ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Lastige keuze: wel of niet doorbeleggen na je pensioen?

In augustus publiceren we een aantal eerder geplaatste artikelen opnieuw. Omdat we vinden dat ze meer dan de moeite waard zijn om te lezen en het jammer zou zijn als u het artikel eerder hebt gemist. Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd op 18 maart 2016.

Werknemers met een beschikbare premieregeling moeten straks een moeilijke vraag beantwoorden: gaan ze voor veilig met een bescheiden, vaststaand pensioen of zetten ze in op een variabele uitkering die hoger ligt, maar ook lager kan uitvallen.

Wat wilt u liever: uw leven lang een uitkering krijgen van € 2000 per maand. Of kans maken op € 2400, maar dan wel het risico lopen dat dit bedrag in de toekomst een tijd verlaagd wordt tot slechts € 1600 of zelfs nog minder? Wat zou u doen?

Simpel uitgedrukt is dat de vraag waar werknemers die deelnemen aan een zogeheten beschikbare premieregeling straks mee te maken krijgen. Als alles volgens plan verloopt, wordt op 1 juli de Wet verbeterde premieregeling ingevoerd. Anders dan nu kunnen mensen met een premieregeling dan na hun officiële pensioendatum door blijven beleggen als zij dat willen. Ze lopen dan niet langer rendement mis.

Wie nu met zijn opgebouwde pensioenpotje een uitkering moet kopen voor zijn oude dag is aanzienlijk slechter af dan zijn collega die ruim vijf jaar eerder is uitgezwaaid. Door de huidige, lage rente kunnen aanstaande gepensioneerden slechts een uitkering aankopen die soms wel 20% lager ligt dan waar zij destijds mee rekening hielden, rekende lobbyclub Stichting Geldbelangen voor. Ook het feit dat wij langer leven dan vroeger drukt de maandelijkse uitkering — het vermogen moet immers over een langere periode worden uitgesmeerd.

Aankoopmoment

Het probleem wordt steeds nijpender omdat steeds meer werkgevers overstappen op een beschikbare premieregeling. Naar schatting hebben tegenwoordig circa een half miljoen werknemers die, vergeleken met een kleine vijf miljoen pensioengerechtigden met een middel- of eindloonregeling. Niet alleen is bij een premieregeling de kapitaalopbouw afhankelijk van het beleggingsresultaat op je inleg, bij het gros van de premieregelingen moet je op de pensioendatum in één keer het opgebouwde potje omzetten in een levenslange uitkering. Stop je met werken op een tijdstip als de marktrente laag staat, dan ben je dus de pineut.

Om de afhankelijkheid van dat ene aankoopmoment te reduceren, komt er de mogelijkheid om door te blijven beleggen na pensioendatum. In plaats van een vastgeklonken nominale uitkering krijgen pensioengerechtigden dan een uitkering die varieert. De hoogte ervan is dan onder andere afhankelijk van de beleggingsopbrengst en de levensverwachting.

Dat klinkt eng, gezien de hoge volatiliteit op de financiële markten. Maar volgens Jeroen Koopmans, partner bij pensioenadviseur LCP, zal de hoogte van de uitkering wel een mate van zekerheid hebben, onder andere omdat de pensioenuitvoerder de beleggingsmix moet samenstellen volgens het ‘prudent persoonbeginsel’. Dat wil zeggen: hij moet zich als een ‘goede huisvader’ gedragen door voor een mix te kiezen van bijvoorbeeld aandelen en obligaties die bij de pensioengerechtigde past.

Beter af

Gezien de huidige lage rentestand is de kans groot dat de pensioengerechtigde die voor doorbeleggen kiest, beter af is dan iemand die kiest voor een gegarandeerde uitkering. Volgens Koopmans laat onderzoek uit 2014 zien dat doorbeleggen in 75% van de gevallen leidt tot een hogere uitkering. ‘Stel dat je nu bijvoorbeeld voor een vaste uitkering kiest. Dan krijg je van de pensioenuitvoerder een gegarandeerd rendement van 0,5%, die gelijk is aan de risicovrije rente’, zegt hij. Iedere extra procentpunt die je hier bovenop behaalt met doorbeleggen vertaalt zich ruwweg in een 11% hogere uitkering. Maar garantie is er niet: de beleggingsresultaten kunnen ook tegenvallen.

Vanwege die risico’s legt de wet vast dat deelnemers nadrukkelijk voor doorbeleggen moeten kiezen. Wie dat niet expliciet kenbaar maakt, wordt geacht een risicovrije vaste uitkering te willen. Koopmans: ‘De zogeheten “default” is helaas vastgesteld op de vaste, gegarandeerde uitkering. Toch verwacht ik dat de variabele variant wel gaat lopen in de huidige markt — juist omdat de marktrente zo laag blijft.’

Voorsorteren

Die keuze ligt overigens veel dichterbij dan veel mensen doorhebben, stelt Masha Bril, pensioenspecialist bij ABN Amro MeesPierson. ‘Idealiter moet je al rond je 45ste gaan voorsorteren,’ zegt hij. Dat beaamt Koopmans: ‘Rond die leeftijd begint, in aanloop naar de pensioendatum, volgens de principes van het ‘levenscyclus beleggen’ de transitie naar minder risicovol beleggen. Wil je blijven beleggen na de pensioendatum, dan vergt dat een andere aanpak, die strookt met die langere beleggingshorizon.’ Anders gezegd, wie langer belegt kan zich tijdens de rit langere tijd meer risico veroorloven — en maakt daardoor meer kans op een beter rendement.

De nieuwe wet stelt dan ook dat pensioenuitvoerders deelnemers moeten inlichten — aan het begin van de rit, tijdens de opbouw van het pensioen en nog eens als de eindstreep nadert — over de mogelijkheden en risico’s van een variabel pensioen. Volgens Bril wordt dat nog een stevige klus: ‘Iemand moet wel weloverwogen kunnen beslissen of hij het risico kan of wil lopen.’ Of dat zo is, hangt volgens hem allereerst af van iemands persoonlijke financiële situatie. Maar ook van de vraag hoeveel verlies hij lijdt als het meest pessimistische beleggingsscenario werkelijkheid wordt. Bril: ‘Eigenlijk heb je daar een financiële planner bij nodig.’

Zo’n keuze zal ook sterk afhangen van de manier waarop pensioenaanbieders het variabele premiepensioen vormgeven. De nieuwe wet — een samenvoeging van een wetsvoorstel van VVD-Kamerlid Helma Lodders en een van het kabinet — legt alleen de kaders van de nieuwe regeling vast. Over de precieze invulling gaan de pensioenaanbieders zelf. Onduidelijk is wie waarmee zal komen.

Units of euro’s?

Zo is er in de wet ruimte voor uitkeringen die gebaseerd worden op de koerswaarde van eenheden (units). ‘Bij een variabele annuïteit koop je een levenslange uitkering in een vast aantal units in plaats van een uitkering in een vast aantal euro’s’, legt Koopmans uit. In het begin wordt de waarde van de units vastgesteld aan de hand van de projectierente (die volgens de wet hetzelfde moet zijn als de risicovrije marktrente). Daarbij vertegenwoordigt een unit bijvoorbeeld een bedrag van € 1.

Renderen de beleggingen beter dan verwacht, dan stijgt de unit evenredig in waarde en krijg je meer uitgekeerd. Daalt het resultaat van de beleggingen tot onder het geprojecteerde rendement, dan keert de pensioenuitvoerder minder geld uit. Koopmans: ‘Met units kun je de uitkering maandelijks mee laten bewegen met het beleggingsresultaat.’

Risico delen of niet

Daarnaast geeft de nieuwe wet de mogelijkheid om een deel van de toekomstige uitkering vast te zetten en met een ander deel te variëren. Ook mag volgens de wet zowel op individuele basis worden doorbelegd als gemeenschappelijk — dan delen de deelnemers het beleggingsrisico, net zoals bij uitkeringsregelingen bij pensioenfondsen. Alleen kan de deelnemer daarover niet zelf beslissen — dat doet de aanbieder. Het zit er dik in dat pensioenfondsen in de regel zullen kiezen voor de collectieve variant, terwijl verzekeraars zullen neigen naar de individuele aanpak. In geen van beide gevallen krijgen deelnemers zeggenschap over de inrichting van de beleggingsportefeuille. Die stelt de pensioenuitvoerder vast op basis van het risicoprofiel van de deelnemer of deelnemersgroep.

Ook kan de pensioenuitvoerder ervoor kiezen om mee- en tegenvallers uit te smeren in de tijd. Volgens de wet moet hij minstens een keer per jaar het financiële resultaat vaststellen, maar beslist hij daarna zelf of hij dat in één keer doorgeeft aan de deelnemers of in stapjes uitgesmeerd over maximaal vijf jaar. Als de uitvoerder die mee- en tegenvallers maar op dezelfde manier behandelt.

Vanille-ijs of frambozen

Koopmans van LCP verwacht niet dat pensioenaanbieders alle varianten in huis zullen hebben. ‘Je zult kunnen kiezen tussen een vaste of variabele uitkering, maar hoe de aanbieder de variabele uitkering vormgeeft, zal verschillen.’

Wat u voorgeschoteld krijgt, zal dus afhangen van uw aanbieder. Bouwt u uw pensioenkapitaal op bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling (PPI), dan kunt u in de uitkeringsfase gaan winkelen. Bril: ‘Dat was altijd al zo. Maar nu is het shoprecht — onder beperkte voorwaarden — ook uitgebreid naar pensioenfondsen.’ Mocht je een variabele uitkering willen, maar wordt die niet aangeboden, dan staat het je vrij om die elders te kopen.’ Andersom geldt hetzelfde.

Toch ben je niet geheel vrij in je keuze. Stel dat het pensioenfonds wel een variabele uitkering biedt, maar alleen op basis van risicodeling, terwijl je dat juist niet wilt. Of dat je per se schokken uitgesmeerd wilt zien over de jaren, maar het pensioenfonds daar niet aan doet. Dan heb je pech. Koopmans: ‘Je kunt straks kiezen voor cake of ijs, maar of dat vanille-ijs is of frambozen, daar heb je geen zeggenschap over.’

Lien van der Leij

Dit artikel werd met toestemming overgenomen uit het FD.

Deel deze pagina

Lastige keuze: wel of niet doorbeleggen na je pensioen?
5.0/94 (1 stem)
ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus
Logo of ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus