Chat with us, powered by LiveChat

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Kabinet maakt ‘excessief lenen’ bij eigen vennootschap onaantrekkelijk

We keken er al reikhalzend naar uit. Maar we zullen toch nog wat langer geduld moeten hebben. Het wetsvoorstel ‘excessief lenen bij de eigen vennootschap’ bleek toch geen onderdeel uit te maken van het Belastingpakket 2020 dat het kabinet op Prinsjesdag bij de Tweede Kamer heeft ingediend. Wel staat indiening van het wetsvoorstel nog steeds op de agenda voor het vierde kwartaal 2019. Begin maart 2019 presenteerde het kabinet via een internetconsultatie al een conceptwetsvoorstel. Het conceptvoorstel kreeg stevige kritiek vanuit de fiscale wereld. Onder meer dat de regeling makkelijk tot dubbele heffing zou kunnen leiden. In hoeverre het kabinet de kritiek ter harte heeft genomen, zullen we binnenkort weten. Waar gaat het wetsvoorstel over en wie gaat erdoor geraakt worden?

Waarom dit wetsvoorstel

Aandeelhouders met een eigen vennootschap (hierna voor het gemak: ‘BV’) kunnen in bepaalde gevallen belastingheffing lang uitstellen. Door bijvoorbeeld middelen waarover zij privé wensen te beschikken niet als dividend of als loon uit te keren. Maar door die middelen langdurig te lenen van hun BV. Op macroniveau gaat het om forse bedragen. Onderzoek uit 2016 wees uit dat ongeveer 216.000 ‘aanmerkelijkbelanghuishoudens’ (huishoudens met één of meer aanmerkelijkbelanghouders; simpel gesteld is een aanmerkelijk belang aanwezig bij een belang van 5% of meer) gezamenlijk zo’n € 55 miljard leenden bij hun eigen vennootschap. Als schulden ter financiering van de eigen woning erbuiten worden gelaten, gaat het nog altijd om zo’n € 25 miljard. En wat opvalt is dat het totaalbedrag nogal scheef verdeeld is. Dat wil zeggen een beperkt deel van de totale groep aanmerkelijkbelanghuishoudens was goed voor het grootste deel van het totale leenbedrag. Ongeveer 11.000 aanmerkelijkbelanghuishoudens leenden meer dan € 500.000 en vallen dus binnen de reikwijdte van het wetsvoorstel.

Hoofdlijnen van de voorgestelde maatregel

  • Heeft een aanmerkelijkbelanghouder samen met zijn of haar fiscaal partner aan het eind van een kalenderjaar in totaal meer dan € 500.000 aan schulden bij zijn of haar BV? Dan wordt het meerdere als fictief inkomen in box 2 bij hem of haar belast.
  • Ook bovenmatige schulden die ‘verbonden personen’ – bijvoorbeeld (klein)kinderen en (groot)ouders – hebben bij de BV van de aanmerkelijkbelanghouder of zijn/haar partner tellen mee. Voor iedere verbonden persoon geldt daarbij een eigen grens van € 500.000.
  • De regeling is zodanig ruim geformuleerd, dat ook situaties waarbij niet rechtstreeks bij de BV wordt geleend er onder kunnen vallen. Bijvoorbeeld als een derde de lening bij de BV is aangegaan. En weer doorleent aan een aanmerkelijkbelanghouder in die BV. Ook de situatie waarbij de aanmerkelijkbelanghouder bij een derde de lening is aangegaan, maar deze lening niet zou zijn gegeven als de BV niet garant zou staan, kan eronder vallen.
  • De maatregel gaat in per 2022, zodat men in voorkomende gevallen nog ruim de tijd heeft om maatregelen te treffen. Het tarief in box 2 is dan inmiddels gestegen tot 26,9%.
  • Eigenwoningschulden in box 1 tellen onder bepaalde voorwaarden niet mee voor het totaalbedrag van € 500.000. Ook eigenwoningschulden in box 1 die verbonden personen bij de BV zijn aangegaan blijven onder voorwaarden buiten de regeling.
  • De maatregel heeft uitsluitend gevolgen voor de belastingheffing in box 2. Civielrechtelijk blijft de lening gewoon bestaan. Rente- en aflossingsverplichtingen blijven in stand. De rente blijft als bestanddeel van de winst in de BV belastbaar. Valt de schuld in box 3, dan verlaagt deze nog steeds de rendementsgrondslag.

Invloed van voorstel herziening box 3

Anderhalve week vóór Prinsjesdag al kwam het kabinet met plannen naar buiten om de heffing in box 3 opnieuw aan te passen. Spaarders gaan in dit nieuwe voorstel niet of nauwelijks belasting in box 3 betalen. Maar beleggers gaan juist meer betalen dan onder het huidige stelsel. In het huidige stelsel betaalt men in box 3 geen belasting voor zover er schulden tegenover bezittingen staan. Volgens de eerste schetsen van het nieuwe voorstel, wordt ook beleggen met geleend geld minder aantrekkelijk gemaakt. De bedoeling is om de wijzigingen in box 3 per 2022 in te laten gaan. Tegelijk dus met de ingangsdatum van het wetsvoorstel ‘excessief lenen bij de eigen vennootschap’. Als de plannen in de nu gepresenteerde vorm doorgaan, zal beleggen met geleend geld in het algemeen minder aantrekkelijk worden. Dus ook als niet bij een eigen BV wordt geleend. Maar voor wie ook al geraakt wordt door het wetsvoorstel ‘excessief lenen bij de eigen vennootschap’ komen deze plannen als een extra tegenvaller. Volgens de plannen gaat het forfaitair rendement voor beleggingen – d.w.z. alle bezittingen uitgezonderd spaargeld – 5,33% bedragen. Voor schulden in box 3 gaat een ‘leenrenteforfait’ gelden van 3,03%. Dit komt in mindering op het positieve inkomen in box 3. Voor zover tegenover beleggingen schulden staan, blijft straks dus een positief saldo van 2,30% over, waarover 33% belasting verschuldigd zal zijn. Dat betekent een extra belasting van circa 0,76%.

Wat kunt u doen?

De ‘wet excessief lenen bij de eigen vennootschap’ gaat pas in per 2022, waarbij de stand van de schuld bij de BV per 31-12-2022 van belang is. Als de regeling op uw situatie van toepassing is, hebt u dus nog geruime tijd om hierop te anticiperen en eventueel maatregelen te treffen.

Hoe u het beste op het wetsvoorstel kunt reageren, zal per situatie verschillen. Dat hangt onder meer af van de vraag in hoeverre er tegenover de schuld aan de BV vermogen staat in privé. Daarbij is van belang tegen welke rente u leent van de BV en welk rendement u op het vermogen maakt. In bepaalde situaties kan de schuld wellicht worden overgesloten naar een bank of andere geldverstrekker. Ook dan maakt het uit tegen welke rente u kunt lenen en of deze lager is dan het (verwachte) rendement op uw vermogen.

Er zijn in theorie zelfs situaties denkbaar waarin in stand laten van de schuld bij de BV voordelig is. Ondanks dat u in 2022 in box 2 belasting moet betalen. Er zijn ook situaties waarin (gedeeltelijk) aflossen van de schuld voordeliger is. Vaak is aflossen met vermogen uit privé (box 3) in dat geval voordeliger. Als u de lening bij de BV (gedeeltelijk) zou willen aflossen door een dividenduitkering uit de BV, moet u er wel rekening mee houden dat het tarief in box 2 na 2019 stijgt. In 2019 geldt nog een tarief van 25%. Per 2020 stijgt dit naar 26,25%. En vanaf 2021 zal dat tarief 26,9% bedragen.

We wachten met spanning op het (waarschijnlijk) aangepaste wetsvoorstel. Zodra dit bekend is, zullen wij hier een aantal voorbeeldsituaties uiteenzetten welke reactie op het wetsvoorstel het meest gepast lijkt.

Deel deze pagina

Artikel geschreven door:

Profiel foto van René Bruel
René Bruel DGA en BV, internationale belastingen

René Bruel is werkzaam binnen het Kenniscentrum. Hij houdt zich met name bezig met internationale vraagstukken op het gebied van vermogensstructurering en estate planning. Daarbij bouwde hij een bijzondere expertise op over financiële en fiscale aspecten bij het tweede huis in het buitenland.

Vrijblijvend van gedachten wisselen met een specialist?

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus
Logo of ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus