ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Waarin te beleggen bij pensionering?

Na uw pensionering verandert uw risicoprofiel van uw beleggingsportefeuille. Waarin kunt u het beste gaan beleggen?


Na uw pensionering verandert uw risicoprofiel van uw beleggingsportefeuille omdat u gaat interen op uw vermogen en een voorspelbare inkomstenstroom noodzakelijk is. Het belang van risico en de verdeling van uw vermogen over de verschillende beleggingscategorieën leggen wij u in dit blog uit. Tevens gaan we wat dieper in op hoe u kunt omgaan met het huidige lage renteklimaat.

Een hernieuwde blik op uw risicoprofiel bij pensionering

Afhankelijk van uw beleggingsdoel en -horizon wordt uw risicoprofiel bepaald. Doordat met uw pensionering uw doel en beleggingshorizon veranderen, verandert ook uw risicoprofiel. Als u in uw jonge jaren gaat beleggen met als doel extra inkomen te generen tijdens uw pensioen, is vooral het doel om het vermogen te laten groeien.

Ook staat de pensioengerechtigde leeftijd vast en is de beleggingshorizon duidelijk. Aangezien u nog in de opbouwfase zit, zult u met meer risico beleggen. Doordat u nog een lange beleggingshorizon heeft, is risicovoller beleggen niet per se nadelig, want u heeft nog de tijd om te herstellen van een eventuele beurscorrectie.

Na pensionering is het doel van uw beleggingsportefeuille vooral om geld eraan te onttrekken en moet het restant vooral zijn waarde blijven behouden. Het moge duidelijk zijn dat hierdoor uw risicoprofiel lager wordt, omdat u zichzelf beter wilt beschermen tegen een eventuele beurscorrectie.

Waarom is de mate van risico nemen zo belangrijk?

Risico in relatie tot beleggen houdt vooral in dat u gecompenseerd wilt worden voor het risico dat u neemt. Daarbij is het logisch dat hoe meer risico u neemt, hoe hoger het rendement zal zijn in goede tijden en hoe meer verlies u zult hebben in slechte beurstijden.

Nu heeft elke beleggingscategorie een andere risico- rendementsverhouding. Met aandelen bent u mede-eigenaar van het bedrijf en als eerste aansprakelijk met uw inleg bij verlies of faillissement. Hierdoor is het risico als aandelenbelegger het hoogst en wordt een hoger rendement/ risicopremie geëist.

Bij obligaties bent u geen eigenaar, maar leent u uw geld uit. Hiervoor krijgt u een vergoeding, de coupon, die gezien kan worden als risicopremie. Deze is echter lager dan bij een aandelenbelegging. Vastgoed heeft kenmerken die tussen die van obligaties en aandelen inzit. Daardoor zit het geëist rendement daar ook tussenin. Het risico van spaargeld daarentegen is laag en de rente die u ontvangt is daarom een lage risicopremie (dit wordt ook wel het risicovrije rendement genoemd).

Binnen een beleggingscategorie kunnen overigens ook verschillen zijn. Cyclische aandelen, zoals industriële bedrijven, zijn risicovoller dan defensieve aandelen, zoals bijvoorbeeld supermarktketens. Binnen obligaties zijn staatsobligaties veiliger en bedrijfsobligaties risicovoller. Het geëist rendement/ de risicopremie past zich hierop aan.

Bij een langere beleggingshorizon zal het verwachte rendement zwaarder wegen dan het risico en bij een kortere beleggingshorizon is dat andersom. Iemand die richting de 65 jaar gaat en niet als doel heeft het vermogen door te schuiven naar de volgende generatie, zal zijn volledige vermogen daarom niet op het spel willen zetten. Hij of zij zal al snel het extra inkomen uit de beleggingen willen gebruiken als (aanvulling op het) pensioen. Dat betekent dat de beleggingsportefeuille zou moeten bestaan uit relatief veilige obligaties en liquide middelen.

