ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

‘We willen geen water naar de zee dragen’

Geld geven aan een goed doel is voor de meeste Nederlanders heel gewoon. Maar in het bestuur zitten van een charitatieve organisatie is andere koek. Wie zijn de mensen die hun leven wijden aan het helpen van anderen? Een serie interviews met bevlogen bestuurders van goede doelen. Deze keer: David Amadeus Vogelsang, secretaris van de Stichting Het Tiende Kind.

David Amadeus Vogelsang
Naam:
David Amadeus Vogelsang
Leeftijd: 30 jaar
Opleiding: BA in psychologie aan het University College Maastricht, MSc in cognitieve neurowetenschappen aan de Universiteit van Leiden, gepromoveerd aan de Universiteit van Cambridge, UK.
Huidige baan: postdoctoraal onderzoeker aan de universiteit van Californië, Berkeley.

1. Waarom zet u zich juist voor dit doel in?

‘De stichting is opgericht door mijn grootvader. Die had de neiging om iedereen, maar vooral zijn kinderen,  iets toe te stoppen. Hij had zelf 9 kinderen, en zo is de stichting het 10de kind geworden. In eerste instantie ging het geld naar projecten die grootvader belangrijk vond, vooral ontwikkelingshulp. Nu zijn we bezig met een professionaliseringsslag, en hebben we gekozen voor 3 speerpunten: gezondheidszorg, onderwijs en microkrediet in derdewereldlanden. Ik ben er via de familie ingekomen. Samen met een oom en een tante vorm ik het bestuur. Mijn moeder is er een paar jaar geleden uitgestapt omdat ze graag de volgende generatie bij de stichting wilde betrekken. Ik heb van mezelf al de neiging om mensen te willen helpen, dus het past wel bij me. Ja, dat zal ik wel van mijn grootvader geërfd hebben!’

2. Wat is voor u als bestuurder uw grootste uitdaging?

‘De grootste uitdaging voor de stichting is professionalisering. We kijken nu meer naar de impact van de projecten die we steunen. Wat levert het op de lange termijn op? Als wij een euro investeren, wat krijgt de lokale gemeenschap daar dan voor terug? We willen geen water naar de zee dragen, maar bijdragen aan een duurzame verbetering van de leefomstandigheden van mensen in derdewereldlanden. Een voorbeeld daarvan is een project met microkredieten dat we in Nepal steunen. Vrouwen krijgen een klein krediet waarmee ze een bedrijf kunnen starten. Daarmee genereren ze een inkomen, waarvan ze het krediet weer kunnen terugbetalen. Dat geven we dan weer aan andere vrouwen. Zo komen mensen echt uit de armoede.’

3. Wat is uw belangrijkste karaktertrek?

‘Ik voel me snel verantwoordelijk voor het welzijn van anderen. Dat helpt natuurlijk bij dit werk. Soms is het wel lastig omdat je iedereen wilt helpen en je toch een afweging moet maken welke projecten wel en welke je niet steunt.’

4. Wie is uw grote voorbeeld?

‘Voor mijn werk in de stichting is de zus van mijn grootvader een grote inspiratiebron. Tante Riekie is in de jaren zestig met haar godsdienstdiploma op zak naar Indonesië vertrokken en heeft haar hele leven missiewerk gedaan. Niet om zieltjes te winnen, maar echt om mensen te helpen. Ze bouwde scholen, verbeterde de infrastructuur. Ik heb haar toen ik klein was één keer ontmoet, maar ik heb niet echt herinneringen aan haar. Ze is begin jaren 90 bij een auto-ongeluk om het leven gekomen. Maar ik denk vaak aan haar.’

5. Wat is uw levensmotto?

‘Probeer alles uit het leven te halen, en denk daarbij ook aan anderen. Ik doe graag dingen waar ik zelf gelukkig van word, maar die ook andere mensen ten goede komen. Bijvoorbeeld het onderzoek dat ik nu doe: de intellectuele uitdaging daarvan maakt mij gelukkig. Maar tegelijk kan mijn onderzoek naar de manier waarop herinneringen worden opgeslagen in het brein heel nuttig zijn voor bepaalde patiëntgroepen.’

6. Wat was uw grootste succes bij deze organisatie totnutoe?

‘Dat is lastig te zeggen, want we zijn pas sinds kort begonnen met de professionalisering. Maar ik ben wel tevreden over de stappen die we maken. De Filantropie afdeling van ABN AMROMeesPierson heeft ons daar goed bij geholpen. We hadden te vage doelen. Nu hebben we een duidelijk beleid ontwikkeld; dat is een grote stap vooruit.’

7. Wanneer zit uw taak erop?

‘Ik ben bang dat een stichting als de onze nooit echt overbodig zal zijn. Er zal altijd behoefte zijn aan geld om mensen in derdewereldlanden te helpen. Wel zullen de inzichten op het gebied van ontwikkelingshulp zich voortdurend ontwikkelen. Op een dag zal ik het stokje natuurlijk overdragen aan de volgende generatie van mijn familie. Dat is inherent aan een familiestichting. Maar ik hoop het nog tot in lengte van jaren te mogen doen.’

Deel deze pagina

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus
Logo of ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus