunnen voorbereiden. Is het einde van de hypotheekrenteaftrek in zicht? Ja, want na 30 jaar renteaftrek is daar sprake van. De eerste 30-jaarstermijnen lopen op 1 januari 2031 af. Maar misschien komt het einde van de hypotheekrenteaftrek in dit nieuwe decennium al? Het blijven interessante tijden, in ieder geval in fiscaal opzicht.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.