Direct naar content

Er komt belangrijke wetgeving voor onder andere de BV, NV, commanditaire vennootschap (CV), stichting en vereniging. Deze verplichting vloeit voort uit Europese regels. Het gaat om het inwinnen, bijhouden en (tijdig) centraal registreren van bepaalde toereikende, accurate en actuele informatie over de uiteindelijk belanghebbende(n). In het Engels: ‘ultimate beneficial owner(s)’, afgekort tot UBO(‘s).

De registratie van bovengenoemde UBO’s moet in beeld brengen wie er binnen de organisatie aan de touwtjes trekt, al dan niet achter de schermen. Personen mogen zich immers niet achter een organisatie kunnen verschuilen om het financiële stelsel te gebruiken voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering.

In mijn andere blog leest u meer over de stand van zaken over het UBO-register bij onder andere het fonds voor gemene rekening en de trust.

Ingangsdatum nieuwe wetgeving

Het wetsvoorstel voor de invoering van dit UBO-register voor de BV etc. is inmiddels aangenomen in zowel de Tweede Kamer (december 2019) als in de Eerste Kamer (juni 2020). Uit de brief van de ministers Grapperhaus (CDA) van Justitie en Veiligheid en Hoekstra (CDA) van Financiën van juli 2020 blijkt dat dit register naar verwachting op 27 september 2020 in werking treedt.

Bestaande organisaties die de verplichte informatie moeten geven, moeten dat binnen 18 maanden na de ingangsdatum doen bij de Kamer van Koophandel. Voor nieuwe situaties geldt een veel kortere periode, namelijk binnen één week. Hieronder leest u meer over enkele belangrijke aandachtspunten over het UBO-register.

Wie is/zijn UBO?

De UBO is altijd een natuurlijk persoon, een mens. Bijvoorbeeld een BV (een rechtspersoon) kan daarom zelf geen UBO zijn. Een vennootschap of andere organisatie kan één of meerdere UBO’s hebben.

In het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 (zie artikel 3) staat per type vennootschap of andere organisatie wie in elk geval UBO is. Het gaat dan in principe om degene die direct of indirect voor meer dan 25% eigenaar is of voor meer dan 25% zeggenschap heeft. Als er dan nog geen UBO is, dan is het hoger leidinggevend personeel UBO (pseudo- of quasi-UBO).

Het gaat om de UBO van een in Nederland opgerichte vennootschap of andere organisatie die een van de volgende rechtsvormen heeft:

  • Een BV of een NV (behalve beursgenoteerde vennootschappen waarvoor al bepaalde openbaarmakingsvereisten gelden, inclusief de 100%-dochtermaatschappij), een Europese NV met de statutaire zetel in Nederland en een Europese coöperatieve vennootschap met de statutaire zetel in Nederland;
  • Een kerkgenootschap;
  • Een vereniging, een vereniging van eigenaars, een onderlinge waarborgmaatschappij, een coöperatie of een stichting;
  • Een maatschap, een commanditaire vennootschap, een vennootschap onder firma, een rederij of een Europese economisch samenwerkingsverband;
  • Overige privaatrechtelijke rechtspersonen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van de Handelsregisterwet 2007 (zoals gilden en hofjes).

In de Nadere Memorie van Antwoord van 29 mei 2020 is minister Hoekstra ingegaan op een aantal situaties, zoals bij een uitkering bij een stichting, cumulatief preferente aandelen en aandelen in een huwelijksgemeenschap:

Stichting
Minister Hoekstra: “Wanneer een stichting uit haar jaarstukken opmaakt dat een uitkering aan een bepaalde begunstigde in het voorafgaande jaar kwalificeert als meer dan 25% van het voor uitkering vatbare deel van het vermogen, dient zij deze begunstigde als UBO te registreren. Er is geen minimale termijn verbonden aan het zijn van een UBO en een begunstigde is ook niet een UBO voor een bepaald jaar. Zodra de stichting, bijvoorbeeld aan de hand van haar jaarstukken, vaststelt dat deze begunstigde in het voorafgaande jaar niet langer een uitkering ontvangt die meer dan 25% van het voor uitkering vatbare bedrag bedraagt, dient zij deze begunstigde niet langer te registreren.”

Cumulatief preferente aandelen
Minister Hoekstra: “Van cumulatief preferente aandelen is sprake indien, naast uitkering van het percentage dat ziet op het huidige boekjaar, de aandelen ook recht geven op uitkering van het percentage dat bij gebrek aan winst in de voorgaande jaren niet kon worden uitgekeerd. Als aan de houder van cumulatief preferente aandelen geen dividend kan worden uitgekeerd, dan behoudt hij het recht op dit dividend. Dit houdt in dat als er op enig moment weer sprake is van voldoende vrij vermogen, dat dit achterstallige dividend op dat moment alsnog moet worden uitgekeerd. De kwalificatie als UBO kan daarmee afhangen van de hoogte van de dividenduitkering ten opzichte van het bedrag dat wordt uitgekeerd. Wanneer de aandeelhouder zijn aandelen al heeft verkocht aan een ander voordat het bedrag dat wordt uitgekeerd is vastgesteld, ligt het niet voor de hand dat de aandeelhouder met terugwerkende kracht als UBO zou moeten worden geregistreerd op basis van later uitgekeerde achterstallige dividend aan degene aan wie hij zijn aandelen heeft verkocht.”

