Direct naar content

Een belangrijk aandachtspunt bij beleggingsvastgoed is de fiscaliteit. Maar eenduidige criteria ontbreken. De feiten en omstandigheden zijn beslissend. Beleggingsvastgoed kent dan ook veel tinten fiscaal grijs. Tot welke box in de inkomstenbelasting behoort het vastgoed uiteindelijk? Hieronder ga ik onder andere in op een aantal belangrijke aspecten daarvoor. En we zien hoe de Belastingdienst en de belastingrechter hiernaar kijken.

Activiteiten en rendement

Voor de fiscaliteit zijn onder andere het oogmerk, de voorzienbaarheid van behaalde voordelen en de aard en omvang van de vastgoedactiviteiten belangrijk. Als de activiteiten bijvoorbeeld zijn gericht op het behalen van meer rendement dan bij normaal actief vermogensbeheer kan worden verwacht, dan zijn de voordelen waarschijnlijk in box 1 van de inkomstenbelasting belast. Hetzelfde geldt als factoren zoals deskundigheid, ervaring, voorkennis en een netwerk van invloed zijn geweest op het realiseren van het behaalde voordeel.

Vuistregels

Hieronder een aantal vuistregels die vaak gelden. Is sprake is van ‘normaal actief vermogensbeheer’? Dan behoort het beleggingspand tot box 3. Bij ‘meer dan normaal actief vermogensbeheer’ tot box 1. In het laatste geval is bij incidentele activiteiten het voordeel vaak belast als ‘resultaat uit overige werkzaamheden’. En bij een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid doorgaans als ‘winst uit onderneming’.

Pakt het goed uit?

Het kan fiscaal aantrekkelijk zijn als de vastgoedactiviteiten ondernemingsactiviteiten zijn. Onder bepaalde voorwaarden is het dan mogelijk om het vastgoed fiscaalvriendelijk over te dragen naar de volgende generatie. Maar het kan voor vastgoedbeleggers ook aantrekkelijk zijn om goed renderend vastgoed in box 3 aan te houden.

Fiscale locatie: box 3

De fiscale gevolgen zijn afhankelijk van de fiscale locatie. Elke box kent namelijk eigen fiscale gevolgen. In box 3 vindt de belastingheffing plaats over een forfaitair rendement over het vermogen in box 3. Kosten zijn in box 3 niet aftrekbaar. Denk bijvoorbeeld aan de financieringsrente en aan afschrijvings- en onderhoudskosten van het beleggingspand. Daar staat tegenover dat de verkoopopbrengst niet is belast in box 3.

In uw aangifte inkomstenbelasting moet u bezittingen die behoren tot box 3 opnemen voor de waarde in het economische verkeer. Voor onder andere vastgoed zijn er uitzonderingen, afhankelijk van het soort vastgoed dat u bezit en van eventuele bijzondere omstandigheden. Financieringsschulden kunt u in principe ook in aanmerking nemen in box 3.

Is uw beleggingspand een huis? Dan gaat het om de WOZ-waarde met de waardepeildatum 1 januari  van het jaar vóór het jaar van de belastingaangifte. Is het een huis in Nederland waarvoor de huurder recht heeft op huurbescherming? Dat kunt u in principe gebruikmaken van de tabel van de Belastingdienst waarbij rekening is gehouden met de leegwaarderatio. U leest er meer over op de website van de Belastingdienst. Als uw beleggingspand een bedrijfspand is, dan neemt u het in box 3 op voor de werkelijke waarde (de waarde in het economische verkeer) op 1 januari van het jaar van de belastingaangifte. In dit blog leest u hier meer over de belastingheffing in box 3 in 2020.

Fiscale locatie: box 1

In box 1 zijn de fiscale gevolgen anders. Daar is onder andere de werkelijke huur en verkoopopbrengst van vastgoed belast tegen maximaal 49,5% (cijfer: 2020) inkomstenbelasting. In dit blog leest u er meer over. Kosten kunnen aftrekbaar zijn. Bijvoorbeeld financieringskosten, onderhouds- en afschrijvingskosten. Er zijn ook ondernemingsfaciliteiten beschikbaar waarop men in bepaalde situaties en onder bepaalde voorwaarden een beroep kan doen.

Fiscale locatie: box 2

Bezit bijvoorbeeld uw BV een beleggingspand? Dan zijn onder meer de werkelijke huur en verkoopopbrengst van het pand belast met vennootschapsbelasting bij de BV. Ook hier zijn ondernemingsfaciliteiten onder bepaalde voorwaarden beschikbaar. En bepaalde kosten kunnen aftrekbaar zijn. In dit blog leest u hier meer over de heffing van vennootschapsbelasting in 2020 en 2021.

Kritiek op visie Belastingdienst

Eind 2016 gaf de Belastingdienst met de ‘Praktijkhandreiking bedrijfsopvolging vastgoedexploitanten’ een kijkje in de keuken. Deze handreiking biedt belastinginspecteurs ‘een handzaam overzicht om de problematiek te kunnen overzien om vervolgens een afgewogen standpunt te kunnen innemen’. De Belastingdienst gaat ervan uit dat veel werkzaamheden van vastgoedbeleggers volstrekt normaal zijn bij het beleggen in vastgoedportefeuilles. En volgens de Belastingdienst is bij verhuur van vastgoed geen sprake van een onderneming. Dat leidde tot kritiek van vastgoedfiscalisten.

Volgens deze fiscalisten sluit deze praktijkhandreiking niet goed aan bij recente fiscale rechtspraak hierover. Bij een vastgoedonderneming is namelijk van belang dat de verrichte werkzaamheden wat aard en omvang betreft, meer omvatten dan bij normaal vermogensbeheer gebruikelijk is (‘arbeid+’). Met als doel een rendement behalen dat het bij normaal vermogensbeheer opkomende rendement te boven gaat (‘rendement+’). Uiteindelijk gaat het altijd om de weging van de feiten en omstandigheden.

Onduidelijkheid blijft vooralsnog

Terug naar de tinten fiscaal grijs bij beleggingsvastgoed. Het blijft vooraf nog wel even grijs in bepaalde situaties. Uitspraken van belastingrechters geven immers nog geen eenduidig beeld. En de praktijkhandreiking van de Belastingdienst blijkt in de praktijk niet altijd een handreiking. Het is onduidelijk wanneer het helemaal duidelijk is.

Let ook op andere aspecten

Er zijn veel fiscale smaken voor beleggingsvastgoed. Maar een eigen keuze is er (vaak) niet. De keuze voor een bepaald type vastgoed en de mate waarin u actief bent met het vastgoed maakt u natuurlijk wel zelf. Evenals de keuze voor de mate waarin u betrokken bent hij het behaalde voordeel en de mate waarin u dit voordeel kunt voorzien. Die keuzes zijn in ieder geval belangrijk voor de fiscale gevolgen. Er gelden ook vaak nog andere regels. De (aanstaande) vastgoedbelegger kan het daarom maar beter vooraf goed regelen, samen met zijn sparringpartners en adviseurs.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.