Chat with us, powered by LiveChat

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Deze veranderingen hebben in 2019 gevolgen voor ondernemers

Hoe ziet de belastingheffing eruit in 2019? Hieronder leest u meer over enkele belangrijke fiscale veranderingen in 2019 voor ondernemers. Hoeveel gaat ú betalen?

Nieuwe tarieven inkomstenbelasting

In mijn blog ‘Nieuwe fiscale cijfers in 2019’ leest u meer over tarieven in de inkomstenbelasting in 2019 die van toepassing kunnen zijn op een ondernemer. Bijvoorbeeld de ondernemer met een eenmanszaak (box 1), de ondernemer als aanmerkelijkbelanghouder van een BV (box 2) en/of de ondernemer als vermogende privépersoon (box 3).

Hieronder ga ik uit van een BV-situatie, maar de veranderingen kunnen ook van toepassing zijn op andere belastingbetalers. De laatste paragraaf gaat over verkrijgers van ondernemingsvermogen.

Lagere tarieven vennootschapsbelasting

Een BV moet vennootschapsbelasting betalen over haar belastbare winst. In 2019 is deze winst tot € 200.000 belast met 19% (2018: 20%) vennootschapsbelasting. Voor zover de winst hoger is dan € 200.000, is het tarief 25% in 2019 (2018: idem).

Na 2019 gaan beide tarieven verder omlaag: in 2020 naar respectievelijk 16,50% en 22,55% en in 2021 naar respectievelijk 15% en 20,50%. Deze tarieven staan al vast. Ze gaan omlaag omdat een hoge belastingdruk op onder meer bedrijfswinst het investeringsklimaat minder aantrekkelijk maakt. En dat gaat ten koste van de economische groei, zo blijkt uit de toelichting op deze maatregel.

Beperking verrekening verliezen

Als een BV verlies lijdt over een boekjaar, dan kan de BV dat verlies doorgaans verrekenen met de belastbare winst in een ander boekjaar of in andere boekjaren. Voor (de volgorde van) deze verliesverrekening gelden regels. Verliezen voor de vennootschapsbelasting zijn sinds 2019 eerst 1 jaar (2018: idem) achterwaarts en daarna nog maar 6 jaar (2018: 9 jaar) voorwaarts verrekenbaar. De BV met een verlies uit 2019 kan dat verlies daardoor uiterlijk tot en met 2025 verrekenen. In de toelichting op deze maatregel staat dat als een onderneming er in 7 jaar (inclusief het verliesjaar) niet in zou slagen om per saldo winst te maken, dit twijfel oproept over haar levensvatbaarheid. Er geldt gunstig overgangsrecht voor de volgorde van de verrekening van verliezen uit de periode 2017-2020.

Verliezen in box 1 van de inkomstenbelasting zijn eerst 3 jaar (2018: idem) achterwaarts en daarna nog 9 jaar (2018: idem) voorwaarts verrekenbaar. Voor verliezen in box 2 van de inkomstenbelasting zijn deze termijnen in 2019 respectievelijk 1 jaar (2018: idem) en 6 jaar (2018: 9 jaar).

Beperking afschrijving vastgoed

Een BV kan sinds 2019 ook minder afschrijven op haar vastgoed in eigen gebruik. Deze BV moet hierdoor meer vennootschapsbelasting betalen. In mijn blog ‘Acties vanwege afschrijvingsbeperking vastgoed’ leest u hier meer over.

Sinds dit jaar mag de fiscale boekwaarde door afschrijving voor de vennootschapsbelasting namelijk niet lager zijn dan de WOZ-waarde. In 2018 lag die grens nog bij 50% van de WOZ-waarde. “Uiteraard geldt hierbij dat wanneer de WOZ-waarde hoger is dan de boekwaarde van het gebouw, dat niet leidt tot een opwaardering en dus tot een heffing van vennootschapsbelasting”, zo staat in de toelichting op de maatregel. De afschrijvingsbeperking zorgt in het algemeen voor een lagere verkoopwinst in de toekomst. Daardoor wordt langdurig uitstel van belastingheffing (via de herinvesteringsreserve) beperkt.

Er geldt gunstig overgangsrecht als het vastgoed in eigen gebruik vóór 2019 in gebruik is genomen én vóór 2019 op dat vastgoed nog niet 3 volledige boekjaren is afgeschreven. Dan mag u gedurende het restant van die periode nog volgens de oude afschrijvingsregels (2018) afschrijven.

Voor vastgoed dat de BV als belegging aanhoudt, geldt bovenstaande afschrijvingsbeperking al langer. Maar voor vastgoed in eigen gebruik bij bijvoorbeeld een eenmanszaak geldt deze afschrijvingsbeperking niet.

Vrijstelling bij bedrijfsoverdracht omhoog

Wie ondernemingsvermogen krijgt door schenking of vererving kan onder bepaalde voorwaarden een beroep doen op gunstige fiscale regels voor de schenk- of erfbelasting. In de praktijk kort men deze bedrijfsopvolgingsregeling vaak af tot ‘BOR’. Vooral familiebedrijven maken er gebruik van. Deze vrijstelling was nog nooit zo hoog als in 2019, al gaat het ten opzichte van vorig jaar alleen om indexatie.
Deze vrijstelling kan alleen betrekking hebben op ondernemingsvermogen, niet op beleggingsvermogen.

De vrijstelling draagt bij aan de continuïteit van de onderneming omdat ze zo veel mogelijk voorkomt dat bedrijfsopvolgers veel geld uit het bedrijf moet halen om belasting te betalen als het bedrijf van eigenaar wisselt. Als aan de voorwaarden is voldaan, dan is in 2019 de eerste € 1.084.851 (2018: € 1.071.987) van het ondernemingsvermogen op verzoek aan de Belastingdienst helemaal vrijgesteld van schenk- of erfbelasting. Voor zover de waarde van de onderneming hoger is, is de vrijstelling 83% van het (meerdere aan) ondernemingsvermogen.

 

Deel deze pagina

Artikel geschreven door:

Profiel foto van Peter Pleijsant
Peter Pleijsant Fiscaliteit, vastgoed en bedrijfsoverdracht

Studeerde Fiscaal Recht in Leiden en werkte als belastingadviseur bij Deloitte. Sinds 2006 werkt hij bij ABN AMRO MeesPierson. Peter Pleijsant houdt zich bezig met fiscaliteit, vastgoed en bedrijfsoverdracht.

Vrijblijvend van gedachten wisselen met een specialist?

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus
Logo of ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Wellicht is dit ook interessant...