ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Box 2 tariefsverhoging: wanneer is afrekenen tegen 25% voor DGA voordelig?

Dit artikel is voor u geactualiseerd. Het oorspronkelijke bericht werd gepubliceerd in november 2017.

Het was al de bedoeling volgens het op Prinsjesdag 2018 ingediende Belastingpakket 2019 om de vennootschapsbelasting de komende jaren stapsgewijs te verlagen. Nu het afschaffen van de dividendbelasting uiteindelijk niet doorgaat, ziet het kabinet ruimte om de  vennootschapsbelasting nóg wat verder te laten dalen.
Daar staat tegenover dat de inkomstenbelasting in box 2 vanaf 2020 omhoog gaat. Dat betekent dat behalve op toekomstige winsten ook op bestaande winstreserves een hogere belastingclaim komt te liggen. Wanneer is het gunstig om tegen het bestaande tarief van 25% in box 2 af te rekenen? En wanneer kunt u het vermogen beter in de BV laten en het hogere tarief in de toekomst voor lief nemen?

Tarieven vennootschapsbelasting en IB box 2 wijzigen

De komende jaren verlaagt het kabinet de vennootschapsbelasting. Maar de eerder geplande verlenging van de eerste tariefschijf gaat niet meer door. De grens tot waar het lage tarief geldt, blijft liggen op € 200.000. Het lage tarief daalt na 2018 stapsgewijs naar 15% in 2021. Het tarief over de belastbare winst boven € 200.000 daalt gelijktijdig tot 20,5%. Als DGA betaalt u over de winst na vennootschapsbelasting later nog inkomstenbelasting in box 2. Dat tarief gaat juist omhoog van 25% naar uiteindelijk 26,9% in 2021. Per saldo daalt de gecombineerde belastingdruk – eerst vennootschapsbelasting en later IB box 2 over de winst na vennootschapsbelasting – hierdoor enigszins.

VPB laag VPB hoog IB box 2 Gecombineerd laag Gecombineerd hoog
2018 20% 25% 25% 40,00% 43,75%
2019 19% 25% 25% 39,25% 43,75%
2020 16,5% 22,5% 26,25% 38,42% 42,88%
2021 15% 20,5% 26,90% 37,87% 41,89%

Beleggen binnen de BV vs. privé

Als het nettorendement na vennootschapsbelasting binnen de BV precies gelijk is aan het nettorendement na aftrek van vermogensrendementsheffing in box 3, maakt het geen verschil op welk moment u in box 2 afrekent. Althans, bij een gelijkblijvend tarief in box 2. Een voorbeeld verduidelijkt dit. Stel dat de belastingdruk op het rendement binnen uw BV 20% bedraagt. En dat de belastingdruk privé als percentage van het vermogen in box 3 uitkomt op 1,3%. Dan is sprake van een gelijke belastingdruk wanneer het rendement 6,5% bedraagt. Immers, 20% vennootschapsbelasting over 6,5% rendement is 1,3%. Evenveel als de belasting in box 3. Zowel binnen de BV als privé blijft dan netto 5,2% rendement over na belasting. Stel dat het IB-tarief in box 2 niet zou veranderen en nu en in de toekomst 25% zou bedragen. Het maakt dan voor de einduitkomst geen verschil of u een bepaald bedrag à 5,2% nettorendement binnen de BV laat renderen en na een xaantal jaren 25% IB box 2 over het gevormde kapitaal betaalt. Of dat u direct 25% IB box 2 betaalt en 75% van het vermogen à 5,2% netto in box 3 verder laat renderen gedurende dezelfde periode. In dit voorbeeld is binnen de BV blijven beleggen en betaling van IB box 2 uitstellen voordeliger zolang het bruto rendement lager is dan 6,5% (omslagpunt).

Afrekenen in box 2 tegen lager tarief dan in de toekomst

De rekensom wordt een stuk ingewikkelder als het IB-tarief in box 2 waartegen u moet afrekenen in de toekomst hoger ligt dan nu. Dan maakt het wél uit hoe lang u het betalen van IB in box 2 kunt uitstellen. Voor zover het beleggingsvermogen binnen uw BV betreft, moet uiterlijk bij uw overlijden de belastingclaim in box 2 worden betaald. Als u vóór 2020 afrekent tegen 25%, heeft u een direct voordeel van 2,9%-punten ten opzichte van afrekenen in 2021 of daarna. Maar of dat voordelig is, hangt af van het aantal jaren dat u afrekenen in box 2 zou kunnen uitstellen en van het rendement dat u gedurende die periode behaalt. In onderstaande grafiek is dit verband zichtbaar gemaakt voor 2 situaties. In het ene geval is uitgegaan van een vennootschapsbelasting van 15% en een belastingdruk in box 3 van 1,3%. In het andere geval is gerekend met 20,5% vennootschapsbelasting en 1,7% belastingdruk in box 3.

Wanneer is afrekenen vóór 2020 sowieso aantrekkelijk?

Uit de grafiek blijkt dat afrekenen in 2019 tegen 25% bij elk positief rendement voordelig is, wanneer u anders binnen 3 à 4 jaar sowieso zou afrekenen tegen het hogere tarief. Wie binnen deze termijn bepaalde privé-uitgaven verwacht te doen en deze wenst te financieren met dividend uit de BV, kan beter op tijd nog profiteren van het tarief van 25%. Daarbij kan men bijvoorbeeld ook denken aan grotere bedragen die men privé wil schenken. Of aan het aflossen van een rekening-courantschuld aan de BV. Dat laatste kan in bepaalde gevallen wenselijk zijn als u als DGA in totaal meer dan € 500.000 schuld heeft aan uw BV. Maar is er geen concrete bestemming voor het dividend en rendeert het vermogen verder in box 3? Dan pakt de dividenduitkering op termijn vaak onvoordelig uit. Tenzij men een fors rendement maakt.

Deel deze pagina

Artikel geschreven door:

Profiel foto van René Bruel
René Bruel DGA en BV, internationale belastingen

René Bruel is werkzaam binnen het Kenniscentrum Vermogensadvies. Hij houdt zich met name bezig met internationale vraagstukken op het gebied van vermogensstructurering en estate planning. Daarbij bouwde hij een bijzondere expertise op over financiële en fiscale aspecten bij het tweede huis in het buitenland.

Van gedachten wisselen met een specialist?

  • Wanneer het u uitkomt
  • Vrijblijvend
  • Persoonlijk
ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus
Logo of ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus