ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Box 2 tariefsverhoging: wanneer is afrekenen tegen 25% voor DGA voordelig?

Het regeerakkoord van Rutte III bevat een aantal fiscale maatregelen die van belang zijn voor de directeur-grootaandeelhouder. Zo gaat de vennootschapsbelasting stapsgewijs omlaag, maar de inkomstenbelasting in box 2 omhoog. Dat betekent dat behalve op toekomstige winsten ook op bestaande winstreserves een hogere belastingclaim komt te liggen. Wanneer is het gunstig om tegen het bestaande tarief van 25% in box 2 af te rekenen? En wanneer kunt u het vermogen beter in de BV laten en het toekomstige tarief van 28,5% voor lief nemen?

Tarieven vennootschapsbelasting en IB box 2 wijzigen

De komende jaren wil het nieuwe kabinet de vennootschapsbelasting verlagen. Maar de eerder geplande verlenging van de eerste tariefschijf gaat niet meer door. De grens tot waar het lage tarief geldt, blijft liggen op € 200.000. Het lage tarief daalt na 2018 stapsgewijs van 20% naar 16% in 2021. Het tarief over de belastbare winst boven € 200.000 daalt gelijktijdig van 25% naar 21%. Als DGA betaalt u over de winst na vennootschapsbelasting later nog inkomstenbelasting in box 2. Dat tarief gaat juist omhoog van 25% naar uiteindelijk 28,5% in 2021. De gecombineerde belastingdruk – eerst vennootschapsbelasting en later IB box 2 over de winst na vennootschapsbelasting – verandert hierdoor vrijwel niet.

VPB laag VPB hoog IB box 2 Gecombineerd laag Gecombineerd hoog
2018 20% 25% 25% 40,00% 43,75%
2019 19% 24% 25% 39,25% 43,00%
2020 17,5% 22,5% 27,3% 40,02% 43,66%
2021 16% 21% 28,5% 39,94% 43,52%

Beleggen binnen de BV vs. privé

Als het nettorendement na vennootschapsbelasting binnen de BV precies gelijk is aan het nettorendement na aftrek van vermogensrendementsheffing in box 3, maakt het geen verschil op welk moment u in box 2 afrekent. Althans bij een gelijkblijvend tarief in box 2. Een voorbeeld verduidelijkt dit. Stel dat de belastingdruk op het rendement binnen uw BV 20% bedraagt. En dat de belastingdruk privé als percentage van het vermogen in box 3 uitkomt op 1,3%. Dan is sprake van een gelijke belastingdruk wanneer het rendement 6,5% bedraagt. Immers, 20% vennootschapsbelasting over 6,5% rendement is 1,3%. Evenveel als de belasting in box 3. Zowel binnen de BV als privé blijft dan netto 5,2% rendement over na belasting. Stel dat het IB-tarief in box 2 niet zou veranderen en nu en in de toekomst 25% zou bedragen. Het maakt dan voor de einduitkomst geen verschil of u een bepaald bedrag à 5,2% nettorendement binnen de BV laat renderen en na een x-aantal jaren 25% IB box 2 over het gevormde kapitaal betaalt. Of dat u direct 25% IB box 2 betaalt en 75% van het vermogen à 5,2% netto in box 3 verder laat renderen gedurende dezelfde periode. In dit voorbeeld is binnen de BV blijven beleggen en betaling van IB box 2 uitstellen voordeliger zolang het bruto rendement lager is dan 6,5% (omslagpunt).

Afrekenen in box 2 tegen lager tarief dan in de toekomst

De rekensom wordt een stuk ingewikkelder als het IB-tarief in box 2 waartegen u moet afrekenen in de toekomst hoger ligt dan nu. Dan maakt het wél uit hoe lang u het betalen van IB in box 2 kan uitstellen. Voor zover het beleggingsvermogen binnen uw BV betreft, moet uiterlijk bij uw overlijden de belastingclaim in box 2 worden betaald. Als u vóór 2020 afrekent tegen 25% heeft u een direct voordeel van 3,5%-punten ten opzichte van afrekenen in 2021 of daarna. Maar of dat voordelig is hangt af van het aantal jaren dat u afrekenen in box 2 zou kunnen uitstellen en van het rendement dat u gedurende die periode behaalt. In onderstaande grafiek is dit verband zichtbaar gemaakt voor 2 situaties. In het ene geval is uitgegaan van een vennootschapsbelasting van 16% en een belastingdruk in box 3 van 1,3%. In het andere geval is gerekend met 21% vennootschapsbelasting en 1,6% belastingdruk in box 3.

Wanneer is afrekenen vóór 2020 sowieso aantrekkelijk?

Uit de grafiek blijkt dat afrekenen in 2019 tegen 25% feitelijk altijd voordeliger is wanneer u binnen 3 à 4 jaar sowieso zou afrekenen. Wie binnen deze termijn bepaalde privé-uitgaven verwacht te doen en deze wenst te financieren met dividend uit de BV, kan beter op tijd nog profiteren van het tarief van 25%. Daarbij kan men bijvoorbeeld ook denken aan grotere bedragen die men privé wil schenken. Of aan het aflossen van een rekening-courantschuld aan de BV. Maar is er geen concrete bestemming voor het dividend en rendeert het vermogen verder in box 3? Dan pakt de dividenduitkering op termijn vaak onvoordelig uit. Tenzij men een fors rendement maakt.

 

Deel deze pagina

Artikel geschreven door:

Profiel foto van René Bruel
René Bruel DGA en BV, internationale belastingen

René Bruel studeerde Bedrijfseconomie aan de Universiteit van Tilburg en voltooide de Masteropleiding Financial Planning aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkt sinds 1993 binnen de Private Banking tak van de bank. Binnen het Kenniscentrum Vermogensadvies & Beleggen houdt hij zich onder andere bezig met internationale vraagstukken op het gebied van vermogensstructurering en estate planning. En de fiscaliteiten rondom de DGA en zijn BV.

Van gedachten wisselen met een specialist?

  • Wanneer het u uitkomt
  • Vrijblijvend
  • Persoonlijk
Box 2 tariefsverhoging: wanneer is afrekenen tegen 25% voor DGA voordelig?
0.0/5 score (0 stemmen)
ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus
Logo of ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus