ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Belastingaangifte 2017: grootste verandering in box 3

Het is zover: sinds 1 maart 2018 kunt u weer belastingaangifte doen bij de Belastingdienst. Dit keer over het belastingjaar 2017. De grootste verandering gaat over box 3.

Nieuw heffingssysteem in box 3

Het zal u niet zijn ontgaan dat het systeem van belastingheffing over het vermogen in box 3 per 2017 is veranderd. De hoogte van het veronderstelde (lees: forfaitaire) rendement voor de belastingheffing in box 3 is  sindsdien afhankelijk van de omvang van uw vermogen in deze box. Hoe hoger dat vermogen, hoe hoger het veronderstelde rendement en daardoor ook de inkomstenbelasting daarover. Ongeacht het werkelijke rendement dat u behaalde met dit vermogen. Er geldt geen tegenbewijsregeling.

In de wet staan 2 percentages (of: rendementsklassen) genoemd. Voor 2017 gaat het om 1,63% (forfaitair spaarrendement) en 5,39% (forfaitair beleggingsrendement). De Belastingdienst gaat ervan uit dat belastingbetalers, gemiddeld genomen, per vermogensschijf in een bepaalde verhouding sparen in deposito’s (met een opzegtermijn van maximaal 3 maanden) én beleggen in onroerende zaken, aandelen en obligaties.

  • Bij het belastbaar vermogen in box 3 tot €75.000 per belastingbetaler gaat de Belastingdienst ervan uit dat men gemiddeld genomen 67% van dit vermogen aanhoudt als spaargeld en 33% als belegging. Het forfaitair rendementspercentage in deze vermogensschijf is dan 2,87% (= 67% x 1,63% + 33% x 5,39%).
  • Bij het belastbaar vermogen in box 3 tussen €75.000 en €975.000 per belastingbetaler gaat de Belastingdienst ervan uit dat men gemiddeld genomen 21% van dit vermogen aanhoudt als spaargeld en 79% als belegging. Het forfaitair rendementspercentage in deze vermogensschijf is dan 4,60% (= 21% x 1,63% + 79% x 5,39%).
  • Voor zover het belastbaar vermogen in box 3 meer is dan €975.000 per belastingbetaler gaat de Belastingdienst ervan uit dat men gemiddeld genomen dit vermogen volledig aanhoudt als belegging. Het forfaitair rendementspercentage in deze vermogensschijf is dan 5,39% (= 0% x 1,63% + 100% x 5,39%).

Bij genoemde bedragen is al rekening gehouden met het heffingsvrije vermogen, de algemene vrijstelling in box 3, van €25.000 per belastingbetaler in 2017. Het tarief in box 3 is 30%.

Voor de aangifte inkomstenbelasting over 2016 (en oudere jaren sinds 2001) rekende de Belastingdienst nog met één vast vermogensrendementspercentage van 4% over uw gehele vermogen in box 3.

Partners kunnen onderling vermogen toerekenen

Had u gedurende het gehele belastingjaar 2017 dezelfde partner voor de inkomstenbelasting? Dan kunt u uw gezamenlijke vermogen onderling toerekenen in elke gewenste verhouding. Vooral nu de hoogte van de belastingheffing in box 3 afhankelijk is van de omvang van dit vermogen, kan dit belangrijk zijn voor fiscaal partners. Ook als u een deel van 2017 een partner had, kunt u er vaak voor kiezen om het hele jaar als partners te worden aangemerkt, wat recht geeft op deze onderlinge toerekening.

Dit kwam ook ter sprake tijdens de parlementaire behandeling in 2016 bij de voorgenomen verandering van de belastingheffing in box 3:

“Voor partners die na aftrek van het heffingsvrije vermogen een gezamenlijk vermogen hebben van meer dan €75.000 kan het voordelig zijn aan beide partners een deel van het vermogen toe te delen. Om optimaal gebruik te maken van de schijvensystematiek kan een 50:50-verdeling het meest voordelig zijn. Een 50:50-verdeling hoeft niet altijd het voordeligst te zijn. Partners kunnen bijvoorbeeld het gezamenlijke vermogen volledig toedelen aan een van de partners, zodat die partner voldoende inkomen heeft om de algemene heffingskorting volledig te effectueren. Voor box 3 kan dit betekenen dat het vermogen eerder in een andere schijf terechtkomt.”

“Heel Holland gaat ‘bakjes’ vullen”

Partners zullen in voorkomende gevallen zo veel mogelijk eerst de ‘bakjes’ – de vermogensschijven – met de laagste rendementspercentages bij beide partners vullen. Het gaat daarbij alleen om een vermogenstoerekening in de belastingaangifte. Niet om een verdeling van eigendomsrechten op dat vermogen tussen partners. Had u in 2017 geen partner? Dan vult u uw eigen ‘bakjes’ in box 3.

Wat is een belangrijk aandachtspunt bij de vermogenstoerekening in box 3?

De vermogenstoerekening tussen partners zorgt er in principe voor dat de partners samen minder inkomstenbelasting hoeven te betalen dan zonder vermogenstoerekening. Maar de partner die in de belastingaangifte meer vermogen krijgt toegerekend, moet zelf wel meer – en de andere partner minder – inkomstenbelasting betalen dan zonder deze vermogenstoerekening. Aangezien door deze toerekening in de belastingaangifte geen eigendomsrechten overgaan, zal die andere partner de extra inkomstenbelasting die daardoor ontstaat bij diens partner, moeten vergoeden.

Deel deze pagina

Artikel geschreven door:

Profiel foto van Peter Pleijsant
Peter Pleijsant Fiscaliteit, eigen woning, bedrijfsopvolging

Studeerde Fiscaal Recht in Leiden en werkte als belastingadviseur bij Deloitte. Sinds 2006 werkt hij bij ABN AMRO MeesPierson. Peter Pleijsant houdt zich bezig met nieuwe fiscale wetgeving, woningmarkt problematiek en bedrijfsopvolging.

Van gedachten wisselen met een specialist?

  • Wanneer het u uitkomt
  • Vrijblijvend
  • Persoonlijk
Belastingaangifte 2017: grootste verandering in box 3
4.6/5 score (7 stemmen)
ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus
Logo of ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus