Maandag 13 oktober 20141 minuut leestijd

De financiële kant van het huwelijk (IV): de insluitingsclausule

Kan de insluitingsclausule worden uitgesloten?

In drie eerdere blogs (deel I, deel II, deel III) hebben wij aandacht besteed aan het wetsvoorstel om de gemeenschap van goederen aan te passen. Het wetsvoorstel is in de zomer voor advies aan de Raad van State voorgelegd. In hun advies van 28 augustus plaatst de Raad enkele kanttekeningen bij het wetsvoorstel. Naar aanleiding hiervan is op 30 september een gewijzigd wetsvoorstel aan de Tweede Kamer aangeboden. Bij een van die wijzigingen sta ik graag even stil; ‘de insluitings- en uitsluitingsclausule’.

 

Van ‘algehele’ naar ‘beperkte’ gemeenschap van goederen

Om te begrijpen wat de ‘insluitingsclausule’ is, dienen wij ons eerst te realiseren dat het wetsvoorstel een ‘beperkte gemeenschap van goederen’ introduceert. Niet langer zal het uitgangspunt zijn dat al het vermogen gemeenschappelijk eigendom is. Slechts hetgeen beide echtgenoten gedurende het huwelijk hebben opgebouwd zal dat zijn. Zowel het voorhuwelijkse vermogen als schenkingen en erfenissen blijven dus buiten deze nieuwe gemeenschap. Dit vermogen blijft privé.

Wat zijn dan die ‘insluitingsclausule en uitsluitingsclausule’?

Schenkers en toekomstige erflaters kunnen bij de schenking of bij testament het vermogen zowel uitsluiten van de beperkte gemeenschap als deze insluiten.

De uitsluitingsclausule

Ook nu kennen wij de uitsluitingsclausule. Hierdoor zal het geschonken of nagelaten vermogen aan die ene echtgenoot toekomen en dus niet in de algehele gemeenschap van goederen vallen. De schenker of erflater heeft dit uitdrukkelijk zo gewild. De echtgenoten kunnen niet in hun huwelijkse voorwaarden opnemen dat deze schenking of erfenis dan toch in de gemeenschap zal vallen. Dat blijft dus zo.

De insluitingsclausule

Wel nieuw is de insluitingsclausule. Hoofdregel is dat – als er niet anders bepaald is – schenkingen en erfenissen buiten de gemeenschap blijven. Door de insluitingsclausule bepaalt de schenker of erflater uitdrukkelijk dat het vermogen wel in de gemeenschap moet vallen. De Raad van State vroeg zich af wat de gevolgen zouden zijn als echtgenoten in hun huwelijkse voorwaarden het ‘ingesloten’ vermogen toch als privé-vermogen zouden aanmerken. Het wetsvoorstel is nu zo aangepast dat dat de echtgenoten in dit geval wel kunnen afwijken van de wens van de schenker of erflater. Echtgenoten moet geen gezamenlijk vermogen opgedrongen kunnen worden. Als het de wens van de schenker of erflater is dat beiden het vermogen moeten krijgen, rest hem niets anders dan aan hen beiden afzonderlijk te schenken of na te laten.

Wij houden u op de hoogte

Met het advies van de Raad van State is de behandeling in de Tweede Kamer dichterbij gekomen. Of het wetsvoorstel daar ongeschonden doorheen komt, valt te bezien. Wij houden u op de hoogte.

De financiële kant van het huwelijk (IV): de insluitingsclausule

Beoordeel dit artikel met een waardering tussen de 1 en 5 sterren

4.78/5 (9 stemmen)

GORDON DOULL | Bedrijfsopvolging, familierecht, internationaal erfrecht

Gordon Doull is na zijn studie Notarieel recht een aantal jaren werkzaam geweest als kandidaat-notaris. Daarna maakte hij de overstap naar private banking. Na enkele jaren als vermogensstructureerder gewerkt te hebben, is hij 6 jaar geleden begonnen als specialist estate planning bij ABN AMRO MeesPierson. Als specialist op het gebied van schenken staat hij voor u klaar om te adviseren bij complexere vraagstukken.

Van gedachten wisselen met een specialist?