Chat with us, powered by LiveChat

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Vijf misverstanden over goede doelen

Wanneer we oordelen over goede doelen, leggen we niet altijd de nadruk op de juiste dingen. Terwijl het gesprek altijd gaat over hoge directeurssalarissen, dure panden en de strijkstok, zou de discussie eigenlijk moeten gaan over de bereikte resultaten. We moeten leren de juiste vragen te stellen om goede doelen op waarde te kunnen schatten. In ‘Jouw gids door de goededoelenjungle’ heeft Jasmijn Melse, Hoofd Filantropie Advies, onderstaande misverstanden over goede doelen ontkracht.

Misverstand 1: Hoe meer er aan de strijkstok blijft hangen, hoe slechter het goede doel

Er wordt vaak geklaagd dat bij goede doelen veel geld verdwijnt. Te weinig geld gaat naar de doelstelling en te veel naar fondsenwerving, administratie, salarissen en gebouwen. Dit wordt ook wel teveel aan ‘overhead’ genoemd. Echter, het percentage dat een goed doel besteedt aan de doelstelling, zegt niets over het succes van de organisatie. Het is een groot misverstand dat een lage ‘overhead’ leidt tot betere resultaten. Hieronder een voorbeeld om dit uit te leggen.

Blindheid

Geschat wordt dat er wereldwijd 39 miljoen blinden en 246 miljoen slechtzienden zijn. Elke 5 seconden wordt er iemand blind op de wereld. 80% van de blindheid is te voorkomen of te behandelen en 90% van het aantal blinden woont in een ontwikkelingsland. Stel je hebt twee verschillende organisaties die hier iets aan willen doen. Ze voeren dezelfde staaroperaties succesvol uit. Organisatie A voert een staaroperatie uit voor € 50,- en organisatie B voor € 100,-. Beide organisaties behandelen 100 blinden.

Bij organisatie B gaat meer geld direct naar de doelstelling: de staaroperaties (91%). Toch is organisatie A efficiënter, ondanks het feit dat bij organisatie A ‘slechts’ 83% van het geld direct naar de doelstelling gaat. Organisatie A heeft slechts € 6.000 nodig voor het behandelen van 100 blinden, terwijl organisatie B hiervoor wel € 11.000 nodig heeft. Wees u ervan bewust dat kosten maken noodzakelijk is om iets goeds te doen. Staart u zich dus niet blind op de verschillende kosten die organisaties maken, maar richt u vooral op de resultaten die ze bereiken. In dit geval het aantal mensen dat ze helpen. Dat bepaalt uiteindelijk of uw euro goed terechtkomt.

Goed doel A Goed doel B
Kosten per operatie € 50 € 100
Kosten voor 100 operaties € 5.000 (83% totale budget) € 10.000 (91% totale budget)
Reiskosten artsen € 500 € 500
Fondsenwerving € 400 € 400
Administratie € 100 € 100
Totale kosten € 6.000 (100%) € 11.000 (100%)

Duur of duurzaam?

Stichting Opkikker, die zich inzet voor langdurig zieke kinderen, heeft geld geïnvesteerd in een nieuw computerprogramma voor vrijwilligers. Dit is geld dat niet direct naar zieke kinderen gaat. Door het programma kunnen ze nu veel meer vrijwilligers inzetten en duizenden kinderen meer bereiken. Is deze aankoop verspild geld of een goede investering volgens u?

Een lokale stichting in Bolivia heeft twee jaar geleden besloten iemand in dienst te nemen voor de fondsenwerving. Met een jaarlijks salaris van € 20.000,- heeft deze stichting in twee jaar € 400.000,- extra aan fondsen geworven. Hierdoor kunnen ze nu twee nieuwe huizen voor straatkinderen openen en honderd extra kinderen opvangen. Is het extra salaris een onnodige kostenpost of een goede investering volgens u?

Amnesty International helpt al jaren slachtoffers van seksueel geweld in de Democratische Republiek Congo. In dit land heerst een conflict waarbij verkrachtingen worden ingezet als oorlogswapen. Na jarenlange steun heeft Amnesty geld vrijgemaakt voor een evaluatie naar de resultaten van haar werk. Hieruit bleek dat de zorg voor slachtoffers en de juridische ondersteuning bij het berechten van de daders beter kan. De geleerde lessen worden nu toegepast. Is een evaluatie weggegooid geld of een goede investering volgens u?

Uit onderzoek blijkt dat juíst goede doelen die goed presteren hogere ‘overheadkosten’ hebben. Dit komt omdat ze blijven leren en bereid zijn nieuwe dingen uit te proberen. Ook bij goede doelen geldt het oude spreekwoord: ‘De kosten gaan voor de baten uit’. Extra kosten voor salaris, evaluaties en IT kunnen wel degelijk een goede investering zijn in plaats van onnodige ‘overhead’.

Eigenlijk zijn er geen ‘goede’ en ‘slechte’ kosten. Bij een goede organisatie worden alle kosten gemaakt voor het verwezenlijken van de doelstelling. Waar het om gaat is of er verstandige keuzes worden gemaakt met het geld dat een goed doel te besteden heeft. Kijk goed naar alle kosten en resultaten om te beoordelen of er teveel aan de strijkstok blijft hangen.

Misverstand 2: Hoe lager het directeurssalaris, hoe beter het goede doel

Hoge directeurssalarissen zijn een grote ergernis. Terecht? Het is in ieder geval niet bewezen dat goede doelen met lage salarissen meer bereiken.

Goede doelen moeten verstandig met geld omgaan en goed georganiseerd zijn. Het zijn in feite bedrijven die professioneel moeten worden geleid. Hiervoor zijn capabele mensen nodig. Een directeur van een stichting in Kenia moet de lokale problemen kennen en het land regelmatig bezoeken. Een goede directeur komt met nieuwe oplossingen en zorgt dat projecten goed worden uitgevoerd. Toch is een goed doel geen bedrijf en dat maakt het juist zo lastig. Bij een bedrijf is de winst een goede maatstaf voor succes. Maar hoe bepaalt u succes voor een goed doel? En hoe bepaalt u of de directeur zijn of haar geld waard is? Goede mensen kosten geld, maar waaruit blijkt dat ze een goede directeur zijn? De mensen die geholpen zijn door goede doelen kunnen u dit het beste vertellen: zij zijn eigenlijk de klanten. Maar zij worden meestal niet om hun mening gevraagd. Het is daarom de donateur, u dus, die bepaalt welk salaris u acceptabel vindt.

Het allerbelangrijkste is dat u vertrouwen heeft in de organisatie en de directeur. Accepteer dat goede mensen geld kosten en bepaal waar voor u de grens ligt. Kijk niet alleen maar naar de salarissen, maar kijk vooral naar wat het goede doel bereikt. Dit is bij professioneel aangestuurde doelen meestal meer dan bij doelen die volledig afhankelijk zijn van de belangeloze inzet van mensen.

Misverstand 3: Hoe bekender de organisatie, hoe beter het goede doel

Een goed doel houdt zich eigenlijk bezig met twee totaal verschillende dingen: het bereiken van de donateur en het bereiken van de doelgroep. Succes in fondsenwerving en publiciteit zegt niets over het succes bij de doelgroep. Als een organisatie veel geld binnenhaalt betekent dit dat ze goed zijn in het bereiken en overtuigen van donateurs. Dit betekent niet dat ze ook goed zijn in de uitvoering van de projecten, dus in het helpen van de doelgroep.

Gelukkig zijn veel bekende goede doelen ook goed in het uitvoeren van hun werk. Toch zijn er ook veel onbekende initiatieven die heel goed werk doen, maar niet zo goed zijn in zichzelf promoten. Ze willen dat al het geld naar hun werk gaat, waardoor ze geen geld uitgeven aan reclames en fondsenwervers. En hier zit nu juist het probleem: zonder donateurs, geen projecten.

Vrijwel iedereen geeft ‘omdat ze ervoor gevraagd zijn’, zonder eigenlijk goed te kijken naar het succes van het doel. Aan u de taak om dit patroon te doorbreken. Ga zelf actief op zoek naar goede organisaties. Dit kunnen dus ook organisaties zijn waar u nog nooit van heeft gehoord. Vrijwel ieder goed doel heeft een website, dus ga zelf op onderzoek uit!

Misverstand 4: Hoe rijker ze zijn, hoe minder ze mijn geld nodig hebben

Uw gedoneerde euro kan minder belangrijk lijken bij een goed doel met veel geld op de rekening. Toch kan een goed doel met geld juist een teken zijn van een gezonde organisatie die veel bereikt. Er zijn verschillende redenen waarom goede doelen extra geld op hun bankrekening hebben staan:

  • Tegenvallers
    Net als een gezond bedrijf, houden goede doelen geld achter de hand voor moeilijke tijden als de donaties tegenvallen.
  • Onverwachte gebeurtenissen
    Goede doelen houden geld achter de hand om direct te kunnen reageren op onverwachte zaken, zoals Artsen zonder Grenzen voor rampen.
  • Toekomstige verplichtingen
    Goede doelen reserveren geld voor de toekomst, bijvoorbeeld Natuurmonumenten die zich verplicht om bepaalde gebieden voor vele jaren te beheren.
  • Vermogensfonds
    Als het goede doel een vermogensfonds is, geeft het ieder jaar de winst uit die ze op het vermogen maken. Ze hebben dus een eigen pot geld en zijn hierdoor minder afhankelijk van donaties.
  • Terugbetalingen
    Het goede doel doet aan leningen, bijvoorbeeld Oikocredit die werkt met microkredieten die worden terugbetaald.

Toch zijn er vele goede doelen die ieder jaar weinig geld hebben of zelfs rood staan. Voor zo’n organisatie zal inderdaad uw euro meer verschil maken. Maar uiteindelijk is dit niet het belangrijkste. Het gaat om de vraag welke organisatie, groot of klein, het meeste bereikt voor de doelgroep. En of ze een goede reden hebben om extra geld op hun rekening aan te houden. Dit is waar uw euro het beste terechtkomt.

Misverstand 5: Lokale, kleinschalige en tastbare projecten zijn beter

De meeste mensen geven het liefst aan kleine goede doelen met tastbare projecten. Dit klinkt logisch, want u kunt vaak beter zien aan wie u het geld geeft en waar uw euro terechtkomt. Toch is dit niet altijd verstandig. Waarom niet?

Lokale goede doelen zijn een goed startpunt, maar beperken zich vaak tot directe hulp. Voor een structurele aanpak van problemen kan een landelijke of wereldwijde organisatie, die zich ook richt op gedragsverandering en wetgeving, effectiever zijn.

Kleinschalige initiatieven zijn vaak flexibeler en innovatiever, maar hebben niet altijd het netwerk en de middelen om op grote schaal een verschil te maken.

Tastbare initiatieven leiden vaak tot snelle resultaten en een goed gevoel, maar soms maken niet-tastbare initiatieven juist het grote verschil. Een wetenschappelijk onderzoek naar de oorzaken van een bepaalde ziekte is niet tastbaar en zonder snel resultaat. Toch kan bij het vinden van een succesvolle behandelmethode zo’n onderzoek juist voor vele levens het verschil maken.

Conclusie

Om te bepalen of uw euro goed terechtkomt, is het dus belangrijk om naar meerdere punten te kijken. Het is goed om hierover met het goede doel in gesprek te gaan. In ons document ‘beoordelingsformulier goed doel’ geven wij u handvatten voor dit gesprek zodat u een goede keuze kunt maken.

Deel deze pagina

Artikel geschreven door:

Profiel foto van Jasmijn Melse
Jasmijn Melse Hoofd Filantropie Advies

Jasmijn Melse is Hoofd Filantropie Advies bij ABN AMRO MeesPierson. Ze adviseert mensen bij hun donaties en het selecteren van goede doelen. Ook helpt zij bij het oprichten van stichtingen en het professionaliseren van vermogensfondsen en fondsenwervende instellingen.

Vrijblijvend van gedachten wisselen met een specialist?

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus
Logo of ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Wellicht is dit ook interessant...