Chat with us, powered by LiveChat

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Nieuwe fiscale cijfers in 2019

Na de Tweede Kamer is nu ook de Eerste Kamer akkoord gegaan met het pakket Belastingplan 2019. Daarmee staan de in dit belastingpakket opgenomen fiscale maatregelen van de regering vast. Vanaf 2019 kunnen we dan ook veel fiscale veranderingen verwachten. Hoe ziet het nieuwe belastingjaar 2019 eruit?

Overzicht met fiscale cijfers van het Ministerie van Financiën

Het Ministerie van Financiën heeft een overzicht gepubliceerd met de belangrijkste belastingwijzigingen per 1 januari 2019. Hieronder ga ik nader in op enkele fiscale cijfers en tarieven voor box 1, box 2 en box 3 van de inkomstenbelasting voor 2019 en kijk ik alvast naar de komende jaren.

Box 1: belastbaar inkomen uit werk en woning

In 2019 zien we een aantal lagere tarieven ten opzichte van 2018. Zo gaat het tarief in de 2e en 3e schijf van 40,85% naar 38,10%. En het toptarief van 51,95% daalt naar 51,75%. Na 2019 gaan deze tarieven verder omlaag. In 2020 gaat het toptarief naar 50,50%. In 2021 zijn er nog maar 2 tarieven: 37,05% en 49,50%.

Het laagste tarief gaat weliswaar omhoog van 36,55% in 2018 naar 36,65% in 2019. Maar daar staat onder andere tegenover dat de algemene heffingskorting vooral voor belastingbetalers met een belastbaar inkomen dat niet boven de eerste schijf uitkomt, omhoog gaat per 2019.

Degenen die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, houden een lager tarief over hun belastbaar inkomen tot ruim €34.000, omdat zij geen AOW-premie betalen.

Jonger dan
AOW-leeftijd
Geboren
vanaf 1946
Bij een belastbaar inkomen uit werk en woning meer dan  Maar niet meer dan is het gecombineerde tarief (inkomsten-
belasting en premies
volksverzekeringen)
is het gecombi-
neerde
tarief (inkomsten-
belasting en
premies volks-
verzekeringen)
€20.384 36,65% 18,75%
€20.384 €34.300* 38,10% 20,20%
€34.300* €68.507 38,10% 38,10%
€68.507 51,75% 51,75%

Tabel 1. Belastingschijven en tarieven inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen in box 1 in 2019.

_____________

* Voor belastingbetalers die zijn geboren vóór 1946 geldt in de tweede en derde schijf het bedrag van €34.817 in plaats van €34.300.

Aftrekposten in box 1

Het maximale verrekentarief voor aftrekbare (rente)kosten in box 1 voor het eigen huis (lees: hypotheekrenteaftrek) gaat verder omlaag van 49,50% in 2018 naar 49% in 2019. Voor andere aftrekbare kosten in box 1 is dit maximale verrekentarief in 2019 gelijk aan het dan geldende toptarief (51,75%).

Vanaf 2020 komt er een versnelde beperking van de hypotheekrenteaftrek. Dan gaat het maximale verrekentarief in stappen van 3%-punten omlaag (2020: 46%, 2021: 43%, 2022: 40% en 2023: 37,05%). Deze versnelde afbouw van de aftrek geldt vanaf 2020 ook voor veel andere aftrekposten in de inkomstenbelasting, zoals ondernemersfaciliteiten (bijvoorbeeld de zelfstandigenaftrek, de meewerkaftrek en de MKB-winstvrijstelling) en persoonsgebonden aftrekposten (zoals betaalde partneralimentatie, aftrekbare giften en uitgaven voor specifieke zorgkosten). Het gaat om die situaties waarbij belastingbetalers zonder rekening te houden met deze aftrekposten een belastbaar inkomen in box 1 hebben in de hoogste tariefschijf. Voor premies voor lijfrente- en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen geldt deze aftrekbeperking niet.

Box 2: belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang

Het tarief in box 2 blijft 25% in 2019. Dit tarief gaat vanaf 2020 omhoog naar 26,25% en in 2021 naar 26,90%.

Het forfaitaire rendementspercentage voor aanmerkelijkbelanghouders die participeren in een VBI of een buitenlands beleggingslichaam gaat omhoog van 5,38% in 2018 naar 5,60% in 2019. Dit percentage is gekoppeld aan het forfaitaire beleggingsrendement voor de belastingheffing in box 3.

Box 3: belastbaar inkomen uit sparen en beleggen

Het heffingsvrije vermogen, de algemene vrijstelling in box 3,  gaat omhoog van €30.000 in 2018 naar €30.360 in 2019. Fiscaal partners maken aanspraak op het dubbele vrijstellingsbedrag.

Het forfaitaire spaarrendement dat de Belastingdienst voor de berekening van de inkomstenbelasting gebruikt, is voor 2019 (0,13%) lager dan voor 2018 (0,36%). Maar het forfaitaire beleggingsrendement is voor 2019 (5,60%) hoger dan voor 2018 (5,38%). De Belastingdienst gaat ervan uit dat we in iedere vermogensschijf in box 3 in een bepaalde verhouding sparen én beleggen, ook als dit in werkelijkheid niet het geval is. Dat heeft tot gevolg dat de belastingdruk in de eerste twee vermogensschijven ongeveer gelijk blijft ten opzichte van 2018, terwijl deze belastingdruk in de hoogste vermogensschijf stijgt van circa 1,6% naar circa 1,7%. Naar verwachting zijn de percentages voor box 3 voor 2020 in september 2019 bekend.

Van het gedeelte van de grondslag dat meer bedraagt dan Maar niet meer dan Is het forfaitaire rendement Is de inkom-
stenbelasting
als % van
box 3-
vermogen
€0
(partners: €0)
€71.650
(partners: €143.300)
67% x 0,13% + 33% x 5,60% = 1,9351% 0,6%
€71.650
(partners: €143.300)
€989.736
(partners: €1.979.472)
21% x 0,13% + 79% x 5,60% = 4,4513% 1,3%
€989.736
(partners: €1.979.472)
0% x 0,13% + 100% x 5,60% = 5,60% 1,7%

Tabel 2. Vermogensschijven en bijbehorende rendementspercentages voor 2019 (de percentages in de rechter kolom zijn afgerond).

Deel deze pagina

Artikel geschreven door:

Profiel foto van Peter Pleijsant
Peter Pleijsant Fiscaliteit, vastgoed en bedrijfsoverdracht

Studeerde Fiscaal Recht in Leiden en werkte als belastingadviseur bij Deloitte. Sinds 2006 werkt hij bij ABN AMRO MeesPierson. Peter Pleijsant houdt zich bezig met fiscaliteit, vastgoed en bedrijfsoverdracht.

Vrijblijvend van gedachten wisselen met een specialist?

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus
Logo of ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus