Direct naar content
5 min. leestijd

De Tweede Kamer heeft eerder al ingestemd met het wetsvoorstel Uitfasering pensioen in eigen beheer. De Eerste Kamer heeft op 7 maart eveneens ingestemd met dit wetsvoorstel. Dit betekent dat de nieuwe wet vanaf 1 april 2017 van kracht wordt.

Vanaf 1 april 2017 tot en met 31 december 2019 heeft de DGA enkele opties wat te doen met zijn reeds opgebouwde pensioen in eigen beheer. Heeft u een medeaandeelhouder? Dan is het goed te weten wat haar of zijn rol is in uw besluitvorming en wat de mogelijke gevolgen zijn van uw besluit voor uw medeaandeelhouder.

In dit stuk informeren wij u over een aantal mogelijke aandachtspunten. Wilt u zekerheid omtrent de afwikkeling van uw pensioen en/of de overige aandachtspunten? Bespreek onderstaand dan met uw eigen adviseur of accountant.

Wat kan de DGA doen met zijn PEB?

De DGA heeft vier opties wat te doen met zijn opgebouwde pensioen in eigen beheer:

(a) binnen de BV als premievrij pensioen voortzetten,

(b) overdragen naar een verzekeraar (waar verdere opbouw is toegestaan),

(c) in de periode 2017-2019 omzetten in een OudeDagsVerplichting (ODV) of

(d) in de periode 2017-2019 met fiscale korting afkopen.

In een ander blog gaan we in op de voor- en nadelen van deze mogelijkheden.

Geen goedkeuring van medeaandeelhouder nodig

De DGA hoeft volgens de wet aan de medeaandeelhouder(s) geen goedkeuring te vragen voor het besluit wat te doen met het pensioen in eigen beheer. Van de (ex-)partner is goedkeuring vooraf wel vereist. Meer informatie hierover leest u hier [doorverwijzen naar blog de (ex-)partner]

Waarde aandelen stijgt bij afkoop en omzetten ODV

Als de DGA besluit zijn pensioen af te kopen of om te zetten in een ODV stijgt de waarde van de aandelen. Aan de hand van een sterk vereenvoudigd voorbeeld leggen we dat uit:

De fiscale balans ziet er als volgt uit:

Fiscale balans X BV
Activa Passiva
Diverse activa € 600.000 Eigen Vermogen € 400.000
Pensioenvoorziening € 200.000
Totaal € 600.000 Totaal € 600.000

 

De commerciële balans ziet er als volgt uit:

Commerciële balans X BV
Activa Passiva
Diverse activa € 600.000 Eigen Vermogen € 0
Pensioenvoorziening € 600.000
Totaal € 600.000 Totaal € 600.000

 

Toelichting: op grond van de fiscale balans zou men kunnen denken dat de aandelen van de BV X  € 400.000 waard zijn. Dat is niet zo. Dat komt doordat de werkelijke waarde van de pensioenaanspraken geen € 200.000 is, maar € 600.000. Anders gezegd: wanneer de opgebouwde pensioenaanspraken commercieel worden gewaardeerd, dan is hiervoor € 600.000 nodig. Dat betekent in dit voorbeeld dat er € 400.000 meer nodig is voor het pensioen dan er op de fiscale balans is gereserveerd, zodat de waarde van de aandelen feitelijk € 0 bedraagt. Het verschil van € 400.000 wordt ook wel de dividendklem genoemd.

Bij omzetten naar de ODV vervalt deze dividendklem. De commerciële balans in dit voorbeeld wordt dan hetzelfde als de fiscale balans. De waarde van de aandelen is dus met € 400.000 gestegen.

Bij afkoop vervalt de dividendklem eveneens. De gehele fiscale pensioenvoorziening verdwijnt van de balans. Een deel van dit bedrag moet aan de Belastingdienst worden betaald (loonbelasting). Een ander gedeelte aan de DGA. De waarde van de aandelen van de BV wordt hierdoor “ineens” € 400.000 hoger.

Aandelen geheel of gedeeltelijk in andere handen

Door het bovenstaande voorbeeld wordt duidelijk dat, zolang er sprake is van pensioen in eigen beheer, de commerciële waardering daarvan de waarde van de aandelen drukt. De DGA zou dan kunnen overwegen om de aandelen geheel of gedeeltelijk over te dragen naar bijvoorbeeld zijn kinderen. Een latere beslissing voor afkoop of omzetting in ODV zou dan tot gevolg hebben dat de aandelen bij die kinderen ineens meer waard worden.

Staatssecretaris Wiebes heeft dit in zijn Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel voorzien en daarover bepaald dat dit als een fictieve schenking wordt aangemerkt. Dat betekent dat over de waardevermeerdering bij de andere aandeelhouders schenkbelasting verschuldigd is.

Gevolgen voor de praktijk bij andere situaties PEB

In de praktijk zijn er ook andere situaties denkbaar waarin de aandelen geheel of gedeeltelijk in andere handen zijn dan alleen bij de DGA. Ook dan heeft men met deze problematiek te maken. We noemen hier twee voorbeelden.

Stel dat een medeaandeelhouder uit het eerdere voorbeeld 25% van de aandelen bezit. Deze aandeelhouder ziet dus de waarde van haar of zijn aandelenpakket met € 100.000  stijgen.  Moet de medeaandeelhouder dan schenkbelasting betalen voor deze waardestijging?

Nog een voorbeeld:

Stel een BV heeft vier aandeelhouders. Alle aandeelhouders hebben 25% van de aandelen in hun bezit. De aandeelhouders verschillen enkele jaren in leeftijd. Allen besluiten ze om hun pensioenaanspraak om te zetten in een ODV omdat dit voor hun fiscaal het meest gunstig is en niet om een medeaandeelhouder de bevoordelen. Op het moment dat er invulling wordt gegeven aan dit besluit zullen de aandelen in waarde stijgen. Voor de een zal dat meer voordeel opleveren dan voor de ander.

Uw specifieke situatie voorafgaand aan uw besluit voorleggen aan de bevoegd belastinginspecteur om te toetsten of  er al dan niet sprake is van schenking  in de ogen van de belastinginspecteur,  kan verrassingen voorkomen.

 

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.