ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Fiscale maatregelen Rutte III voor ondernemers

Het regeerakkoord van het nieuwe kabinet-Rutte III bevat veel fiscale maatregelen. Welke zijn belangrijk voor ondernemers? En waarom hebben de onderhandelaars van het nieuwe kabinet daarvoor gekozen? Hieronder meer over enkele voorgenomen fiscale plussen en minnen voor ondernemers. En een aantal eerste reacties.

Samenhangend pakket met fiscale maatregelen

Het kabinet wil dat Nederland aantrekkelijk blijft voor bedrijven die zich in ons land willen vestigen en die hier willen produceren. Fiscale regelingen zijn daarbij belangrijk. Maar tegelijkertijd wil het kabinet ook belasting gaan heffen bij firma’s die zich alleen op papier in Nederland vestigen om belastingvrij miljoenen te kunnen rondpompen. Daarnaast is het van belang dat bedrijven straks gemakkelijker eigen kapitaal uit het buitenland kunnen aantrekken en minder kwetsbaar zijn voor vijandige overnames. De afschaffing van de dividendbelasting in waarschijnlijk 2020 heeft daarmee te maken. Die drukt per saldo namelijk alleen op niet-inwoners van Nederland. Daar staat een beperking van de renteaftrek en een versobering van de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting tegenover. Dat blijkt uit het regeerakkoord van het nieuwe kabinet. Diverse maatregelen hangen dan ook nauw met elkaar samen.

Lagere tarieven in de vennootschapsbelasting

In 2017 zijn de tarieven in de vennootschapsbelasting 20% voor de eerste €200.000 aan belastbare winst en 25% voor zover de winst hoger is. Deze tarieven gaan omlaag, onder andere met het oog op de ontwikkelingen in de landen om ons heen.

Dat gebeurt stapsgewijs. Eerst in 2019 met 1%-punt. En in 2020 en in 2021 met 1,5%-punt. Onder andere BVs en NV’s profiteren daarvan. De eerste belastingschijf in de vennootschapsbelasting eindigt ook na 2017 bij €200.000. Rutte III draait de onder Rutte II vastgestelde stapsgewijze verlengingen van deze belastingschijf van €200.000 naar uiteindelijk €350.000 in 2021 terug.

Bij een belastbaar bedrag van meer dan maar niet
meer dan
is het tarief in 2018 is het tarief in 2019 is het tarief in 2020 is het tarief in 2021
€ – €200.000 20% 19% 17,5% 16%
€200.000 € – 25% 24% 22,5% 21%

Tabel 1. Tarieven vennootschapsbelasting 2018-2021.

Het kabinet betaalt de tariefsverlagingen deels met de opbrengst van de maatregelen die belastingontwijking bestrijden.

Hoger tarief in box 2

Het tarief in box 2 van de inkomstenbelasting gaat stapsgewijs omhoog vanaf 2020. Dit tarief voor aanmerkelijkbelanghouders (ook wel: AB-tarief) is nu 25%. In 2020 gaat dit naar 27,3% en in 2021 naar 28,5%. Deze maatregel raakt vooral de directeur-grootaandeelhouder (DGA) van een BV. Bijvoorbeeld als de DGA in de toekomst dividend krijgt uit diens BV of aanmerkelijkbelangaandelen met winst verkoopt.

Deze tariefsverhoging houdt verband met bovenstaande tariefsverlaging in de vennootschapsbelasting. De aanpassing moet een sterke aanzuigende werking naar de BV voorkomen en ervoor zorgen dat er een globaal evenwicht in belastingdruk blijft bestaan.

AB-tarief in 2018 AB-tarief in 2019 AB-tarief in 2020 AB-tarief in 2021
25% 25% 27,3% 28,5%

Tabel 2. Tarief in box 2 van de inkomstenbelasting 2018-2021.

Versobering verliesverrekening

Bijvoorbeeld een BV kan een verlies uit 2017 eerst verrekenen met de belastbare winst van de BV in 2016. Voor zover er nog een verlies over is, kan de BV dat verrekenen met de belastbare winsten in de 9 jaren na het verliesjaar 2017, dus in de jaren 2018-2026. De termijn van 9 jaar gaat mogelijk per 2021 naar 6 jaar, waardoor verliezen minder lang houdbaar zijn. Een verlies uit 2021 verdampt dan in 2028 als de BV dat niet eerder kon verrekenen.

Beperking afschrijvingen panden in eigen gebruik

Voor afschrijving gelden fiscale regels. In 2017 kunnen onder andere BV’s op een gebouw in eigen gebruik (bijvoorbeeld het bedrijfspand van de BV) uiteindelijk tot 50% van de WOZ-waarde van dat pand afschrijven. Dit percentage gaat naar 100% per 2019. Dat betekent dat de fiscale boekwaarde door de afschrijving niet kan dalen beneden de WOZ-waarde. De BV kan daardoor minder afschrijven op dit pand. Daardoor betaalt de BV vennootschapsbelasting over een hoger belastbaar bedrag. Dit nieuwe percentage geldt al langer voor bijvoorbeeld beleggingspanden.

Beperking renteaftrek

In verband met een Europese richtlijn tegen belastingontwijking komt er per 2019 een nieuwe generieke renteaftrekbeperking voor bedrijven met hoge leningen. Volgens het regeerakkoord is rente dan niet langer aftrekbaar voor zover het saldo van verschuldigde en ontvangen (groeps- en derden)rente meer bedraagt dan maximaal 30% van het brutobedrijfsresultaat. De rente tot €1 miljoen blijft in principe volledig aftrekbaar (drempel).

Hoger tarief voor innovatiebox

De innovatiebox is een speciale tariefbox binnen de vennootschapsbelasting. Bedoeld om ondernemers fiscaal te stimuleren om innovatief onderzoek te doen. Voor alle winsten die deze ondernemers met innovatieve activiteiten behalen, geldt een effectief tarief voor de vennootschapsbelasting van 5% in plaats van 20% of 25% in 2017. Hier leest u er meer over. Het tarief van 5% gaat per 2018 omhoog naar 7%.

Beperking zelfstandigenaftrek

Ondernemers voor de inkomstenbelasting kunnen onder bepaalde voorwaarden in 2017 €7.280 aan zelfstandigenaftrek in mindering brengen op hun belastbare winst. Hier leest u er meer over. Vanaf 2020 vervalt de mogelijkheid om deze aftrek te verrekenen tegen het toptarief in de inkomstenbelasting. Evenals hypotheekrente en andere aftrekposten daalt de maximale aftrek dan in 4 stappen van 3%-punten naar het dan geldende basistarief van circa 37%.

Eerste reacties

In ieder geval is er al veel kritiek op de tariefsverhoging in box 2. Het  kabinet zou erop rekenen dat veel DGA’s daarop gaan voorsorteren en zo veel mogelijk winstreserves via een belaste dividenduitkering uit de BV halen. Het kabinet heeft namelijk in ieder geval al €1,4 miljard ingeboekt aan extra belastingopbrengst in box 2. Het is de vraag of dat laatste realistisch is. Veel ondernemers hebben deze winstreserves niet zomaar ‘op de plank’ liggen, maar investeren die in hun bedrijf of houden daarmee een buffer aan, zo klinkt het. Daarnaast zou de tariefsverhoging het evenwicht verstoren tussen de ondernemers voor de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting. Vooral nu het toptarief in de inkomstenbelasting omlaag gaat. Ongetwijfeld is het laatste woord hierover nog niet gezegd. Maar het duurt ook nog even voordat deze maatregel (waarschijnlijk) in werking treedt: in 2020.

Deel deze pagina

Artikel geschreven door:

Profiel foto van Peter Pleijsant
Peter Pleijsant Fiscaliteit, eigen woning, bedrijfsopvolging

Studeerde Fiscaal Recht in Leiden en werkte als belastingadviseur bij Deloitte. Sinds 2006 werkt hij bij ABN AMRO MeesPierson. Peter Pleijsant houdt zich bezig met nieuwe fiscale wetgeving, woningmarkt problematiek en bedrijfsopvolging.

Van gedachte wisselen met een specialist?

  • Wanneer het u uitkomt
  • Vrijblijvend
  • Persoonlijk
Fiscale maatregelen Rutte III voor ondernemers
5.0/94 (1 stem)
ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus
Logo of ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus