ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Eindejaarstips: wat u nog vóór 2019 kunt doen

Het jaar 2019 nadert. Wat kunt u nog in 2018 doen met uw vermogen? Er zijn diverse mogelijkheden. Maar de acties die u overweegt, kunnen beter wel passend zijn in uw situatie. Dat voorkomt immers dat u beslissingen neemt waarvan u achteraf spijt krijgt.

Wat kunt u doen?

U kunt natuurlijk gebruikmaken van vrijstellingen in 2018 door bijvoorbeeld nog dit jaar een schenking te doen aan uw kinderen, kleinkinderen en/of aan anderen. Of een donatie aan goede doelen. Misschien is het ook zinvol voor u om iets met de hypotheek op uw huis te doen. Of om uw vermogen in box 3 anders te structureren. Kijkt u ook met een schuin oog naar de eerder voorgestelde fiscale veranderingen in 2019 en latere jaren.

Fiscale veranderingen per 2019 en daarna

Ons belastingstelsel verandert de komende jaren op een aantal punten. Sommige belastingtarieven gaan omhoog, sommige andere omlaag. Zo gaat volgens de kabinetsplannen bijvoorbeeld het tarief in box 2 in de inkomstenbelasting zowel in 2020 als in 2021 omhoog. Box 2 is onder andere van belang voor aandeelhouders met een aandelenbelang van minimaal 5% in een BV. Of het interessant is om nog in 2018 of in 2019 gebruik te maken van het huidige tarief, hangt af van uw situatie. In ons overzicht met eindejaarstips leest u er meer over.

U heeft ongetwijfeld ook gehoord over het kabinetsplan om het ‘verlaagde’ btw-tarief van 6% te verhogen naar 9% per 1 januari 2019. Dat tarief geldt onder andere voor veel dagelijkse boodschappen. Maar het tariefvoordeel is beperkt: op iedere €100 kunt u namelijk €2,83 besparen. Houdt u in ieder geval in de gaten dat de houdbaarheidsdatum van uw nog in 2018 extra aangeschafte boodschappen met 6% btw niet eerder aanbreekt dan de datum waarop u deze gaat gebruiken.

Belastingvoordeel op duurdere aankopen

Op de aankoop van goederen die u ook nog in 2018 in bezit heeft, kunt u tot circa 1,7% belasting besparen voor zover die niet tot box 3 van de inkomstenbelasting behoren op 1 januari 2019. Betalingen in 2018 zijn immers in principe uit uw box 3-vermogen op 1 januari 2019. Het belastingvoordeel is dan het grootst bij de duurdere aankopen in 2018. Voor meer belastingvoordeel zou u op weg naar 2019 misschien dan ook beter kunnen letten op aankopen waarover u het ‘algemene’ btw-tarief van 21% betaalt. Ook al verandert dat tarief vooralsnog niet.

Andere mogelijkheden

Bent u ook op zoek naar andere ideeën voor bestedingen vóór de jaarwisseling? Leest u dan vooral onze onderstaande eindejaarstips.

 

Eindejaarstips 2018-2019

Hieronder leest u onze algemene eindejaarstips. Vindt u één of meer tips interessant? Dan kunt u hierover vanzelfsprekend overleggen met uw contactpersoon bij de bank. Samen kunt u dan bepalen wat in uw situatie wenselijk is. Deze tips zijn niet alleen gebaseerd op een selectie uit bestaande wetten en regelgeving, maar ook op de belastingplannen van de regering voor 2019 en daarna. Deze kunnen tijdens de parlementaire behandeling nog wijzigen. Wij gaan in op de volgende onderwerpen.

Algemeen

  1. Schenken aan uw kinderen, kleinkinderen en anderen
  2. Goede doelen financieel steunen
  3. Belastingaanslagen en kleine schulden betalen
  4. Privévermogen storten in een BV of andere rechtsvorm (box 2)
  5. Maximaal sparen via een lijfrente
  6. Partneralimentatie afkopen

Eigen huis

  1. Eigenwoningschuld aflossen
  2. Eigenwoningschuld oversluiten

Ondernemers

  1. Dividend uitkeren uit eigen vennootschap
  2. Rekening-courantschuld aan eigen vennootschap verminderen
  3. Bedrijfsvastgoed aankopen en in gebruik nemen
  4. Onderhoud aan pensioen

Algemeen

 

  1. Schenken aan uw kinderen, kleinkinderen en anderen

    Schenken kan een goed idee zijn. U doet degene die de schenking ontvangt daarmee namelijk vaak veel plezier. Ook vermindert u meestal de belastingdruk op uw erfenis. Maar het moet wel passend zijn in uw situatie en die van de verkrijger. Er bestaan verschillende mogelijkheden om een bedrag te geven zonder dat de verkrijger hierover schenkbelasting moet betalen.

    Jaarlijkse vrijstelling

    In 2018 kunt u tot €5.363,- belastingvrij aan uw kind schenken. En tot €2.147,- aan uw kleinkind en/of aan iemand anders. In deze gevallen zonder dat een aangifte schenkbelasting nodig is. U kunt het geld gewoon overmaken. Het ontvangen bedrag is vrij te besteden tenzij u voorwaarden aan de schenking verbindt (zoals bewind).

    Eenmalig verhoogde vrijstelling

    U kunt in plaats van €5.363,- eenmalig een hoger bedrag belastingvrij schenken aan uw kind in de leeftijd van 18 tot en met 39 jaar. Dat kan in 2018 tot €25.731,-. Het ontvangen bedrag is vrij te besteden. Uw kind moet een beroep doen op deze vrijstelling in een aangifte schenkbelasting.

    Eenmalig extra verhoogde vrijstelling voor het eigen huis

    Wilt u een bedrag schenken aan uw kind voor het eigen huis? Bijvoorbeeld voor de aankoop van een hoofdverblijf door uw kind, voor de aflossing van de hypotheek voor het hoofdverblijf van uw kind of voor de aflossing van een restschuld voor diens vorige hoofdverblijf? Dan kunt u het bedrag van €25.731,- in 2018 verhogen tot €100.800,- voor een kind van 18 tot en met 39 jaar. U kunt dan dus nog eenmalig een bedrag van €75.069,- in 2018 extra belastingvrij schenken bovenop de normale verhoogde vrijstelling. De schenking voor het eigen huis kunt u eventueel spreiden over 2018, 2019 en 2020 als uw kind ook in die jaren binnen de leeftijdscategorie 18 tot en met 39 jaar valt. Voor deze vrijstelling en andere verhoogde vrijstellingen moet uw kind een aangifte schenkbelasting indienen bij de Belastingdienst. In plaats van een aanvullende onbelaste schenking voor het eigen huis kunt u het bedrag van €25.731,- onder bepaalde voorwaarden verhogen tot €53.602,- voor een schenking voor een dure studie.

    Heeft uw kind al eerder gebruikgemaakt van een eenmalig verhoogde vrijstelling voor een schenking van uzelf? Dan kunt u deze vrijstelling mogelijk nog aanvullen met een onbelaste schenking voor het eigen huis. Of dat mogelijk is, is afhankelijk van het jaar waarin uw kind eerder van deze vrijstelling gebruikmaakte.

    1. Was dat vóór 2010, daarna niet meer en valt uw kind in 2018 (of in een later jaar) binnen de leeftijdscategorie 18 tot en met 39 jaar?
    Dan kan uw kind in 2018 (of in een later jaar) nog gebruikmaken van een vrijstelling van €27.871,- voor het eigen huis. Volgens de website van de Belastingdienst kan uw kind naast deze vrijstelling nog gebruikmaken van de vrijstelling van €5.363,-.

    2. Was dat in één van de jaren 2010-2014?
    Dan heeft uw kind geen aanvullende vrijstelling voor het eigen huis meer als u schenkt.

    3. Was dat in 2015 of 2016 en valt uw kind in 2018 binnen de leeftijdscategorie 18 tot en met 39 jaar?
    Dan kan uw kind in 2018 nog gebruikmaken van een vrijstelling van €47.198,- voor het eigen huis. Als deze vrijstelling deels al in 2017 was benut, dan kunt u deze desgewenst aanvullen tot €47.198,- in 2018. Volgens de website van de Belastingdienst kan uw kind naast deze vrijstelling nog gebruikmaken van de vrijstelling van €5.363,-.

    Bij een schenking aan een ander dan aan uw kind(eren) voor het eigen huis kunt u de vrijstelling van €2.147,- eenmalig verhogen tot €100.800,- als aan de voorwaarden is voldaan. Mits deze vrijstelling niet al is benut in 2013 of 2014.

  2. Goede doelen financieel steunen

    U kunt overwegen om geld te geven aan goede doelen door bijvoorbeeld vanuit privé een gift te doen. Daardoor betaalt u mogelijk minder inkomstenbelasting. Giften zijn namelijk onder bepaalde voorwaarden aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. U moet hiervoor de giften kunnen aantonen.

    Doet u in 2018 een gift? Dan behoort het bedrag van de gift niet meer tot uw vermogen in box 3 op 1 januari 2019. Aftrekbare giften zijn onder te verdelen in periodieke giften en andere giften.

    Periodieke giften

    Bij een aftrekbare periodieke gift aan een ANBI (algemeen nut beogende instelling) of aan bepaalde verenigingen is iedere gift jaarlijks geheel aftrekbaar bij voldoende belastbaar inkomen. Zo’n vereniging moet in ieder geval geen winstbelasting hoeven te betalen en ten minste 25 leden hebben. Voor de periodieke gift is geen notariële akte van schenking vereist. Maar de verplichting tot het doen van jaarlijkse, vaste en gelijkmatige periodieke uitkeringen of verstrekkingen gedurende ten minste 5 jaar geldt bijvoorbeeld wel. Let u op de voorwaarden.

    Het kabinet wil het belastingvoordeel van veel aftrekposten beperken vanaf 2020. Deze aftrekbeperking ziet ook op aftrekbare giften. Als u een periodieke gift overweegt, dan kan het, gezien de beperking van de aftrek de komende jaren, gunstig zijn om daarmee nog in 2018 te beginnen.

    Andere giften

    Andere giften aan ANBI’s met een maximum van 10% van uw belastbaar inkomen uit alle boxen zijn aftrekbaar (plafond). De aftrek geldt voor zover u in een jaar meer geeft dan 1% van uw belastbaar inkomen uit alle boxen met een minimum van €60,- voor alle giften gezamenlijk (drempel). Deze giften kunt u in aftrek brengen voor het gedeelte dat uitgaat boven de drempel. Sommige belastingbetalers ‘bundelen’ hun giften vanwege deze aftrekpost. Heeft u een fiscaal partner in het kalenderjaar? Dan moet u de giften van u beiden optellen. Voor de drempel en het plafond moet u dan uw gezamenlijke inkomen in alle boxen in aanmerking nemen.

    Giften aan culturele ANBI’s

    Doet u een gift aan één of meer ANBI’s met een cultuurstatus van de Belastingdienst? Dan kunt u deze gift in uw aangifte inkomstenbelasting verhogen met een bepaald percentage. Periodieke en andere giften die u in 2018 privé doet aan culturele ANBI’s mag u fiscaal verhogen met 25% met een maximum van €1.250,-. De aftrekpost voor giften verhoogt u dus met een kwart tot genoemd maximum. Dit maximum bereikt u als u in een kalenderjaar minimaal €5.000,- aan culturele ANBI’s geeft. Maar de Europese Commissie moet deze extra aftrek nog wel goedkeuren.

  3. Belastingaanslagen en kleine schulden betalen

    De meeste belastingschulden behoren niet tot box 3. Erfbelastingschulden wel. U kunt belastingaanslagen in 2018 betalen als de hoogte daarvan niet ter discussie staat. Daardoor betaalt u in 2019 maximaal circa 1,7% van het betaalde bedrag minder aan inkomstenbelasting. Kleine schulden kunt u vaak beter aflossen vóór de jaarwisseling. De eerste €3.000,- (fiscaal partners: €6.000,-) van alle schulden gezamenlijk mag u namelijk niet in mindering brengen op uw vermogen in box 3.

  4. Privévermogen storten in een BV of andere rechtsvorm (box 2)

    De rente die u privé ontvangt op spaartegoeden is momenteel erg laag. In box 3 betaalt u desondanks een vermogensrendementsheffing die is gebaseerd op een veel hoger forfaitair rendement. Na aftrek van maximaal circa 1,7% inkomstenbelasting in box 3 in 2019 teert u zelfs in. Veel belastingbetalers denken na over alternatieven. Het is bijvoorbeeld mogelijk om vermogen als kapitaal te storten in een BV. De BV betaalt vennootschapsbelasting over het rendement: in 2019 19% over de winst tot €200.000,- en 25% over het meerdere. Op het rendement na vennootschapsbelasting rust nog een inkomstenbelastingclaim van 25% in box 2. De totale belastingdruk op het werkelijke rendement komt zo op 39,25% tot 43,75% in 2019. Deze belastingdruk daalt stapsgewijs naar uiteindelijk 37,90% tot 41,90% in 2021. Bij een (zeer) laag rendement pakt de heffing van vennootschapsbelasting en later inkomstenbelasting in box 2 over het werkelijke rendement voordeliger uit dan de forfaitaire vermogensrendementsheffing in box 3. Rendementen kunnen natuurlijk ook weer gaan stijgen.

    Behalve met een BV kunt u ook op andere manieren hetzelfde effect bereiken. Bijvoorbeeld door privévermogen te storten in een NV, een open fonds voor gemene rekening (OFGR) of een open commanditaire vennootschap (OCV). En u kunt het ingebrachte kapitaal altijd weer uit de BV of de andere structuur halen. Let u daarbij op de formaliteiten. Als het om een BV of een NV gaat, dan moet u hiervoor naar de notaris, ter voorkoming van ongewenste fiscale gevolgen. Voor een OFGR of een OCV hoeft dat niet. De wetgever heeft ook bepaalde voorwaarden gesteld, zoals termijnen die u in acht moet nemen bij een vermogensovergang tussen de boxen 1, 2 en 3 van de inkomstenbelasting. Afhankelijk van de situatie kan er een termijn van 3, 6 of 18 maanden van toepassing zijn.

    Brengt u privévermogen onder in een BV of andere structuur uitsluitend in verband met het verschil in tarief tussen de verschillende inkomensboxen? Let u vooral dan ook op de nadelen die daaraan vastzitten. Het voordeel moet immers opwegen tegen alle te maken kosten. Daarbij gaat het onder andere om kosten voor het opzetten en onderhouden van de gekozen structuur. En ook om kosten om de structuur weer op te ruimen als op een later moment het tariefvoordeel niet meer (voldoende) aanwezig blijkt te zijn.

  5. Maximaal sparen via een lijfrente

    Het kan verstandig zijn dit jaar nog maximaal te sparen via een lijfrente. Wilt u uitrekenen hoeveel u maximaal mag sparen dit jaar? Kijk dan op www.abnamro.nl/nl/prive/pensioen/jaarruimte-berekenen.html. Overigens betaalt u over de waarde van de lijfrente geen inkomstenbelasting in box 3.

  6. Partneralimentatie afkopen

    Moet u alimentatie betalen voor uw ex-partner? Dan kunt u overwegen om deze alimentatieregeling af te kopen. Het voordeel daarvan is dat uw betalingsplicht aan uw ex-partner in één keer vervalt. Een bijkomend voordeel kan zijn dat u de afkoopsom nog in 2018 tegen maximaal 51,95% in mindering kunt brengen op uw belastbaar inkomen in box 1. In 2019 gaat het verrekentarief omlaag naar maximaal 51,75%. Vanaf 2020 daalt dit tarief vervolgens stapsgewijs met 3%-punten per jaar tot 37,05% in 2023. Een nadeel van afkoop is dat het bedrag van de afkoopsom uw vermogen definitief heeft verlaten. Ook als de alimentatieverplichting eerder zou eindigen omdat uw ex-partner bijvoorbeeld gaat hertrouwen of overlijdt. Koopt u voor de afkoopsom een lijfrente aan bij een professionele verzekeraar? Houdt u dan ook rekening met de tijd die uw verzekeraar nodig heeft om dit nog in 2018 te kunnen regelen.

Eigen huis

 

  1. Eigenwoningschuld aflossen

    Is de netto hypotheeklast voor uw eigen huis lager dan het netto rendement op uw eigen middelen? Als dat niet het geval is, is het misschien financieel aantrekkelijker voor u om uw eigenwoningschuld af te lossen. Ook als u nog recht op renteaftrek heeft, kan aflossen interessant zijn. De financieringsrente is in 2018 nog slechts tegen maximaal 49,50% aftrekbaar in box 1 van de inkomstenbelasting. Dit percentage gaat in 2019 naar maximaal 49%. De regering wil deze maximale aftrek in de jaren 2020-2023 versneld afbouwen, in 4 stappen van 3%-punten naar het dan geldende basistarief in box 1 van de inkomstenbelasting van 37,05%.

    Als de eigenwoningschuld is afgelost, of een kleine eigenwoningschuld overblijft, dan betaalt u volgens de huidige regels geen inkomstenbelasting over het positieve saldo van het eigenwoningforfait (de bijtelling in box 1 voor de eigenaar-bewoner) en de aftrekbare (rente)kosten. De zogenaamde ‘Hillen-aftrek’ verlaagt dat positieve saldo dan tot nihil. De ‘Hillen-aftrek’ wordt vanaf 2019 stapsgewijs afgebouwd in 30 jaar.

    Als u wilt aflossen, dan moet u vanzelfsprekend wel voldoende eigen middelen daarvoor beschikbaar hebben. Of aflossen interessant is, hangt onder andere af van het netto rendement dat u in box 3 behaalt. Wilt u voorkomen dat het bedrag dat u gebruikt om af te lossen in 2019 nog tot de vermogensrendementsgrondslag van box 3 behoort? Dan moet de aflossing nog vóór 1 januari 2019 plaatsvinden. U moet dan wel rekening houden met de benodigde afhandelingsperiode in 2018. Spaart u belastingvrij in bijvoorbeeld een kapitaalverzekering eigen woning voor het aflossen van uw hypotheek? Dan is het vaak niet verstandig om de hypotheek af te lossen. Dit is afhankelijk van uw situatie.

  2. Eigenwoningschuld oversluiten

    Het kan interessant zijn om uw hypotheek over te sluiten als u zekerheid wilt verkrijgen over een relatief lage(re) rente. Houdt u dan wel rekening met de tijd die uw financier nodig heeft om dit te kunnen regelen als u uw hypotheek nog in 2018 wilt oversluiten. De vergoedingsrente (ook wel ‘boeterente’ genoemd) die u eventueel daarbij moet betalen, is in 2018 nog aftrekbaar tegen maximaal 49,50%, in 2019 tegen maximaal 49%. In de toekomst gaat dit verrekentarief stapsgewijs naar 37,05% (zie daarvoor ook de eindejaarstip hierboven).

    Als gevolg van de versnelde beperking van de hypotheekrenteaftrek zal het in de toekomst minder aantrekkelijk zijn om tegen een hoge rente te (blijven) lenen voor uw eigen huis. De hoogte van de rente zal in de toekomst namelijk nauwelijks van belang zijn als het aftrektarief 37,05% is (vanaf 2023) en tegelijk de gecombineerde belastingdruk van vennootschapsbelasting (15% vanaf 2021) en inkomstenbelasting in box 2 (26,90% vanaf 2021) op 37,90% ligt. Het verschil is dan immers gering.

    Misschien is het aantrekkelijker voor u om de huidige geldlening van uw vennootschap voor uw eigen huis over te sluiten naar een bank. Of oversluiten aantrekkelijk is, hangt vooral af van het rendement op het vermogen dat u zou kunnen maken als het geld weer voor belegging beschikbaar komt. Houdt u er ook in dit geval rekening mee dat u mogelijk een vergoedingsrente aan uw BV moet betalen. Bijvoorbeeld in 2019 is deze vergoedingsrente bij u in privé aftrekbaar tegen maximaal 49% en bij de BV is deze in veel gevallen belast tegen 19%. Rekening houdend met de aanmerkelijkbelangheffing van 25% in box 2 is de gezamenlijke belastingdruk dan 39,25%.

 

Ondernemers

 

  1. Dividend uitkeren uit eigen vennootschap

    Volgens de kabinetsplannen gaat het tarief in box 2 van de inkomstenbelasting zowel in 2020 als in 2021 omhoog. Het huidige tarief in box 2 is 25%, dat gaat in 2020 en 2021 naar respectievelijk 26,25% en 26,90%. In box 2 is het inkomen uit ‘aanmerkelijk belang’ belast. Onder andere belastingbetalers met een eigen BV hebben met deze box te maken. Het gaat om de directeur-grootaandeelhouder (dga), maar bijvoorbeeld ook om andere aandeelhouders met een aandelenbelang van minimaal 5%, dat zij al dan niet samen met hun fiscaal partner aanhouden. Het kan interessant zijn dat uw vennootschap nog vóór deze tariefstijging, dus in 2018 of in 2019, dividend gaat uitkeren tegen het huidige tarief van 25%. Vanzelfsprekend moeten er in ieder geval dan wel voldoende winstreserves (op basis van de commerciële waarde) in uw vennootschap aanwezig zijn. En het is van belang dat uw vennootschap de gelden niet hoeft aan te houden in de vennootschap vanwege bijvoorbeeld uw pensioenvoorziening.

    Heeft u al een bestedingsdoel? Anders telt de ontvangen netto dividenduitkering sowieso mee bij uw vermogen in box 3. U kunt met het ontvangen bedrag bijvoorbeeld een grote uitgave betalen, uw rekening-courantschuld verminderen en/of een belastingvrije schenking voor het eigen huis van uw kind(eren) mee financieren. Maar was uw vennootschap zonder de te verwachten tariefstijging de komende circa 3 jaar niet van plan om dividend uit te keren? Dan is het meestal voordeliger om het vermogen in deze vennootschap aan te houden en geen dividend uit te keren.

  2. Rekening-courantschuld aan eigen vennootschap verminderen

    Heeft u een rekening-courantschuld aan uw eigen vennootschap? Het kan in voorkomende situaties raadzaam zijn deze te verminderen, bijvoorbeeld in het licht van de voorgestelde ‘dividendmaatregel’ als die doorgang vindt. Het kabinet wil namelijk vanaf 2022 het gedeelte van de totale som van schulden aan de eigen vennootschap dat meer bedraagt dan €500.000,- belasten in box 2 van de inkomstenbelasting. U kunt deze schuld verminderen door hiervoor een gedeelte van uw box 3-vermogen te gebruiken. Of een ontvangen dividenduitkering uit uw vennootschap waarover u 25% inkomstenbelasting betaalt (zie daarvoor ook de eindejaarstip hierboven).

  3. Bedrijfsvastgoed aankopen en in gebruik nemen

    Heeft u onlangs vastgoed in eigen gebruik (zoals een bedrijfspand voor de bedrijfsvoering van de BV) binnen uw vennootschap aangekocht, of gaat u dat nog in 2018 doen? Het kan dan gunstig zijn om dat vastgoed nog in 2018 in gebruik te nemen. Dan kunt u op basis van overgangsrecht mogelijk nog 3 jaar afschrijven op dat vastgoed volgens de huidige afschrijvingsregels voor vastgoed in eigen gebruik voor de vennootschapsbelasting.

  4. Onderhoud aan pensioen

    Sinds 1 juli 2017 mag u geen pensioen in eigen beheer meer opbouwen in bijvoorbeeld een BV. Heeft u in het verleden pensioen in eigen beheer opgebouwd? Dan heeft u mogelijk al een besluit genomen wat u met uw pensioen in eigen beheer gaat doen. Zo niet, dan is het verstandig om dat uiterlijk nog dit jaar te doen. Als u namelijk besluit om uw pensioen in eigen beheer af te kopen, dan kunt u dat vaak beter nog in 2018 doen vanwege de hoogte van de afkoopkorting (25% in 2018, 19,50% in 2019) die u nu nog kunt krijgen. Formeel kunt u nog tot eind 2019 een besluit nemen. Nu u geen pensioen in eigen beheer meer mag opbouwen, is het verstandig te bekijken of u voldoende inkomen en/of vermogen heeft op het moment dat u stopt met werken. Daarnaast is het verstandig door te (laten) rekenen wat de gevolgen zijn als u onverhoopt komt te overlijden of arbeidsongeschikt wordt. Kijk voor meer informatie op https://financialfocus.abnamro.nl/thema/pensioen/

Let op!
ABN AMRO geeft geen belastingadvies. Laat u altijd goed adviseren door uw eigen fiscalist voordat u voor één of meer van deze mogelijkheden kiest.

Deel deze pagina

Artikel geschreven door:

Profiel foto van Peter Pleijsant
Peter Pleijsant Fiscaliteit, eigen woning, bedrijfsopvolging

Studeerde Fiscaal Recht in Leiden en werkte als belastingadviseur bij Deloitte. Sinds 2006 werkt hij bij ABN AMRO MeesPierson. Peter Pleijsant houdt zich bezig met nieuwe fiscale wetgeving, woningmarkt problematiek en bedrijfsopvolging.

Vrijblijvend van gedachten wisselen met een specialist?

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus
Logo of ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Wellicht is dit ook interessant...