Direct naar content

Heeft u een eigen huis met een financieringsschuld? Dan zijn diverse fiscale aspecten belangrijk. Bijvoorbeeld de resterende periode van de hypotheekrenteaftrek. Hoelang en over welk bedrag heeft u daar nog recht op?

Zolang de hypotheekrenteaftrek in de wet staat, kunt u daar nog recht op hebben. Afhankelijk van uw situatie. Onder andere bij het aangaan van een huwelijk en een terugbetaling (aflossing) op de hypotheek kan het belangrijk zijn om de effecten goed in beeld te hebben.

30-jaarsperiode

Onder bepaalde voorwaarden zijn (rente)kosten van geldleningen voor het hoofdverblijf (hierna: 'hypotheekrente') gedurende 30 jaar aftrekbaar voor de inkomstenbelasting in box 1. Deze 30-jaarsperiode is op z’n vroegst ingegaan op 1 januari 2001. Bij geldleningen die eerder waren gesloten, telt de periode vóór 2001 namelijk daarvoor niet mee. Bij veel belastingbetalers eindigt de hypotheekrenteaftrek volgens de huidige regels dan ook (deels) op 1 januari 2031. Loopt de lening langer door? Dan gaat de schuld naar box 3. Huis en schuld gaan dan hun eigen weg, want het huis blijft in principe in box 1.

Eenvoudig

Het bepalen van de resterende periode voor de hypotheekrenteaftrek kan eenvoudig zijn. Stel dat A medio 2005 voor het eerst een huis heeft gekocht voor € 300.000. A is voor dat bedrag toen een hypothecaire geldlening aangegaan. Medio 2020 is de periode en het bedrag waarover nog hypotheekrenteaftrek mogelijk is – na 15 jaar – maximaal 15 jaar over € 300.000. Is de eigenwoningschuld later hoger? Dan kan voor zover de nieuwe eigenwoningschuld hoger wordt dan € 300.000 bij A een nieuwe periode van 30 jaar gaan lopen.

Aangaan huwelijk

Stel dat A uit ons voorbeeld medio 2020 met B gaat trouwen in algehele gemeenschap van goederen. B deelt dan bijvoorbeeld ook in de verstreken periode van de hypotheekrenteaftrek bij A. Bij zowel A als B is de periode en het bedrag waarover hypotheekrenteaftrek nog mogelijk is dan - medio 2020 - maximaal 15 jaar over € 150.000. Ook al heeft B geen hypotheekrenteaftrek geclaimd. Wat nu als A en B ervoor hadden gekozen om huwelijkse voorwaarden op te maken? Dan had dat in principe geen gevolgen voor de hypotheekrenteaftrek bij A en B, afhankelijk van de situatie.

Terugbetaling op geldlening

C heeft medio 2003 voor het eerst een huis kocht voor € 250.000 en heeft voor dat bedrag een hypothecaire geldlening. C heeft in 2010 hierop € 25.000 terugbetaald aan de financier. De hypotheek was daarna dus € 225.000. Voor het bepalen van de resterende periode van de hypotheekrenteaftrek hield de wet vóór 2013 geen rekening met gedeeltelijke aflossingen. De terugbetaling in 2010 van € 25.000 in dit voorbeeld heeft dan ook geen invloed op het bedrag waarover nog aftrek mogelijk is de komende jaren. Medio 2020 is de periode en het bedrag waarover nog hypotheekrenteaftrek mogelijk is – na 17 jaar – maximaal 13 jaar over € 250.000. Is de eigenwoningschuld later hoger? Dan kan voor zover de nieuwe eigenwoningschuld hoger wordt dan € 250.000 bij C een nieuwe periode van 30 jaar gaan lopen.

U heeft wellicht gemerkt dat (dit gedeelte van) de eigenwoningregeling behoorlijk ingewikkeld is. En het wordt nog complexer wanneer nieuwe gebeurtenissen optreden. De fiscale gevolgen moet u dan opnieuw (laten) toetsen in samenhang met het verleden. De huizenbezitter met een financiering kan het dan ook maar beter vooraf goed regelen, samen met zijn/haar sparringpartner en fiscaal adviseur.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.