Chat with us, powered by LiveChat

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

UBO-register: effect op BV, CV, stichting en vereniging

Uiterlijk 10 januari 2020 moet de regering het UBO-register invoeren in Nederland. Veel vennootschappen en andere organisaties moeten straks bepaalde informatie over hun UBO’s registreren bij de Kamer van Koophandel. Hoe zit dat bijvoorbeeld bij een BV, CV, stichting en vereniging en in een aantal specifieke situaties?

Wie zijn UBO?

UBO’s zijn uiteindelijk belanghebbenden (in het Engels: ‘ultimate beneficial owners’) binnen een vennootschap of andere organisatie. Een UBO is altijd een mens, een natuurlijk persoon. Een BV bijvoorbeeld (een rechtspersoon) kan daarom zelf geen UBO zijn. Een vennootschap of andere organisatie kan één of meerdere UBO’s hebben. Dat blijkt uit het wetsvoorstel voor het indienen van het UBO-register.

UBO(’s) bij een BV, CV, stichting en vereniging

Dat wetsvoorstel verwijst voor de UBO-definitie naar het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018. Hierin staat per type vennootschap of andere juridische entiteit (hier: organisatie) wie de regering als uiteindelijk belanghebbende beschouwt. Hieronder leest u enkele hoofdlijnen van de situatie bij een BV, CV, stichting en vereniging uit het Uitvoeringsbesluit en het wetsvoorstel.

Wie is UBO bij een BV?

Bij een BV gaat het in elk geval om de natuurlijke personen die de uiteindelijke eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over de BV. Bijvoorbeeld personen die meer dan 25% van de aandelen bezitten (direct of indirect). Er is een vangnet: het hoger leidinggevend personeel van de BV. Voor een NV geldt hetzelfde.

Wie is UBO bij een CV?

Bij een CV, de commanditaire vennootschap, gaat het in elk geval om de natuurlijke personen die de uiteindelijke eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over de CV. Bijvoorbeeld personen die meer dan 25% van het eigendomsbelang bezitten (direct of indirect). Of om personen met meer dan 25% van de stemmen bij besluitvorming over de wijziging van de overeenkomst van de CV (direct of indirect). Er is een vangnet: het hoger leidinggevend personeel van de CV.

Wie is UBO bij een stichting en bij een vereniging?

Bij de stichting en vereniging gaat het in elk geval om de natuurlijke personen die de zeggenschap hebben over de stichting of vereniging. Bijvoorbeeld personen met meer dan 25% van de stemmen bij besluitvorming over de wijziging van de statuten van de stichting of vereniging (direct of indirect). Er is een vangnet: het hoger leidinggevend personeel van de stichting of vereniging. Bij de stichting en vereniging zal vaak de statutair bestuurder de UBO zijn. Uit de toelichting bij het wetsvoorstel blijkt onder andere dat begunstigden van een stichting die een uitkering krijgen van meer dan 25% van het uitgekeerde bedrag, de UBO zijn.

Ook een Stichting Administratiekantoor (STAK) moet volgens het wetsvoorstel de UBO-informatie registreren.

Hoe zit het bij kerkgenootschappen?

Voor kerkgenootschappen geldt een uitzondering van de UBO-registratieverplichting. Anders zou er sprake zijn van een indirecte registratie van de religie van deze UBO’s. Godsdienst of levensovertuiging is een bijzonder persoonsgegeven in de zin van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), waar de regering terughoudend mee wil omgaan. Kerkgenootschappen moeten wel zelf UBO-informatie inwinnen en bijhouden. Die verplichting staat namelijk los van de registratieverplichting.

Hoe zit het bij de Vereniging van Eigenaars?

De UBO-registratieplicht geldt ook niet voor de Vereniging van Eigenaars (VvE). Hetzelfde geldt voor bepaalde verenigingen die geen onderneming drijven en ‘overige privaatrechtelijke rechtspersonen’, zoals hofjes, boermarken, fundaties en gilden. Net als kerkgenootschappen moeten zij wel UBO-informatie inwinnen en bijhouden.

Om welke informatie over de UBO(‘s) gaat het?

Volgens de toelichting op het wetsvoorstel moeten alle UBO-registratieplichtige vennootschappen en andere organisaties de volgende informatie over hun UBO’s inwinnen, bijhouden en voorhanden hebben:

  1. naam;
  2. volledige geboortedatum;
  3. geboorteland;
  4. adres (inclusief woonstaat);
  5. nationaliteit;
  6. als dat is toegekend het burgerservicenummer (BSN) en – als dat is toegekend door de woonstaat van de UBO – een buitenlands fiscaal identificatienummer (TIN);
  7. afschrift van documentatie waardoor de identiteit van de UBO is geverifieerd;
  8. de aard en omvang van het door de uiteindelijk belanghebbende gehouden economische belang; en
  9. afschrift van documentatie waarmee wordt onderbouwd waarom een persoon de status van UBO heeft en waarmee de aard en omvang van het door de UBO gehouden economische belang wordt aangetoond.

Welke UBO-informatie is voor iedereen toegankelijk?

Niet alle in bovengenoemde paragraaf genoemde UBO-informatie is straks voor iedereen openbaar toegankelijk (tegen een kostendekkende vergoeding). Dat geldt wel voor de informatie die hierboven is vermeld bij de nummers 1, 2 (alleen geboortemaand en -jaar), 4 (alleen woonstaat), 5 en 8.

Bij punt 8 wordt overigens niet de exacte omvang van het belang openbaar toegankelijk (bij percentages aandelen, stemrecht of eigendom). In plaats daarvan zullen de volgende bandbreedtes worden vermeld: ‘meer dan 25% tot 50%’, ‘van 50% tot 75%’ en ‘van 75% tot en met 100%’. Er zullen geen geldbedragen bij staan volgens het wetsvoorstel.

Er zijn privacywaarborgen voor UBO-informatie die voor iedereen toegankelijk is (behalve punt 8). Op verzoek kan de Kamer van Koophandel UBO-informatie afschermen als aantoonbaar sprake is van één van volgende situaties: blootstelling aan een onevenredig risico, een risico op fraude, ontvoering, chantage, afpersing, pesterijen, geweld of intimidatie, minderjarigheid of andersoortige handelingsonbekwaamheid. Deze afscherming geldt niet voor bijvoorbeeld krediet- en financiële instellingen en notarissen.

De aanvullende UBO-informatie die is vermeld bij de nummers 2 (alleen geboortedag en -plaats), 3, 4 (alleen adres), 6, 7 en 9 is alleen toegankelijk voor bevoegde autoriteiten en de Financiële Inlichtingen Eenheid.

Parlementaire behandeling

Het wetsvoorstel ligt nu bij de Tweede Kamer voor de parlementaire behandeling daarvan. De Kamer kan het wetsvoorstel nog veranderen.

Deel deze pagina

Artikel geschreven door:

Profiel foto van Peter Pleijsant
Peter Pleijsant Fiscaliteit, vastgoed en bedrijfsoverdracht

Studeerde Fiscaal Recht in Leiden en werkte als belastingadviseur bij Deloitte. Sinds 2006 werkt hij bij ABN AMRO MeesPierson. Peter Pleijsant houdt zich bezig met fiscaliteit, vastgoed en bedrijfsoverdracht.

Vrijblijvend van gedachten wisselen met een specialist?

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus
Logo of ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus