Direct naar content

Het kabinet wil het heffingssysteem in box 3 van de inkomstenbelasting opnieuw aanpassen om met name spaarders tegemoet te komen. Hier leest u welke gevolgen het voorgestelde systeem in algemene zin zal hebben. Maar wat zijn de gevolgen in specifieke situaties? In een serie artikelen gaan we op zoek naar de antwoorden. In deel 6 keken we naar de gevolgen voor de ‘papieren schenking’, waarbij (meestal) ouders een schuld aan hun kind krijgen. In dit zevende deel bespreken we de gevolgen voor een andere veel voorkomende structuur tussen ouders en kinderen: de familielening. In dat geval is (meestal) het omgekeerde het geval: het kind heeft dan een schuld aan zijn of haar ouders.

Wat is een familielening?

Op zich zou men elke lening tussen familieleden een ‘familielening’ kunnen noemen. Maar hierna bedoelen we specifiek de situatie waarbij ouders privévermogen uitlenen aan hun kind voor een eigen woning (hoofdverblijf). Voor de ouders behoort de vordering op hun kind tot de bezittingen in box 3. Voor het kind zal de lening in veel gevallen kwalificeren als eigenwoningschuld in box 1. Waarbij het kind de rente onder voorwaarden fiscaal kan verrekenen met zijn of haar inkomen in box 1. Maar het is ook mogelijk dat de lening voor het kind een box 3-schuld is. Bijvoorbeeld als ouders een (nieuwe) lening aan hun kind aflossingsvrij verstrekken.

Familielening in het huidige box 3-stelsel

Voor ouders bezit in box 3

De belasting die de ouders over de vordering op hun kind betalen is in het huidige stelsel afhankelijk van de omvang van het totale netto vermogen in box 3 (bezittingen min schulden). De samenstelling van het vermogen – spaargeld, overige bezittingen en schulden – is niet relevant. De effectieve belastingdruk uitgedrukt als percentage van het box 3-vermogen loopt op naarmate het vermogen groter is en bedraagt in de meeste gevallen 1,26% tot 1,58%. Vanuit de ouders bezien treedt er een voordeel op, als de rente die zij ontvangen van het kind meer bedraagt dan het rendement dat zij anders zouden behalen.

Voor kind schuld in box 1

Vanuit het kind bezien maakt het voor de fiscale gevolgen niet uit of het kind leent bij de bank of bij de ouders. De schuld voor de eigen woning valt bij het kind normaliter in box 1. Sinds 2013 gelden extra voorwaarden voor nieuwe eigenwoningschulden in box 1. Belangrijkste is de ‘aflossingseis’: het kind moet de contractuele verplichting hebben om de schuld in maximaal 360 maanden volgens een annuïtair schema (of sneller) terug te betalen. Anders is de rente niet aftrekbaar in box 1 en valt de schuld in box 3.

Zolang het inkomen van het kind beneden €68.507 blijft, is de fiscale besparing in box 1 beperkt tot ruim 37% over de betaalde rente. Maar alleen voor zover de rente meer is dan de inkomensbijtelling van het eigenwoningforfait. Is het box 1-inkomen van het kind hoger dan €68.507? Dan is het verrekentarief voor de aftrekbare hypotheekrente lager dan het tabeltarief van 49,5%. In 2020 is het verrekentarief in dat geval 46%. In de komende jaren bouwt dit stapsgewijs verder af tot het gelijk is aan het basistarief in box 1 van ongeveer 37%.

Voorbeeld
Stel het kind koopt een woning met een WOZ-waarde van €250.000 en leent €250.000 tegen 1,5% rente. Het inkomen in box 1 van het kind ligt beneden €68.507 en wordt tegen het basistarief belast. Het effectieve fiscale voordeel van de renteaftrek in box 1 bedraagt in dit voorbeeld €840. Dat is ‘slechts’ 22,4% van het rentebedrag van €3.750 ofwel circa 0,34% van de eigenwoningschuld.

Lening box 1
Fiscaal Geldstroom
Eigenwoningforfait +1.500
1,50% leningrente -3.750 -3.750
Belastbaar inkomen -2.250
IB-voordeel 37,35% x 2.250 +840
Netto na belasting (excl. aflossing) -2.910

Voor kind soms schuld in box 3

Als de schuld niet aan alle voorwaarden voor aftrek in box 1 voldoet – bijvoorbeeld als de lening aflossingsvrij is – valt deze bij het kind in box 3. Dat levert voor het kind alleen fiscaal voordeel op voor zover het kind ook positief vermogen in box 3 bezit. De besparing wordt groter naarmate de omvang van het totale vermogen van het kind groter is.

Voorbeeld (vervolg)

Stel dat het kind zelf al €350.000 aan (positief) vermogen heeft. Dan bespaart de lening effectief 1,26% box 3-belasting. De zogenaamde ‘Hillenaftrek’ die in box 1 in mindering komt op het eigenwoningforfait is inmiddels afgebouwd tot 93,33%. Dat betekent dat in box 1 IB verschuldigd is over 6,67% van het eigenwoningforfait. Per saldo blijft in dit voorbeeld dan nog een fiscale besparing over van €3.113 (€ 3.150 - € 37) ofwel effectief ruim 1,25% van het schuldbedrag, beduidend meer dan in box 1. Maar bedenk dat er in het geheel geen fiscaal voordeel in box 3 zou zijn, als het kind niet of nauwelijks positief vermogen in box 3 heeft.

Lening box 3
Geldstroom
1,50% leningrente -3.750
1,26% besparing IB box 3 +3.150
-600
37,35% IB box 1 x 6,67% x eigenwoningforfait 1.500 -37
Netto na belasting (excl. aflossing) -637

Familielening in het voorgestelde box 3-stelsel

Voor ouders bezit in box 3

De vordering die ouders hebben op hun kind behoort in het voorgestelde stelsel tot de overige bezittingen. Dat betekent dat hieraan vanaf de eerste euro een forfaitair rendement van 5,28% wordt toegekend, gesteld dat men in totaal meer dan ruim €30.000 aan bezittingen heeft. Bij een belastingtarief in box 3 van 33% levert dat een belastingdruk op van 1,74% (33% x 5,28%). Het heffingvrije inkomen van €400 per persoon levert slechts een beperkte matiging van de belastingdruk op.

Voor kind schuld in box 1

Als de schuld voor de eigen woning bij het kind in box 1 valt, hebben de wijzigingen in box 3 hierop geen invloed. Wat hiervoor al geschreven is over de fiscale aftrek van hypotheekrente in box 1, blijft dan van toepassing.

Voor kind soms schuld in box 3

Als de schuld bij het kind in box 3 zit, gaan de voorgestelde wijzigingen in box 3 wél gevolgen hebben.
De besparing van box 3-heffing zal dan gefixeerd zijn op 1% (33% heffing over forfaitaire leenrente 3,03%). Anders dan in het huidige stelsel is de samenstelling van de bezittingen van het kind straks wel relevant. Het kind kan de belastingbesparing over de box 3-schuld namelijk alleen ‘verzilveren’ als er voldoende forfaitair inkomen uit bezittingen in box 3 is. Spaargeld levert nauwelijks positief forfaitair inkomen op (0,10%). Overige bezittingen leveren in beginsel wél voldoende forfaitair inkomen op (5,28%). Afgezien van het heffingvrije inkomen, moet tegenover €1,00 schuld in box 3 ongeveer €0,57 aan overige bezittingen staan om de fiscale besparing in box 3 te kunnen bereiken (3,03%/5,28%).

Huidige stelsel 2020 Voorstel 2022
Ouder heeft vordering in box 3 Ouder betaalt jaarlijks veelal 1,26% tot 1,58%, afhankelijk van omvang vermogen in box 3, ongeacht de samenstelling. Ouder betaalt jaarlijks 1,74%, ongeacht omvang vermogen in box 3; vordering behoort tot de ‘overige bezittingen’.
Kind heeft schuld in box 1 Veranderingen box 3 hebben geen gevolgen voor schuld in box 1 Veranderingen box 3 hebben geen gevolgen voor schuld in box 1
Kind heeft schuld in box 3  Kind bespaart jaarlijks veelal 0,54% tot 1,26%, als er voldoende positief vermogen in box 3 is, ongeacht samenstelling vermogen. Kind bespaart jaarlijks 1%, als hij/zij voldoende forfaitair inkomen uit overige bezittingen heeft.

Conclusie

Ouders die geld lenen aan hun kind gaan in het nieuwe box 3-stelsel meer box 3-heffing betalen dan nu. Als de lening bij het kind in box 1 valt, hebben de voorgestelde wijzigingen in box 3 voor het kind geen invloed. Maar als de lening bij het kind in box 3 valt, zal dat wél gevolgen hebben. Een lening in box 3 levert voor het kind alleen fiscaal voordeel op, als het kind ook belastbare bezittingen heeft in box 3. Nu is de samenstelling van die bezittingen niet van invloed op het fiscale voordeel voor het kind, wel de omvang van die bezittingen (en eventuele andere schulden in box 3). Als het kind zelf al een groot vermogen heeft, kan het fiscale voordeel 1,26% of zelfs 1,58% bedragen. Straks zal het fiscale voordeel van een schuld in box 3 steeds 1% bedragen. Maar alleen als de bezittingen voldoende forfaitair inkomen opleveren.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.