Direct naar content

Er is veel politieke en maatschappelijke aandacht voor de belastingheffing over het vermogen van Nederlandse huishoudens. Nu de Tweede Kamerverkiezingen zo langzamerhand in zicht komen, kan deze aandacht nog verder toenemen. Hieronder meer over enkele mogelijke veranderingen. Die zijn gebaseerd op het nieuwe rapport ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’ van het Ministerie van Financiën.

Bouwstenen voor volgend kabinet

Deze bouwstenen moeten ervoor zorgen dat ons belastingstelsel eenvoudiger wordt en beter aansluit bij recente maatschappelijke ontwikkelingen. Mogelijk zien we ze terug in het verkiezingsprogramma van politieke partijen en in het beleid van het volgende kabinet. Genoemd rapport beschrijft knelpunten in veel fiscale regels met perspectief op oplossingen.

Lage belastingdruk op totale vermogen huishoudens

Volgens het rapport is de totale belastingdruk op vermogen in Nederland relatief laag in vergelijking met andere West-Europese landen. Nederland belast namelijk het overgrote deel van het vermogen van huishoudens in fiscale zin gunstig. Denk aan pensioen en het eigen huis (hypotheekrenteaftrek), respectievelijk 46% en 21% van het vermogen van huishoudens in Nederland. Het aandeel van het financieel vermogen in box 3 (bank- en spaartegoeden, effecten en schulden) is 11%. Welke knelpunten kent box 3 en welke oplossingen en alternatieven zijn daarvoor in beeld?

Spaargeld deels belast als beleggingsvermogen

Een knelpunt is dat spaarders de box 3-belasting op spaargeld onrechtvaardig vinden. Het forfaitair rendement dat de Belastingdienst gebruikt om de box 3-belasting te berekenen, is immers tegenwoordig in ieder geval voor spaarders veel hoger dan het werkelijk behaalde rendement. Dat komt doordat de Belastingdienst voor de hoogte van het forfaitair rendement uitgaat van verondersteld beleggingsvermogen.

Vlucht naar spaar-BV

Het huidige belastingstelsel biedt ruimte om uitsluitend vanwege fiscale redenen, vermogen te verplaatsen naar een andere box in de inkomstenbelasting. Zo kan het, rekening houdend met extra kosten, fiscaal interessant zijn vermogen onder te brengen in een vennootschap in box 2 als het forfaitaire rendement in box 3 hoger is dan het werkelijk te behalen rendement. Volgens het rapport heeft de fiscaliteit dan een onwenselijke invloed op beslissingen van de belastingbetaler.

Fiscale prikkel voor aangaan schulden

Een ander knelpunt is dat het huidige box 3-systeem een fiscale prikkel bevat om schulden aan te gaan. Overigens moet het rendement op de bezitting dan wel hoger zijn dan de rente over de financieringsschuld (als bezit en schuld beide in box 3 zitten). Voor het bepalen van de heffingsgrondslag verminderen schulden immers op dit moment de volledige waarde van de bezittingen in deze box. Of de bezitting is niet belast, terwijl de financieringsschuld wel een box 3-schuld is. Een voorbeeld daarvan is kunst die u niet als belegging houdt. De waarde daarvan geeft u immers niet op in uw belastingaangifte, de financieringsschuld voor de aankoop daarentegen wel. Voor verhuurd vastgoed kunt u vaak een lage gecorrigeerde WOZ-waarde in aanmerking nemen. Terwijl de financieringsschuld is gebaseerd op de werkelijke waarde van de woning op het moment waarop de financieringsschuld is aangegaan.

Box 3-heffing in de toekomst

Vorig jaar kwam toenmalig staatssecretaris Snel (D66) van Financiën met een plan om de belastingheffing in box 3 te veranderen per 2022. Anders dan nu, was daarin de werkelijke verhouding tussen spaartegoeden, overige bezittingen en schulden bepalend voor de hoogte van de toekomstige heffing. Dat plan pakte bovengenoemde knelpunten in het huidige box 3-systeem weliswaar aan, maar het kende ook belangrijke nadelen. Daarom is het plan inmiddels van tafel en komt de huidige staatssecretaris Vijlbrief (D66) binnenkort met een ander belastingplan voor box 3.

Het meest wenselijk is een heffing over het werkelijk behaalde rendement. Maar zo’n heffing levert vooralsnog diverse problemen op, niet op de laatste plaats voor de Belastingdienst zelf. Zo is onder andere het belang van de huidige vooraf ingevulde aangifte inkomstenbelasting groot en dan past zo’n heffing niet. Een verhoging van de box 3-belasting en de invoering van een vermogensbelasting voor vermogens boven 1 miljoen euro zijn ook onderzocht. Een heffing over vermogen groter dan dit bedrag is mogelijk, maar stuit ook op problemen.

Vooralsnog lijkt het handhaven van het forfaitaire rendement dat in de toekomst nog beter aansluit op het werkelijk behaalde rendement, het meest haalbaar. Mét een verdere afsplitsing naar type vermogen en een oplossing voor bovengenoemde knelpunten. En als basis een verhoging van de algemene vrijstelling, het heffingvrije vermogen in box 3 (in 2020: € 30.846 per belastingbetaler).

Politieke kleur

Circa 1,4 miljoen mensen betalen inkomstenbelasting in box 3. Deze belasting bedraagt op jaarbasis circa 4,1 miljard euro. Het vermogen in de vorm van spaargeld en beleggingen blijkt aanwezig bij met name de 20% meest vermogenden. Het gaat dus wel ergens over. De belastingheffing over het vermogen kan dan ook een belangrijk thema zijn bij de komende Kamerverkiezingen. Of vermogenden in de toekomst meer inkomstenbelasting moeten gaan betalen, zal onder andere afhangen van de politieke kleur van het volgende kabinet.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.