Direct naar content
3 min. leestijd

In september 2019 kwam het huidige kabinet-Rutte III met een nieuw plan om de belastingheffing over uw vermogen in box 3 te wijzigen per 2022. Het kabinetsplan is bedoeld om spaarders tegemoet te komen. Zij betalen immers de laatste jaren inkomstenbelasting over rendement dat zij niet hebben genoten. Het plan heeft uiteraard ook gevolgen voor beleggers. Daarover gaat ook de kritiek. Wat kunnen we verwachten?

Kabinetsplan staat nog niet vast

De status van het kabinetsplan is sinds de bekendmaking daarvan onveranderd gebleven. Het is een plan, geen wetsvoorstel. Het wetsvoorstel verwachten we rond de zomer van 2020.

In oktober 2019 reageerde de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) al kritisch op het kabinetsplan. Onlangs kwam ook de Autoriteit Financiële Markten (AFM) met belangrijke nadelen. Het is de vraag of deze kritiek gevolgen heeft voor het wetsvoorstel.

Belangrijkste punten kabinetsplan box 3 per 2022

  • Eerst wordt bepaald of uw bezittingen in box 3 in totaal meer bedragen dan circa €30.000; dit komt overeen met het huidige heffingvrije vermogen. Als het totaal lager is, dan betaalt u per 2022 geen inkomstenbelasting meer over uw vermogen in box 3.
  • Als het totaal van uw bezittingen in box 3 hoger is dan circa €30.000, wordt op individueel niveau gekeken naar de werkelijke verdeling van het box 3-vermogen over de categorieën spaargeld, overige bezittingen en schulden.
  • Iedere categorie kent een eigen forfaitair rendement dan wel leenrente. Op basis van de cijfers van 2020 is dit voor 2022 voor spaargeld 0,10%, voor overige bezittingen 5,28% en de forfaitaire leenrente voor schulden is dan 3,03%.
  • Er komt een heffingvrij inkomen van €400. Dit komt overeen met €400.000 aan spaargeld (= €400.000 x 0,10% = €400); voor fiscaal partners gelden dubbele bedragen. Als dit heffingvrij inkomen met spaargeld is verbruikt, dan moet u vanaf de eerste euro aan beleggingen inkomstenbelasting betalen in box 3.
  • Het tarief in box 3 gaat per 2022 van 30% naar 33%.

Wat is de kritiek?

Volgens de NVB zou een forfaitair rendement van 5,28% een onevenredig zware last betekenen voor degenen die op lange termijn vermogen willen opbouwen. Dat gold volgens de NVB begin oktober 2019 al, maar zeker bij toekomstige marktdalingen. Overigens ging de AFM in maart 2020 uit van een stijging van genoemde 5,28% met 40 basispunten naar 5,68% voor 2022.

De AFM waarschuwt onder andere voor risico’s voor onwenselijke gedragsveranderingen door (potentiële) beleggers. Als per 2022 wordt gekeken naar de werkelijke verdeling van het vermogen over spaargeld, overige bezittingen en schulden kan daardoor de hoogte van de belasting mogelijk onderdeel van de beleggingsbeslissing worden, volgens de AFM.

De AFM schrijft: “De keuze voor een defensieve belegging wordt zo uiterst onaantrekkelijk, zo niet zinloos. Beleggers worden dan mogelijk aangezet risicovoller te beleggen, bijvoorbeeld in hefboomproducten of buiten AFM-toezicht. Anderzijds kunnen beleggers ontmoedigd raken om te (beginnen met) beleggen.” en “Vooral defensievere beleggers zullen waarschijnlijk een werkelijke belastingdruk hebben van ruim boven de 33%.”

Daarnaast vraagt de AFM zich af waarom de regering in het kabinetsplan uitgaat van het brutorendement in plaats van het nettorendement, na vermindering met beleggingskosten. De AFM schrijft: “Een belegger kan de beleggingsresultaten immers niet behalen zonder hiervoor kosten te maken. De AFM schat de gemiddelde beleggingskosten in Nederland op ruim 1% per jaar. Dit heeft dus een grote impact op het nettorendement van een belegger.”

Hoe nu verder?

De regering gaat het plan voor box 3 verder uitwerken. Zo komen er in ieder geval nog maatregelen die belastingontwijking moeten voorkomen. En dan moet de regering een meerderheid zien te krijgen voor het wetsvoorstel in ons parlement.

Vorig jaar leek het er in ieder geval op dat er al een brede meerderheid in ons parlement aanwezig is voor het kabinetsplan. Voor wat het waard is: de toenmalige staatssecretaris Snel (D66) van Financiën bedankte in zijn antwoorden op Kamervragen expliciet de Tweede Kamerfracties van VVD, CDA, D66, GroenLinks en SGP voor hun positieve houding tegenover het plan. Als deze partijen ook straks met het wetsvoorstel instemmen, zou samen met coalitiepartij ChristenUnie die meerderheid daarvoor er dan al zijn. We wachten het af.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.