Direct naar content
2 min. leestijd

Op Prinsjesdag heeft de regering belastingplannen bekendgemaakt. Het gaat om voorstellen voor nieuwe fiscale wetgeving, waaronder een aantal nieuwe fiscale cijfers. Denk bijvoorbeeld aan nieuwe tarieven in box 1 van de inkomstenbelasting waarin het belastbaar inkomen uit werk en woning wordt belast. Vorig jaar stelde ons parlement onder andere al veel fiscale cijfers voor 2020 vast. Maar de regering wil opnieuw  cijfers aanpassen. Hieronder meer hierover.

Box 1 van de inkomstenbelasting

Het kabinet wil duidelijk de belastingdruk op arbeid verlagen. De grootste verrassing van Prinsjesdag was dat de sociale vlaktaks in box 1 van de inkomstenbelasting al in 2020 komt, in plaats van in 2021. De sociale vlaktaks is een tweeschijvenstelsel met een basistarief en een toptarief. Belastingbetalers die de AOW-leeftijd hebben bereikt, krijgen een drieschijvenstelsel met een (lager) basistarief; zij betalen namelijk geen AOW-premie.

Hieronder staan de tarieven in box 1 in 2020 zoals die nu zijn voorgesteld voor belastingbetalers die jonger zijn dan de AOW-leeftijd (zie tabel 1) en voor belastingbetalers die de AOW-leeftijd al hebben bereikt (zie tabel 2). Binnenkort weten we of dit de definitieve cijfers zijn voor box 1 in 2020.

2020 Jonger dan AOW-leeftijd
Bij een belastbaar inkomen uit werk en woning van méér dan maar niet meer dan is het gecombineerde

tarief (inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen)

€ – € 68.507 37,35%
€ 68.507 € – 49,50%

Tabel 1. Tarieven inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen in box 1 in 2020 voor belastingbetalers jonger dan AOW-leeftijd.

2020 Vanaf AOW-leeftijd
Bij een belastbaar inkomen uit werk en woning van méér dan maar niet meer dan is het gecombineerde

tarief (inkomstenbelasting en

premies volksverzekeringen)

€ – € 34.712 /

€ 35.375 *

19,45%
€ 34.712 / € 35.375 * € 68.507 37,35%
€ 68.507 € – 49,50%

Tabel 2. Tarieven inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen in box 1 in 2020 vanaf AOW-leeftijd.

* Voor belastingbetalers die zijn geboren vóór 1946 geldt in de tweede en derde

schijf het bedrag van € 35.375 in plaats van € 34.712.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.