Direct naar content
  • Auteur

‘Wij zijn geen NGO die stopt waar het asfalt stopt, terwijl juist in het achterland de armoede het grootst is’

Op 31 maart ontvangt journalist Sander de Kramer de Four Freedoms Award. Hij is daarmee lid van een select gezelschap waartoe ook Nelson Mandela, Ruth Bader Ginsburg, de Dalai Lama en Koningin Juliana behoren. Zijn sleutelmoment begint wanneer hij hoort wat de slechtste plek op aarde is, erheen reist en besluit iets te doen aan de gruwelen die hij ziet. Hij richtte de Sunday Foundation op. En passant raakt hij ook nog bevriend met Johan Cruijff.

2007

Sander de Kramer leest over wat al jaren de ellendigste plek ter wereld is, het Zuiden van Sierra Leone. Hij wil weten waarom het juist daar zo ellendig is. In 2007 staat hij oog in oog met piepjonge kindslaven die in de diamantmijnen van het straatarme land meedogenloos worden uitgebuit. Hij doet zichzelf een belofte: hij gaat hen hoogstpersoonlijk redden.

Wat is jouw sleutelmoment?

‘In april 2007 las ik een klein berichtje in de krant over de slechtste, ellendigste plek op aarde. Daar zag ik “Sierra Leone” staan. Later bleek dat die plek op aarde elk jaar weer bovenaan de lijst van slechtste plaatsen stond. Ik wilde weten: hoe is het leven op de ellendigste plek op aarde?’

Wat heb je toen gedaan?

‘Ik ben er voor De Telegraaf naartoe gegaan. Ik wilde een verhaal maken, maar het was onbeschrijflijk wat ik daar zag. Het land was totaal vernietigd door een burgeroorlog. De burgeroorlog was voorbij, maar het land was verzonken in chaos. Toen ik er rondreisde voor mijn verhaal, zei een local tegen mij: “je bent nu precies als alle andere journalisten. Je schrijft over wat is geweest, voor ons in Afrika is dat niet van belang. Wij zijn hier bezig met het nu. En nu is hier nog steeds een schande gaande. Dáár maken wij ons druk om”.’

Wat bedoelde hij?

‘Hij verwees naar de diamantmijnen in het zuidoosten van het land. Daar ben ik naartoe gegaan. En wat ik toen zag, was zo verbijsterend: kinderen van zes, zeven, acht jaar oud die zich met oedeembuikjes stonden dood te werken op zoek naar diamanten. Allemaal waren zij weeskinderen; hun ouders waren tijdens de burgeroorlog door de rebellen vermoord.

De rebellen doodden de ouders, oudere jongens werden meegenomen om te dienen als kindsoldaat, de oudere meisjes werden tot slaaf gemaakt. De kinderen die in de mijnen werkten, waren baby’s die gered konden worden uit de huizen die de rebellen in brand hadden gestoken. Na de oorlog zijn juist deze kwetsbare weeskinderen geronseld om diamanten te mijnen.’

Wat deed dat met je?

‘Toen ik dit alles had gezien, beloofde ik mezelf dat ik het verhaal van die kinderen zou vertellen. Ik noemde ze “diamantkinderen”, kinderen om wie niemand zich bekommerde. Ik heb erover verteld bij Pauw & Witteman, erover geschreven in De Telegraaf en later hebben we een gala georganiseerd om geld op te halen. Uiteindelijk bleek dat die kinderen niet zomaar uit die mijnen te halen waren. Daarvoor waren goede contacten met de “chiefs”, een soort burgemeesters, essentieel. Ik maakte kennis met de hoogste chief in het gebied – de paramount chief – en wat bleek? Zijn broer had nog gevoetbald met Johan Cruijff in New York, bij Cosmos! Hij heeft mij geholpen die kinderen uit de mijnen te halen. Als gevolg daarvan word ik tot de dag van vandaag beveiligd in het Zuiden van Sierra Leone. Onlangs ben ik voor de vijftigste keer in het land geweest.’

Je richtte de Sunday Foundation op. Wat doen jullie allemaal?

‘We bouwen scholen voor de kwetsbaarste en kansarmste kinderen. Dat begon met de diamantkinderen. Nadat ze uit de mijnen waren bevrijd, hebben we scholen voor ze gebouwd. Voor €12.500 bouwen wij al een school in de jungle en voor €25.000 bouwen we een grote school. Op dit moment zijn we bezig met de 27e school. Ook voor anderen, die niet de mogelijkheid hebben om naar school gaan. Bijvoorbeeld weeskinderen, kinderen van weduwen en gehandicapte kinderen.’

Jij bent ook tot chief benoemd, toch?

‘Ja. En dat is ook mijn tweede sleutelmoment; de verschijning van het boek Chief Ouwe Dibbes in 2018, dat is mijn naam daar. Ik ben tot “chief” benoemd. Door dit boek kregen mensen een inkijkje in mijn leven in Sierra Leone. Dat leverde veel sponsors op, bijvoorbeeld Robin van Persie, waardoor wij meer kunnen betekenen in Afrika.

Wanneer ik in Sierra Leone ben, leef ik zoals de mensen daar. Ik woon in een lemen hut, eet gestampte cassavebladeren, was me in de rivier. De reden? In de eerste plaats zijn hotelovernachtingen duur en die uitgaven kunnen niet worden gebruikt om ondersteuning te verlenen. In de tweede plaats werkt ons team als een broederschap; ik wil het niet beter hebben dan de anderen. Daarom neem ik ook geen malariapillen meer. Ik wil niet beter beschermd zijn dan mijn broeders.

Wat ik merkte was dat donateurs het zat waren om te doneren aan een organisatie waar een directeur zit die anderhalve ton per jaar verdient. Donateurs willen niet meebetalen aan de overheadkosten. Mensen willen dat elke euro aankomt op de plek waar het nodig is. En via onze Sunday Foundation komt elke euro daar terecht. Dat betekent wel dat ik honderd jaar ouder ben geworden. Wij zijn geen NGO die stopt waar het asfalt stopt. Terwijl juist in het achterland de armoede het grootst is. Het is topsport wat ik doe. Het is heel heftig, zowel fysiek als mentaal.’

Waarom voelde je je hiertoe geroepen?

Wat mij heel erg heeft gegrepen zijn kinderen die niet dezelfde kansen als mijn kinderen hebben gekregen. Als je kinderarbeid ziet, grijpt je dat naar de strot. Dan komt er een oerwoede in mij op, daar moet ik iets aan doen. Ons volgende project is kinderen uit de kobaltmijnen in Congo halen. Het houdt niet op in Sierra Leone, het is een strijd die ik voer tegen kinderarbeid.’

Komen je keuzes door je achtergrond?

‘Ja. Mijn vader is een enorme organisator. Hij had een hoge functie bij Douwe Egberts/Sara Lee. Mijn moeder is supersociaal: zij gaf altijd al zwemles aan mensen met een handicap. Mijn moeder heeft mij geleerd: als je je kunt inzetten voor andere mensen, doe dat dan. Ik heb een heel sociaal hart, maar ik heb wel een zakelijk instinct. Ik zie heel veel mensen met goede intenties zonder de slagkracht om echt door te pakken. Je moet wel een organisatie leiden. Ik sta 24 uur per dag aan het hoofd van een NGO. 350.000 mensen hebben linksom of rechtsom profijt van onze organisatie. Ik leef van mijn salaris als journalist bij de NPO, de 5 Uur Show en columnist bij de Telegraaf. Voor de rest doe ik het voor een handdruk, een schouderklop en een knuffel.’

De varkens van Johan Cruijff

'Ik was goed bevriend met Johan Cruijff en ben ook ambassadeur van de Johan Cruijff Foundation. Ik heb hem geïnterviewd voor mijn programma De Wandeling. Van Johans manager kreeg ik twee instructies: ik had twintig minuten de tijd (terwijl het programma vijfentwintig minuten duurde) en ik mocht niet beginnen over varkens. Johan is ooit failliet gegaan door te investeren in een varkenshouderij.

We liepen door Barcelona en Johan was zo relaxt, we hadden onmiddellijk een klik. Hij zette zich ook in voor andere mensen, in het bijzonder voor kinderen met een handicap. Twintig minuten werden veertig minuten, zestig, tachtig, honderd - uiteindelijk hebben we uren door Barcelona gelopen. Tot het donker werd.

Johan zei op een gegeven moment: “Het gaat erom dat je leert van je fouten.” Dus ik vroeg hem wat zijn grootste fout was. Waarop hij uitriep: “die varkens! Dat had ik nooit moeten doen!”'

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.