De asset allocatie bepaald uw rendement

Wat uit het bovenstaande misschien al blijkt, maar wat ook uit onderzoeken naar voren komt, is dat de bijdrage van de asset allocatie aan het rendement van een portefeuille veel groter is dan de keuze voor een individuele titel. Uw risicoprofiel bepaalt uw strategische asset allocatie (hoeveel procent van u portefeuille besteedt u onder markt neutrale omstandigheden aan elk van de verschillende beleggingscategorieën zoals aandelen, obligaties en kas).

Afhankelijk van de economische cyclus kan daar licht van worden afgeweken (tactische asset allocatie). De tactische asset allocatie bepaalt voor ongeveer 70% het rendement van uw beleggingsportefeuille. De keuze voor een bepaalde sector of regio of de looptijd van een obligatie bepaalt het rendement voor rond de 20%. Een individuele titel is maar verantwoordelijk voor zo’n 10%. Dat betekent dat bij de keuze van één enkele titel weliswaar een uitzonderlijk hoog rendement kan worden behaald, maar dat dit wel gepaard gaat met een (onaanvaardbaar) hoog risico.

Bij pensionering is een voorspelbare inkomensstroom noodzakelijk

Bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd is het – behalve het lagere risico – ook van belang dat er een constante en liefst voorspelbare inkomensstroom is. Aandelen kunnen dividend bieden, maar zeker is dat niet omdat dit afhankelijk is van het dividendbeleid van de uitgevende instelling. Tevens kan de waarde van het onderliggende aandeel fluctueren.

Toch zijn er wel bepaalde sectoren waarvan bekend is dat ze relatief betrouwbare dividenden uitkeren. Denk hierbij aan de gezondheidssector, de consumptiegoederen sector of de telecommunicatiesector.

Spaargeld daarentegen biedt een betrouwbare rentevergoeding, maar die is meestal erg laag. Daar staat tegenover dat spaargeld over het algemeen zonder waardeverlies te gelde kan worden gemaakt. In zo’n geval wordt echter wel ingeteerd op het vermogen.

Obligaties leveren wel een constante en voorspelbare inkomstenstroom op en zijn uit dien hoofde bij uitstek geschikt om ook na de pensioengerechtigde leeftijd in portefeuille te houden.

Toch is het lastig om in het huidige lage renteklimaat een inkomstenstroom te generen die voldoet aan de inkomenseisen, als belegd wordt in minder risicovolle beleggingen als obligaties. Met de lage rente is de coupon op obligaties laag. Daarnaast kunnen rentes niet heel veel meer dalen waardoor de kans op koersrendementen ook kleiner wordt. Sterker, bij een eventuele rentestijging zullen koersen zelfs dalen en is er sprake van verlies.

Om aan dit probleem het hoofd te bieden, kan overwogen worden om het geld, dat beschikbaar is voor obligatiebeleggingen, anders te verdelen. Gedeeltelijk op een spaarrekening zetten en een gedeelte te beleggen in hoger renderende effecten. Denk hierbij aan bedrijfsobligaties of dividendaandelen. Op die manier kan een iets hogere inkomstenstroom gegenereerd worden, maar blijft het risicoprofiel en daarmee het neerwaarts risico min of meer gelijk.

Ben Steinebach, hoofd Beleggingsstrategie ABN AMRO
Ralph Wessels, Beleggingsstrateeg ABN AMRO

Deel deze pagina

Artikel geschreven door:

Profiel foto van Ralph Wessels
Ralph Wessels Beleggingsstrateeg

Ralph is Hoofd Beleggingsstrategie bij ABN AMRO MeesPierson. Hij is sinds 2011 werkzaam bij de bank waar hij is begonnen als aandelenanalist.. Hiervoor werkte hij als beleggingsstrateeg bij Robeco. Ralph is een afgestudeerd bedrijfseconoom aan de Erasmus Universiteit Rotterdam met specialisatie in financiële markten & beleggen.

Van gedachten wisselen met een specialist?

  • Wanneer het u uitkomt
  • Vrijblijvend
  • Persoonlijk
ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus
Logo of ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus