Chat with us, powered by LiveChat

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

De stand van zaken in box 3

Hoe willen we omgaan met vermogen in het belastingstelsel? Dat is een belangrijke vraag voor het kabinet-Rutte III. Deze vraag gaat onder andere over de belastingheffing over uw vermogen in box 3.

In het regeerakkoord (2017) van dit kabinet staat dat het een stelsel van vermogensrendementsheffing op basis van werkelijk rendement zal uitwerken. De eerste stappen in deze richting zijn inmiddels gezet. Wat kunnen we nu verwachten? Wat doet het buitenland? En hoe staat het met de procedures over box 3 bij de Hoge Raad? De antwoorden van staatssecretaris Snel (D66) van Financiën op diverse Kamervragen geven meer duidelijkheid.

Uitgangspunten voor de vermogensrendementsheffing in box 3 staan vast

De bewindsman ging onlangs in op de uitgangspunten voor de belastingheffing in box 3. De belastingbetaler moet het stelsel rechtvaardig vinden en niet worden opgezadeld met hoge administratieve lasten. Het stelsel moet voldoende robuust zijn tegen belastingontwijking en goed uitvoerbaar zijn. Er is al het een en ander uitgewerkt, maar het is nog niet af: “Een stelsel van vermogensrendementsheffing op basis van werkelijk rendement heeft verregaande consequenties voor onder andere de administratieve lasten van burgers, risico’s op belastingontwijking en de uitvoerbaarheid. Het kabinet weegt deze consequenties daarom zorgvuldig af.” In mijn blog ‘Nieuw voorstel voor box 3 lijkt kansrijk’ leest u hier meer over.

Apart regime voor spaargeld?

Een Kamervraag ging over de kosten van een apart regime voor uitsluitend spaargeld, waarbij de werkelijke rente wordt belast tegen het geldende tarief in box 3. Ogenschijnlijk een sympathieke gedachte van de 50PLUS-fractie in de Tweede Kamer. Die gedachte zou tegemoet kunnen komen aan de wens van veel spaarders. Maar de staatssecretaris vindt dit niet wenselijk. Als er afzonderlijke fiscale regels zouden gaan gelden voor iedere soort bezitting in box 3, kunnen belastingbetalers daarop inspelen. Zo kunnen zij rond 1 januari van een belastingjaar (de peildatum) beleggingen tijdelijk omzetten in spaargeld. Dit kost de schatkist geld. We hoeven dus waarschijnlijk niet op te rekenen op een apart regime voor spaargeld.

Eigen huis naar box 3?

Welke bezittingen behoren in de toekomst tot het vermogen in box 3? Een actuele vraag hierbij is of de eigen woning van box 1 naar box 3 verhuist. Bij de behandeling van het Pakket Belastingplan 2019, eind vorig jaar, had de PvdA-fractie in de Tweede Kamer ook gevraagd waarom het kabinet er toen niet voor heeft gekozen de eigen woning over te hevelen naar box 3. Uit het antwoord van de staatssecretaris blijkt dat het kabinet deze verhuizing nu niet voor ogen heeft.

Hoe doen andere landen het?

De staatssecretaris heeft een overzicht van de OESO gepubliceerd met informatie uit 2016. Hierin staat hoe in andere OESO-landen bijvoorbeeld spaargeld bij banken wordt belast. De OESO heeft ook gekeken naar de belastingheffing op inkomen uit aandelen, obligaties en vastgoed, pensioenbesparingen, sparen in investeringsfondsen en speciale spaarrekeningen, die door de overheid fiscaal voordelig worden behandeld. De conclusie is dat de onderzochte landen vaak combinaties van meerdere systemen toepassen, waarbij geen enkel land één systeem op alle vermogenstitels toepast. Nederland heeft met het heffingvrije vermogen voor alle bezittingen, exclusief pensioenvermogen en de eigen woning, een uniek stelsel binnen de onderzochte landen.

Procedures bij de Hoge Raad over box 3

Binnenkort zal onze hoogste rechter zich uitspreken over de belastingheffing over het vermogen in box 3 tot 2017. Tot 2017 werd de belastingheffing over het vermogen in box 3 nog gebaseerd op een vast rendement van 4%, de laatste jaren meer dan spaarders realiseerden. Het kabinet gaat ervan uit dat voor de beoordeling van de box 3-heffing alle bezittingen in box 3 belangrijk zijn en niet alleen de beleggingen met een laag risicoprofiel. Inmiddels is duidelijk dat de adviseur van de Hoge Raad, de Advocaat-Generaal, het eens is met dit standpunt van de regering. Straks weten we hoe de Hoge Raad hierover denkt.

Eerste stappen zijn gezet

Het kabinet heeft, in navolging van het vorige kabinet, al veranderingen doorgevoerd binnen de vermogensrendementsheffing. Staatssecretaris Snel: “Daardoor sluit de fiscale behandeling van box 3 blijvend beter aan op het werkelijke rendement, terwijl tegelijkertijd de voordelen van de forfaitaire systematiek zijn behouden. Zo heeft dit kabinet naar aanleiding van het regeerakkoord per 2018 het forfaitaire rendement op spaargeld sneller laten aansluiten op het werkelijke spaarrendement en het heffingvrije vermogen verhoogd van € 25.000 naar € 30.000, waardoor 360.000 belastingplichtigen geen box 3-heffing meer verschuldigd zijn.” In 2019 is deze algemene vrijstelling in box 3 overigens, na indexatie, opgelopen tot € 30.360. In mijn blog ‘Zo ziet de belastingheffing in box 3 eruit in 2019’ leest u hier meer over. Ik ben benieuwd naar de volgende stappen van de regering.

Deel deze pagina

Artikel geschreven door:

Profiel foto van Peter Pleijsant
Peter Pleijsant Fiscaliteit, vastgoed en bedrijfsoverdracht

Studeerde Fiscaal Recht in Leiden en werkte als belastingadviseur bij Deloitte. Sinds 2006 werkt hij bij ABN AMRO MeesPierson. Peter Pleijsant houdt zich bezig met fiscaliteit, vastgoed en bedrijfsoverdracht.

Vrijblijvend van gedachten wisselen met een specialist?

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus
Logo of ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus