ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

17 tips voor de belastingaangifte over 2017

Sinds 1 maart 2018 kunt u weer uw aangifte inkomstenbelasting indienen bij de Belastingdienst. Dit keer over het belastingjaar 2017. Doet u vóór 1 april 2018 aangifte? Dan krijgt u vóór 1 juli 2018 bericht van de Belastingdienst. Doet u later aangifte? Dan moet u mogelijk, naast de nog te betalen belasting, een bedrag aan belastingrente (minimaal 4%) betalen aan de Belastingdienst.

‘De 17 van 2017’

Hieronder vindt u onze 17 algemene tips voor de belastingaangifte 2017.

1. Neem de juiste waarde van uw eigen huis

Had u in 2017 een eigen huis, het hoofdverblijf in box 1 waarin u woonde? Dan is de bijtelling daarvoor, het eigenwoningforfait, in box 1 in uw belastingaangifte over 2017 gebaseerd op de WOZ-waarde op de peildatum 1 januari 2016. Deze waarde blijkt uit de beschikking van de gemeente die u vorig jaar ontving. U kunt gebruikmaken van de ‘aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld’ als de aftrekbare hypotheekrente (lees: de aftrekbare (rente)kosten in box 1 voor uw eigen huis) lager is dan het eigenwoningforfait.

2. Let op de kostenaftrek voor uw hypotheek in box 1

Kosten die rechtstreeks verband houden met het opnemen, verlengen of aflossen van een hypotheek (lees: geldlening) in box 1 voor uw eigen huis zijn fiscaal aftrekbaar van uw belastbaar inkomen in box 1. Het gaat bijvoorbeeld om bemiddelingskosten voor het verkrijgen van de hypotheek, zoals advies- en afsluitkosten, notariskosten en kadastrale rechten voor de hypotheekakte (inclusief btw), taxatiekosten (maar alleen om een hypotheek te krijgen), kosten van de aanvraag van een Nationale Hypotheek Garantie en bouwrente over de periode na het sluiten van de voorlopige koop-/aannemingsovereenkomst.

3. Let op de kostenaftrek voor de vergoeding bij vervroegde terugbetaling

Betaalde u in 2017 een vergoeding bij het oversluiten of vervroegd terugbetalen van de hypotheek voor uw eigen huis? Dan mag u deze vergoeding in box 1 in aftrek brengen.

4. Geef informatie over uw hypotheek in box 1 van uw BV of familie

Heeft u een hypotheek voor uw eigen huis gesloten na 2012 bij bijvoorbeeld uw BV of een familielid? En valt deze hypotheek onder de huidige regels voor de hypotheekrenteaftrek? Voor de hypotheekrenteaftrek moet u dan onder andere in maximaal 30 jaar de hele hypotheek terugbetalen tijdens de looptijd volgens een vastgelegde, minimaal annuïtaire aflossingsverplichting. En u moet over deze hypotheek jaarlijks informatie geven in uw belastingaangifte. Anders kunt u de renteaftrek voor deze hypotheek kwijtraken.

5. Let op de hypotheekrenteaftrek voor uw vorige eigen huis als dat nog niet is verkocht

Bent u in 2014 of later verhuisd en heeft u uw vorige eigen huis nog niet verkocht? Dan blijft de hypotheekrente (ook) in de aangifte inkomstenbelasting 2017 aftrekbaar in box 1. Mits dat huis nog steeds leegstaat en te koop staat.

6. Let op de hypotheekrenteaftrek bij een restschuld

Heeft u een restschuld op uw vorige eigen huis? Dan kan de hypotheekrente over die restschuld 15 jaar aftrekbaar zijn. De restschuld moet dan wel zijn ontstaan in de periode van 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017. Het gaat daarbij meestal om het moment van levering bij de notaris.

7. Let op de hypotheekrenteaftrek bij echtscheiding

Heeft u uw vorige eigen huis verlaten vanwege een (voorgenomen) echtscheiding, terwijl uw ex-partner daar nog woont? Dan kunt u nog 24 maanden nadat u dat huis definitief heeft verlaten, gebruikmaken van de hypotheekrenteaftrek over uw eigendomsgedeelte in uw belastingaangifte. U moet dan ook in die periode het eigenwoningforfait voor uw eigendomsgedeelte vermelden. Daar staat een aftrekpost in de vorm van partneralimentatie voor hetzelfde bedrag tegenover, omdat u woongenot heeft verschaft aan uw ex-partner. Betaalt u meer, of juist minder rente dan uw aandeel in de hypotheek? Dan moet u misschien een deel aangeven als betaalde of ontvangen alimentatie.

8. Neem de juiste waarde van uw Nederlandse vakantiehuis

Had u in 2017 een vakantiehuis in Nederland? Dan moet u dit vakantiehuis in principe in box 3 vermelden, met de eventuele bijbehorende financieringsschuld. De waarde van uw vakantiehuis voor de aangifte inkomstenbelasting 2017 is de WOZ-waarde op de peildatum 1 januari 2016. Deze waarde blijkt uit de beschikking van de gemeente die u vorig jaar ontving.

9. Bepaal de juiste waarde van uw buitenlandse vakantiehuis

Heeft u een vakantiehuis in het buitenland? Dan is daarvan geen WOZ-waarde beschikbaar. Maar dan gelden wel dezelfde waarderingsregels als voor de WOZ-waarde van een woning in Nederland. Dat betekent dat u voor de belastingaangifte over 2017 dan de werkelijke waarde in onbewoonde en onverhuurde staat op 1 januari 2016 moet bepalen.

10. Vraag belastingvermindering voor uw buitenlandse vakantiehuis

Heeft u een vakantiehuis in het buitenland? Dan heeft u recht op vermindering van box 3-belasting. U moet er in uw belastingaangifte wel zelf om vragen. U kunt dit doen in het onderdeel ‘vrijstellingen en verminderingen’. De vermindering is gelijk aan het aan uw ‘buitenlandse vermogen’ toe te rekenen gedeelte van de box 3-heffing, waarbij is uitgegaan van uw gemiddelde belastingdruk in box 3. Uw ‘buitenlandse vermogen’ is in dit verband gelijk aan het positieve verschil tussen de waarde van uw buitenlandse huis en de financieringsschulden voor dit buitenlandse huis. Bent u in het verleden vergeten om te vragen om deze belastingvermindering, terwijl u daar wel recht op had? Dan is het raadzaam om contact op te (laten) nemen met de Belastingdienst of een fiscalist.

11. Neem de juiste waarde van uw verhuurde huis in Nederland

Voor bijvoorbeeld verhuurde woningen in Nederland waarvoor de huurder recht op huurbescherming heeft, geldt in principe een specifieke regeling voor de waardering van dat huis voor box 3. En ook voor het huis als u dat verhuurt aan uw kind.

12. Let op de aftrekpost voor lijfrentepremie

Heeft u premies betaald of stortingen gedaan voor een lijfrente? Dan kunt u mogelijk (een deel van) dit bedrag in mindering brengen op uw belastbaar inkomen in box 1.

13. Maak gebruik van de vrijstelling voor groene beleggingen

Had u op 1 januari 2017 erkende groene beleggingen? Dan kunt u gebruikmaken van de vrijstelling in box 3 van €57.385 per belastingbetaler. En van de heffingskorting van 0,7% van het vrijgestelde bedrag voor groene beleggingen in box 3. Deze vrijstelling en heffingskorting gelden niet voor andere beleggingen.

14. Verreken uw Nederlandse dividendbelasting

Heeft u in 2017 dividend ontvangen van Nederlandse bedrijven? Nederlandse dividendbelasting – 15% van het brutobedrag – geeft u op onder ‘te verrekenen bedragen’ ➝ ‘ingehouden dividendbelasting’. Deze dividendbelasting kunt u volledig verrekenen met de inkomstenbelasting die u moet betalen. Hoeft u geen inkomstenbelasting te betalen? Dan krijgt u het bedrag van de ingehouden dividendbelasting van de Belastingdienst terug.

15. Verzoek om teruggaaf buitenlandse dividendbelasting

Heeft u dividend ontvangen van een buitenlands bedrijf? Dan kunt u een verzoek doen om belasting te verminderen. De vermindering hangt af van de afspraken die Nederland in een belastingverdrag heeft gemaakt met het land waarin het betreffende bedrijf is gevestigd. In de aangifte is hiervoor de rubriek ‘vrijstellingen en verminderingen’ ➝ ‘aftrek om dubbele belasting te voorkomen’ opgenomen. Daar vermeldt u het gedeelte van de ingehouden buitenlandse dividendbelasting waar het andere land volgens het belastingverdrag recht op heeft (in veel gevallen 15%). Dat deel komt in mindering op de te betalen inkomstenbelasting in box 3. Overigens is deze vermindering gemaximeerd tot de inkomstenbelasting die u in box 3 moet betalen. Is meer ingehouden dan het afgesproken percentage in het belastingverdrag? Dan moet u dat meerdere zelf terugvragen bij de belastingautoriteiten in het buitenland.

16. Let op erfbelastingschulden in box 3

Belastingschulden zijn in principe geen schulden voor box 3. Een uitzondering daarop geldt voor Nederlandse erfbelastingschulden. Moest u op 1 januari 2017 nog erfbelasting betalen? Dan kunt u het bedrag van deze schuld meestal in box 3 opnemen, ongeacht of u toen al daarvoor een aanslag erfbelasting van de Belastingdienst had ontvangen.

17. Let op bij vermogenstoerekening bij fiscaal partners

De belangrijkste verandering in de belastingaangifte 2017 in vergelijking tot die over 2016 gaat over box 3. Sinds 2017 geldt namelijk een ander heffingssysteem voor de belastingheffing in deze box. Het rendementspercentage voor de belastingheffing in box 3 is sindsdien afhankelijk van de omvang van uw vermogen in deze box. In de wet staan 2 percentages (of: rendementsklassen) genoemd. Voor 2017 gaat het om 1,63%, het forfaitair spaarrendement, en 5,39%, het forfaitair beleggingsrendement. De Belastingdienst gaat ervan uit dat belastingbetalers gemiddeld genomen per vermogensschijf in een bepaalde verhouding sparen in deposito’s (met een opzegtermijn van maximaal 3 maanden) en beleggen in onroerende zaken, aandelen en obligaties.

  • Bij het belastbaar vermogen in box 3 tot €75.000 per belastingbetaler gaat de Belastingdienst ervan uit dat men gemiddeld genomen 67% van dit vermogen aanhoudt als spaargeld en 33% als belegging. Het forfaitair rendementspercentage in deze vermogensschijf is dan 2,87% (= 67% x 1,63% + 33% x 5,39%).
  • Bij het belastbaar vermogen in box 3 tussen €75.000 en €975.000 per belastingbetaler gaat de Belastingdienst ervan uit dat men gemiddeld genomen 21% van dit vermogen aanhoudt als spaargeld en 79% als belegging. Het forfaitair rendementspercentage in deze vermogensschijf is dan 4,60% (= 21% x 1,63% + 79% x 5,39%).
  • Voor zover het belastbaar vermogen in box 3 meer is dan €975.000 per belastingbetaler gaat de
    Belastingdienst ervan uit dat men gemiddeld genomen dit vermogen volledig aanhoudt als
    belegging. Het forfaitair rendementspercentage in deze vermogensschijf is dan 5,39% (= 0% x 1,63% + 100% x 5,39%).

Bij genoemde bedragen is al rekening gehouden met het heffingvrije vermogen, de algemene vrijstelling in box 3, van €25.000 per belastingbetaler in 2017. Had u in 2017 dezelfde partner? Dan kunt u in uw belastingaangiften het vermogen in box 3 van u beiden onderling toerekenen in de door u gewenste verhouding. Ook als u een deel van 2017 een partner had, kunt u er vaak voor kiezen om het hele jaar als partners te worden aangemerkt.

Let op: ABN AMRO geeft geen belastingadvies. Overlegt u – zo nodig – met een fiscalist. U vindt meer informatie op de website van de Belastingdienst

Deel deze pagina

Artikel geschreven door:

Profiel foto van Peter Pleijsant
Peter Pleijsant Fiscaliteit, eigen woning, bedrijfsopvolging

Studeerde Fiscaal Recht in Leiden en werkte als belastingadviseur bij Deloitte. Sinds 2006 werkt hij bij ABN AMRO MeesPierson. Peter Pleijsant houdt zich bezig met nieuwe fiscale wetgeving, woningmarkt problematiek en bedrijfsopvolging.

Van gedachten wisselen met een specialist?

  • Wanneer het u uitkomt
  • Vrijblijvend
  • Persoonlijk
17 tips voor de belastingaangifte over 2017
4.6/5 score (7 stemmen)
ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus
Logo of ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus