Chat with us, powered by LiveChat

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Modelovereenkomst als ‘wake-up call’

Bestuurders van vermogensfondsen kunnen op freelance basis mensen inhuren om betaalde werkzaamheden te verrichten. Maar weten zij dat ze dan ook een modelovereenkomst moeten gebruiken? Voor mij – als penningmeester van een maatschappelijke stichting – was het een ‘wake-up call’.

Toch best handig dat de Belastingdienst een goede inspiratiebron blijkt te zijn voor de onderwerpen van mijn blogs. Dat zij de stichting waarvan ik penningmeester ben, zo streng langs de meetlat hebben gelegd, heeft dus ook voordelen. Ik heb er in ieder geval het nodige van geleerd.

Het luistert nogal nauw

Wat is het geval? ‘Mijn’ stichting huurt kunstenaars in om samen met mensen met afasie te schilderen. Die kunstenaars zijn zelfstandig, sturen een factuur en geven hun inkomsten keurig op. Klinkt niet als een dienstverband, zou ik denken. Maar de Belastingdienst dacht daar anders over. En zo leerde ik het afgelopen jaar meer over de VAR-verklaring, die overigens sinds kort vervangen is door de modelovereenkomst.

Modelovereenkomst schept duidelijkheid

In zo’n modelovereenkomst leg je onder meer vast dat er geen sprake is van een dienstverband tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Ik had er nooit aan gedacht. Ik zie onze stichting niet als onderneming die mensen in dienst heeft maar als stichting die mensen betaalt om een dienst te leveren. Maar het luistert dus nogal nauw. Als de betaalde werkzaamheden structureel zijn en je de zekerheid wilt dat de opdrachtnemer niet bij jou in loondienst is, dan schept de modelovereenkomst duidelijkheid. Voor beide partijen én naar de Belastingdienst toe!

Een ‘wake-up call’

Een ‘wake-up call’ dus, en ik kan me voorstellen dat dat ook geldt voor bestuurders van andere vermogensfondsen. De stichting waarvan ik penningmeester ben, heeft inmiddels met al die kunstenaars een modelovereenkomst gesloten. Daarin staat dat er geen sprake is van een dienstverband, dat er geen gezagsverhouding is, dat de kunstenaars hun werk naar eigen goeddunken kunnen doen en dat ze zelf een vervanger kunnen aanwijzen. Dat zijn ook de feiten en die kunnen we aantonen. Zo voorkomen we dat de Belastingdienst vindt dat we loonbelasting moeten afdragen.

Wederzijdse verwachtingen

En dan de vrijwilligers. Dat is helemaal interessant. Want hoe je het ook wendt of keert, er zijn toch bepaalde wederzijdse verwachtingen. Wat dacht u bijvoorbeeld van de vrijwilligersvergoeding? Wat mag daar tegenover staan? Die vergoeding is overigens maximaal 1.500 euro per jaar. Kom je daar overheen, dan ben je als stichting verplicht om daar via het IB-47-formulier aangifte van te doen. Ook dat was voor mij een verrassing.

Dus ja, wij hebben als stichting nu alles gecodificeerd. Ook de afspraken die we met ‘betaalde’ vrijwilligers hebben gemaakt. Ik weet nu dat we het naar de toekomst toe, goed doen. En dat we moeten handelen naar hoe het op papier staat. Want anders kan de Belastingdienst alsnog vinden dat er toch sprake van een dienstverband is. En dat kan uw vermogensfonds op een fikse naheffing Loonbelasting plus boete komen te staan.

Deel deze pagina

Artikel geschreven door:

Profiel foto van Otto Beelaerts van Emmichoven
Otto Beelaerts van Emmichoven Instituten, vermogensfondsen, maatschappelijk vermogen

Otto Beelaerts van Emmichoven heeft na zijn studie Bedrijfsrecht aan de Rijksuniversiteit Leiden functies bij diverse banken doorlopen op het gebied van private banking. In zijn huidige functie van Directeur Instituten & Charitas binnen ABN AMRO MeesPierson combineert hij zijn ruime ervaring als bestuurder van stichtingen en verenigingen met zijn diepgaande expertise op het gebied van financiële advisering.

Vrijblijvend van gedachten wisselen met een specialist?

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus
Logo of ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus