Direct naar content

Wie op zoek is naar een (nieuwe) partner, zal niet snel vragen naar zijn of haar ‘woninghistorie’, of meer fiscaal: ‘eigenwoningverleden’. Meestal is dat ook niet verstandig om dat (snel) te doen. Al kan het in bepaalde situaties voor de hypotheekrenteaftrek wel veel uitmaken als je samen een huis gaat kopen. De goedkeuring in het besluit van de Staatssecretaris van Financiën uit 2018 maakt deze vraag overigens in bepaalde situaties minder belangrijk.

In welke situaties kunt u het besluit toepassen?

Het besluit geeft een uitwerking van de situatie waarbij partners samen een huis kopen in een 50%-50%-verhouding. Ook de financieringsschuld gaan ze in deze verhouding aan. De uitkomst kan dan zijn dat zij een stuk hypotheekrenteaftrek – aftrekbare (rente)kosten in box 1 voor het hoofdverblijf – mislopen, ervan uitgaande dat deze uitkomst voor deze partners niet gewenst is. Dat kan anders zijn in andere situaties.

Waarom lopen deze partners een stuk hypotheekrenteaftrek mis?

Deze partners kunnen een stuk hypotheekrenteaftrek missen omdat zij onderling geen afdoende afspraken hebben gemaakt om deze niet gewenste uitkomst te voorkomen. Uit het besluit blijkt overigens niet duidelijk om wat voor soort afspraken het dan zou moeten gaan. Er staat alleen dat het gaat om afspraken tussen partners waarbij zij bijvoorbeeld het huis in een afwijkende eigendomsverhouding kopen. Of afspraken tussen partners over de interne draagplicht van de schulden die zij gezamenlijk zijn aangegaan.

Ander ‘eigenwoningverleden’

Het gaat er dus om dat partners, zonder de hierboven bedoelde afspraken, in een situatie kunnen belanden met minder hypotheekrenteaftrek dan zij verwachtten. Die situatie ontstaat bijvoorbeeld doordat de ene partner al eerder een eigen huis en een financiering met hypotheekrenteaftrek had, en misschien ook winst heeft behaald op dat huis. De andere partner had dat bijvoorbeeld niet. Voor deze partners gelden dan niet dezelfde fiscale regels voor de hypotheekrenteaftrek.

Wat betekent dat concreet?

In het besluit staat het volgende voorbeeld.

A en B kopen samen een huis.

A had al eerder een eigen huis en heeft al 5 jaar hypotheekrenteaftrek genoten. A heeft bij de verkoop van dat huis een winst behaald van € 50.000. A had op zijn vorige huis een financiering die nog onder de oude fiscale regels voor de hypotheekrenteaftrek (van vóór 2013) viel. A kan daardoor in principe voor een gedeelte aflossingsvrij blijven lenen voor diens aandeel in het nieuwe huis zonder dat A hypotheekrenteaftrek verliest. Maar A moet ook rekening houden met de verkoopwinst van € 50.000.

B had nog niet eerder een eigen huis. Voor B gelden de huidige regels voor de hypotheekrenteaftrek. Zo moet B hiervoor onder andere in maximaal 30 jaar de hele hypotheek terugbetalen, tijdens de looptijd, volgens een vastgelegde, minimaal annuïtaire aflossingsverplichting.

Het nieuwe huis van A en B kost € 200.000. Ze financieren dit met de winst van € 50.000 van A op diens vorige huis, een gezamenlijke aflossingsvrije hypotheek van € 100.000 en een gezamenlijke annuïtaire hypotheek van € 50.000.

Nu A en B geen nadere afspraken hebben gemaakt over de wijze van toedelen van de leningdelen, zijn beide leningen ieder voor de helft aan A en B toegerekend. A en B krijgen dus ieder de helft van de aflossingsvrije hypotheek en de helft van de annuïtaire hypotheek.

Nu B ook een gedeelte van de aflossingsvrije hypotheek krijgt toegerekend, heeft B geen hypotheekrenteaftrek over diens aandeel in die aflossingsvrije hypotheek (1/2 x € 100.000). Die schuld zit bij B dan ook in box 3. Daarnaast is van belang dat A maximaal € 50.000 kan lenen met hypotheekrenteaftrek (= € 100.000 -/- € 50.000, vanwege de winst op het vorige huis van € 50.000). De resterende lening van A (€ 25.000) zit daardoor bij A in box 3.

Wat betekent de goedkeuring in het besluit?

Het besluit biedt een mogelijkheid om te kiezen voor een andere uitkomst. Deze goedkeuring zorgt er kortweg voor dat A en B hun ‘eigenwoningverleden’ delen als aan de voorwaarden is voldaan.

Daardoor kan het hele bedrag van de financiering bij A en B – in totaal € 150.000 in dit voorbeeld – een eigenwoningschuld worden waar hypotheekrenteaftrek voor mogelijk is. Maar de goedkeuring heeft ook invloed op de resterende periode van de hypotheekrenteaftrek bij beide partners (!). In het besluit is dat nader uitgewerkt. Gebruikmaken van de fiscale regels voor de hypotheekrenteaftrek van vóór 2013 betekent namelijk ook vaak: gebruikmaken van de reeds lopende 30-jaarstermijn op deze lening. Voordat u de keuze voor de goedkeuring zou maken, kunt u dan ook beter het totale plaatje (laten) bekijken.

Hoe kunnen partners om de goedkeuring vragen?

A en B kunnen samen om de goedkeuring in het besluit vragen in hun aangifte inkomstenbelasting. Dit kan door de overwaarde van A in diens vorige huis en de aftrekbare hypotheekrente toe te delen zoals het besluit weergeeft. Of hier nog aanvullende richtlijnen voor komen, is nog niet duidelijk. De goedkeuring geldt ook voor latere jaren en werkt daardoor ook door op mogelijke latere situaties, bijvoorbeeld wanneer partners weer uit elkaar gaan. In principe kan de goedkeuring op verzoek ook met terugwerkende kracht gelden voor vergelijkbare situaties van niet langer dan 5 jaar geleden, als aan de voorwaarden is voldaan.

Fiscaal partnerschap is voldoende

Bovengenoemde goedkeuring zorgt voor een hogere eigenwoningschuld in box 1 bij A en B samen dan voortvloeit uit de huidige wettelijke regeling. In bepaalde situaties zal deze goedkeuring gunstig uitpakken voor fiscaal partners. Het maakt daarbij niet uit of het samenwoners zijn, geregistreerd partners of gehuwde partners en onder welk huwelijksgoederenregime zij zijn gehuwd. Door de gezamenlijke aankoop van het huis zijn ze fiscaal partners van elkaar. Als daarvoor maar sprake is van een 50%-50%-eigendoms- en schuldverhouding tussen hen. Bij een andere verhouding moeten de partners hun situatie eerst (laten) voorleggen aan de Belastingdienst.

Financieringsschuld in box 3?

Er zijn ook situaties denkbaar waarin belastingbetalers hun financieringsschuld voor hun eigen huis juist liever (zoveel mogelijk) in box 3 aanhouden. Bijvoorbeeld als zij veel vermogen in box 3 bezitten en zij geen voordeel van de hypotheekrenteaftrek hebben. Dan is een beroep op het besluit misschien niet wenselijk. Dat is maar één voorbeeld.

Het nieuwe besluit biedt mogelijkheden, maar het blijft maatwerk. Let dus vooral op als u een partner met een andere woninghistorie heeft. Laat u in ieder geval goed adviseren over wat in uw situatie passend is.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.