Huwelijksgemeenschap
Minister Hoekstra: “Bij een aandelenbezit van 100% dat in de huwelijksgemeenschap valt, brengt het huwelijksvermogensrecht mee dat ieder van de echtgenoten gerechtigd is tot de aandelen, net als elk ander goed dat op grond van artikel 1:94 lid 2 BW in de huwelijksgemeenschap valt. De in gemeenschap van goederen gehuwde partner van een enig aandeelhouder is daarmee gerechtigd tot die aandelen, maar zal in de praktijk geen zeggenschapsrechten kunnen uitoefenen zolang die partner niet als zodanig bekend is bij de vennootschap. Deze Implementatiewet beoogt dat de in gemeenschap van goederen gehuwde partner niet, naast zijn of haar partner die alle aandelen in het kapitaal van de vennootschap houdt, enkel om die reden ook als UBO dient te worden gekwalificeerd. In het geval van een in gemeenschap van goederen gehuwde partner volstaat de UBO registratie van alleen de aandeelhouder met meer dan 25% van de aandelen in het kapitaal van de vennootschap, die als zodanig bekend is bij de vennootschap. De regering kan verder bevestigen dat de Kamer van Koophandel het huwelijksregime bij een enig aandeelhouder niet meeneemt in het handelsregister.”

Om welke informatie gaat het?

Volgens de nieuwe wetgeving moeten alle vennootschappen en andere organisaties (zie hierboven onder ‘Wie is/zijn UBO?’) de volgende informatie over hun UBO’s inwinnen, bijhouden en voorhanden hebben:

  1. als dat is toegekend het burgerservicenummer (BSN);
  2. als dat is toegekend door de woonstaat van de UBO – een buitenlands fiscaal identificatienummer;
  3. de naam, de geboortemaand en het geboortejaar, de woonstaat en de nationaliteit;
  4. de geboortedag, de geboorteplaats, het geboorteland en het woonadres;
  5. de aard en omvang van het door de uiteindelijk belanghebbende gehouden economische belang
  6. afschrift van documentatie waardoor de identiteit van de UBO (zie de punten 1 tot en met 4) is geverifieerd;
  7. afschrift van documentatie waarmee de aard en omvang van het door de UBO gehouden economische belang wordt aangetoond.

Niet alle vennootschappen en andere organisaties zijn registratieplichtig

De registratieplicht van deze informatie geldt niet voor alle hierboven genoemde vennootschappen en andere organisaties. Deze registratieplicht geldt namelijk niet voor de vereniging van eigenaars en de overige privaatrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van de Handelsregisterwet 2007 (zie hierboven). Zij moeten zij wel UBO-informatie inwinnen en bijhouden.

Niet alle informatie is voor iedereen toegankelijk

Belangrijk is ook dat niet alle in bovengenoemde paragraaf genoemde UBO-informatie straks voor iedereen openbaar toegankelijk is. Dat geldt wel voor de informatie die hierboven is vermeld bij de nummers 3 en 5. Bij punt 5 wordt overigens niet de exacte omvang van het belang openbaar toegankelijk (bij percentages aandelen, stemrecht of eigendom). In plaats daarvan zullen de volgende bandbreedtes worden vermeld: ‘meer dan 25% tot 50%’, ‘van 50% tot 75%’ en ‘van 75% tot en met 100%’, zonder geldbedragen. Nieuwgierige speurders kunnen niet zoeken op een natuurlijk persoon.

Informatie afschermen

Er zijn privacy waarborgen voor UBO-informatie die voor iedereen toegankelijk is (behalve punt 5). Op verzoek kan de Kamer van Koophandel UBO-informatie zo veel mogelijk afschermen als aantoonbaar sprake is van één van volgende situaties: blootstelling aan een onevenredig risico, een risico op fraude, ontvoering, chantage en dergelijke mits men is vermeld op een specifieke beschermingslijst. Of als sprake is van minderjarigheid en bij handelingsonbekwaamheid (bewind of curatele).

Uw situatie

Het kan raadzaam zijn met uw fiscalist af te stemmen of u ook als UBO moet worden aangemerkt. En of u actie moet ondernemen om informatie af te schermen. Hier leest u over de belangrijkste vragen over het UBO-register op de website van de Kamer van Koophandel. Onder andere op de pagina’s ‘UBO-registratie treedt binnenkort in werking’, ‘Enige verduidelijking omtrent UBO-registratie: vragen Eerste Kamer beantwoord’ en ‘Overzicht van de UBO-registratie in EU/EER’ van adviesorganisatie PwC leest u er ook meer over.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.