ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

#Vermogensdag 2017 – de maatregelen

Prinsjesdag = Vermogensdag

Op Prinsjesdag maakt de regering de plannen bekend voor het komend jaar. De maatregelen hebben op verschillende manieren een effect op uw vermogen. Vandaar dat Financial Focus Prinsjesdag uitroept tot Vermogensdag. Wat zijn de belangrijkste maatregelen van #Vermogensdag die voor u als vermogende van belang zijn? In dit overzicht geven de specialisten van ABN AMRO MeesPierson een uitgebreid overzicht van de fiscale voorstellen.

Wilt u het nog eens rustig nalezen?

Wilt u de maatregelen nog eens rustig nalezen? Dan kunt u ook de pdf over Vermogensdag downloaden. Daarin staat alle maatregelen uitgebreid uitgelegd.

Op #Vermogensdag 2017 heeft de koning de Troonrede uitgesproken. En de regering heeft de Miljoenennota, de Rijksbegroting en het Belastingpakket voor 2018 gepresenteerd. Zoals al werd verwacht, bevat het Belastingpakket een beperkt aantal fiscale voorstellen voor 2018 en daarna. De komende maanden kan de (nieuwe) regering deze voorstellen nog veranderen tijdens de parlementaire behandeling.

Sommige veranderingen in 2018 staan in principe al vast. En van sommige onderwerpen is het belangrijk om te weten dat die naar verwachting in 2018 niet zullen veranderen. Hieronder staat onze selectie met een aantal onderwerpen. Deze lichten wij hieronder toe.

Overzicht onderwerpen

Klik op een van de onderwerpen om naar de paragraaf te navigeren.

■ Box 1
■ Box 2
■ Box 3
■ Schenken
■ Ondernemers
■ Overig

 

 

Box 1

Tarieven

Het tarief in de 2e en 3e belastingschijf van box 1 van de inkomstenbelasting gaat volgens de belastingplannen in 2018 met 0,05%-punt omhoog. Het gaat daarbij om het belastbaar inkomen tussen circa €20.000 en circa €68.500. Het hoogste tarief van 52% gaat in 2018 omlaag met 0,05%-punt naar 51,95%. Dat tarief begint in 2018 bij circa €68.500. Zie onderstaande Tabel 1. voor 2018 en ter vergelijking daaronder Tabel 2. voor 2017.

2018

Jonger dan
AOW-leeftijd
Geboren
vanaf 1946 *
Bij een belastbaar inkomen uit werk
en woning van
méér dan
maar niet
meer dan
is het gecombineerde tarief (inkomsten-
belasting en premies
volksverzekeringen)
is het gecombineerde
tarief (inkomsten-
belasting en premies volksverzekeringen)
€20.142 36,55% 18,65%
€20.142 €33.994 40,85% 22,95%
€33.994 €68.507 40,85% 40,85%
€68.507 51,95% 51,95%

Tabel 1. Tarieven inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen in box 1 in 2018.

* Voor belastingbetalers die zijn geboren vóór 1946 geldt in de tweede en derde schijf het bedrag van €34.404 in plaats van €33.994.

2017

Jonger dan
AOW-leeftijd
Geboren
vanaf 1946 **
Bij een belastbaar inkomen uit werk
en woning van
méér dan
maar niet
meer dan
is het gecombineerde tarief (inkomsten-belasting en premies
volksverzekeringen)
is het gecombineerde
tarief (inkomsten-
belasting en premies volksverzekeringen)
€19.982 36,55% 18,65%
€19.982 €33.791 40,80% 22,90%
€33.791 €67.072 40,80% 40,80%
€67.072 52% 52%

Tabel 2. Tarieven inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen in box 1 in 2017.

** Voor belastingbetalers die zijn geboren vóór 1946 geldt in de tweede en derde schijf het bedrag van €34.130 in plaats van €33.791.

Hypotheekrenteaftrek

In 2018 is hypotheekrente aftrekbaar tegen maximaal 49,5%. In 2017 is dat percentage nog 50%. Dit geldt voor zover u financieringsrente voor uw eigen huis in de hoogste belastingschijf verrekent. Ook de komende jaren gaat daar steeds 0,5%-punt af. Voor iedere €10.000 aan financieringsrente die is verrekend in de begrensde hoogste schijf kost dit ieder jaar €50 netto meer aan inkomstenbelasting dan in het vorige kalenderjaar. Deze wijziging staat al vast.

Restschulden

Per 2018 is er geen rente(kosten)aftrek voor nieuwe restschulden die vanaf 2018 ontstaan. Deze schulden behoren tot box 3. Voor restschulden die zijn ontstaan in de periode 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017 blijft de huidige regeling van de rente(kosten)aftrek voor maximaal 15 jaar in box 1 ook na 2017 gelden.

(Terug naar het overzicht)

Box 2

Tarief

In 2018 blijft het tarief van de inkomstenbelasting in box 2 vooralsnog 25%. Deze heffing is onder andere van belang voor de directeur-grootaandeelhouder (DGA) van een BV die dividend uit zijn/haar BV geniet. En bijvoorbeeld als de DGA zijn/haar aandelen in diens BV met winst verkoopt.

Forfaitair voordeel uit VBI’s en uit buitenlandse beleggingslichamen

Per 2018 is het forfaitaire voordeel uit vrijgestelde beleggingsinstellingen (VBI’s) en uit buitenlandse beleggingslichamen 5,38% van de waarde in het economische verkeer van de instelling of het lichaam op 1 januari 2018. Het gaat om situaties waarbij sprake is van een aanmerkelijk belang. In 2017 was dit 5,39%. Het forfaitaire voordeel is belast tegen 25% inkomstenbelasting in box 2.

(Terug naar het overzicht)

Box 3

Tarief en rendementspercentages

Het Belastingpakket 2018 bevat geen nieuwe informatie over de belastingheffing in box 3 in 2018. Dat betekent dat wij daarvoor vooralsnog moeten uitgaan van de forfaitaire rendementen die het demissionaire kabinet eerder dit jaar bekendmaakte. Ten opzichte van 2017 gaan de rendementspercentages in 2018 dan iets omlaag. Het heffingvrije vermogen, de algemene vrijstelling in box 3, blijft in 2018 vooralsnog €25.000 per belastingplichtige. Als de inflatiecorrectie hierop wordt toegepast, dan gaat dit bedrag naar €25.200.

De onderlinge verhouding tussen sparen en beleggen in de verschillende vermogensschijven verandert in 2018 vooralsnog niet. Zo gaat de wetgever ervan uit dat bij een belastbaar box 3-vermogen tot €75.000 – het heffingvrije vermogen van €25.000 (zoals opgemerkt, wordt dit bedrag mogelijk nog gecorrigeerd voor inflatie) is er al van af – de belastingbetalers 67% van dat vermogen gebruiken voor sparen en 33% voor beleggen in onroerende zaken, aandelen en obligaties. Ongeacht of dat in werkelijkheid ook zo is. In de vermogensschijf van €75.000 tot €975.000 is deze verhouding: 21% (sparen) tegen 79% (beleggen). En voor zover het box 3-vermogen uitgaat boven €975.000 gebruiken belastingbetalers dat vermogen gemiddeld volledig om te beleggen.

De nieuwe rendementspercentages voor 2018 zijn dan 2,65%, 4,52% en 5,38% (in 2017 respectievelijk: 2,87%, 4,60% en 5,39%, zie Tabel 3.). Vermenigvuldigd met het belastingtarief van 30% is de te betalen inkomstenbelasting in box 3 in 2018 bij deze rendementen, uitgedrukt als percentage van het vermogen in box 3 (na aftrek van het heffingvrije vermogen) in de 3 vermogensschijven dan respectievelijk 0,80%, 1,36% en 1,61% (in 2017 respectievelijk: 0,86%, 1,38% en 1,62%).

2018

2017

Van het gedeelte van de grondslag dat meer bedraagt dan maar niet meer dan is het forfaitaire rendements-percentage is het forfaitaire rendements-percentage
€0 €75.000 (67% x 1,30%) + (33% x 5,38%) = 2,65% (67% x 1,63%) + (33% x 5,39%) = 2,87%
€75.000 €975.000 (21% x 1,30%) + (79%* x 5,38%) = 4,52% (21% x 1,63%) + (79%* x 5,39%) = 4,60%
€975.000 (100% x 5,38%) = 5,38% (100% x 5,39%) = 5,39%

Tabel 3. Forfaitaire rendementspercentages in box 3 in 2018 en 2017.

Geen maatregelen tegen boxarbitrage

Het werkelijke rendement op spaargeld is al geruime tijd (veel) lager dan het forfaitaire rendement in box 3. In box 2 wordt wel het werkelijk behaalde rendement belast. Bij (zeer) lage rendementen kan het voordelig zijn om vermogen van box 3 naar box 2 te verplaatsen. Het Belastingpakket 2018 bevat geen plannen om deze boxarbitrage te ontmoedigen. Maar dat neemt niet weg dat de nieuwe regering met plannen kan komen om dat wel te doen.

(Terug naar het overzicht)

Schenken

Schenkingsvrijstelling voor eigen huis

De verhoogde, eenmalige vrijstelling voor een schenking voor het eigen huis blijft ook in 2018 bestaan. Als de inflatiecorrectie hierop wordt toepast, dan gaat het bedrag van deze vrijstelling per schenking in 2018 omhoog van €100.000 naar €100.800. Deze vrijstelling geldt niet alleen bij een schenking van ouders aan kinderen, maar bijvoorbeeld ook voor de schenking van een oom en tante. Voor deze vrijstelling gelden voorwaarden. Zo moet bijvoorbeeld de ontvanger (of zijn/haar partner voor de schenkbelasting) minimaal 18 jaar zijn en jonger dan 40 jaar. Er bestaan sinds 2017 enkele mogelijkheden om de onbelaste schenking te spreiden over maximaal 3 jaren. En in bepaalde situaties is het mogelijk om een eerder gedane schenking aan te vullen met een onbelaste schenking voor het eigen huis.

Culturele ANBI’s

In 2017 is het mogelijk om een gift aan een ANBI (algemeen nut beogende instelling) die de Belastingdienst heeft aangemerkt als ‘culturele ANBI’ voor de giftenaftrek te verhogen met 25% (maximaal met €1.250) als het een privégift is. BV’s bijvoorbeeld kunnen een dergelijke gift verhogen met 50% (maximaal met €2.500). Deze extra fiscale aftrek voor giften aan culturele ANBI’s zou aanvankelijk per 2018 vervallen. Maar in het Belastingpakket 2018 is het voorstel opgenomen om de geldigheidsduur van deze regeling met een jaar te verlengen. De regering moet deze verlenging nog wel ter goedkeuring voorleggen aan de Europese Commissie omdat geen sprake mag zijn van staatssteun.

(Terug naar het overzicht)

Ondernemers

Belastingschijven vennootschapsbelasting

Per 2018 is de eerste belastingschijf in de vennootschapsbelasting ruimer dan in 2017. Hiervan kunnen onder andere BV’s profiteren als zij in 2018 een belastbare winst hebben van meer dan €200.000. In 2018 is het tarief 20% voor de eerste €250.000 (2017: €200.000) aan belastbare winst. En het tarief is 25% voor zover de belastbare winst in 2018 hoger is dan €250.000, zie Tabel 4. Deze schijfverlenging van €200.000 naar €250.000 per 2018 staat al vast. In 2020 en 2021 komt er een verdere verruiming van deze eerste schijf tot respectievelijk €300.000 en €350.000. Die wijzigingen staan ook al vast.

2018

Bij een belastbaar bedrag van méér dan maar niet
meer dan
is het tarief
€ – €250.000 20%
€250.000 € – 25%

Tabel 4. Tarief vennootschapsbelasting in 2018.

2017

Bij een belastbaar bedrag van méér dan maar niet
meer dan
is het tarief
€ – €200.000 20%
€200.000 € – 25%

Tabel 5. Tarief vennootschapsbelasting in 2017.

UBO-register

Naar verwachting zal het nieuwe kabinet begin 2018 het wetsvoorstel voor de invoering van het ‘UBO-register’ indienen bij de Tweede Kamer. Veel organisaties moeten dan bepaalde informatie over hun uiteindelijk belanghebbenden (in het Engels: ‘ultimate beneficial owners’, afgekort tot UBO’s) doorgeven aan de Kamer van Koophandel. Deze verplichting moet eraan bijdragen dat ondernemingen en rechtspersonen minder vaak misbruikt worden voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, alsook daarmee verband houdende basisdelicten, zoals corruptie, fiscale misdrijven en fraude. Het is de bedoeling dat het ‘UBO-register’ in de zomer van 2018 operationeel is.

Aanpassingen in dividendbelasting

De verplichting om dividendbelasting in te houden wordt uitgebreid naar in Nederland gevestigde zogenaamde houdstercoöperaties. Tot nu toe hoefden deze coöperaties geen dividendbelasting in te houden. Wat een reden was om deze rechtsvorm in (internationale) structuren toe te passen. Voortaan moeten zij ook dividendbelasting gaan inhouden volgens het wetsvoorstel.

Er komt ook een versoepeling in de dividendbelasting. De vrijstelling om dividendbelasting in te houden wordt uitgebreid naar houdsters in derde landen. Dat wil zeggen die gevestigd zijn buiten de Europese Economische Ruimte. Voorwaarde is wel dat Nederland een belastingverdrag heeft gesloten met dat land en hierin een dividendbepaling is opgenomen. En geen sprake is van misbruik. De in het wetsvoorstel opgenomen nieuwe nationale antimisbruikbepaling is in lijn met de algemene internationale antimisbruikbepalingen.

(Terug naar het overzicht)

Overig

Pensioenrichtleeftijd en AOW-leeftijd

In 2018 gaat de pensioenrichtleeftijd omhoog van 67 naar 68 jaar. Deze aanpassing is van belang bij de berekening van de jaarlijkse maximaal toegestane fiscale pensioenopbouw bij de werkgever. In 2018 gaat de AOW-leeftijd omhoog van 65 jaar en 9 maanden naar 66 jaar.

Hypotheekplafond

In 2018 kunt u een hypotheek bij een professionele geldverstrekker afsluiten tot 100% (2017: 101%) van de waarde van uw eigen huis. Dit betekent dat u geen hogere hypotheek meer kunt krijgen. Deze wijziging staat al vast. Een hogere lening blijft naar verwachting nog wel mogelijk na verbouwing of energiebesparende investeringen. Zoals dakisolatie, energiezuinige kozijnen en deuren en zonneboilers.

BTW-tarieven

Na een uitspraak van de Hoge Raad uit 2016 zijn bepaalde tandpasta’s, zonnebrandcrèmes en bepaalde andere drogisterijartikelen belast met het lage btw-tarief van 6%. Volgens onze hoogste rechter zijn het namelijk ‘geneesmiddelen’ in de zin van de btw-wetgeving. Deze uitspraak heeft onbedoelde gevolgen. Per 2018 gaat het btw-tarief voor veel van dergelijke producten volgens de kabinetsplannen dan ook weer omhoog naar 21%, tenzij er een bepaalde handelsvergunning voor bestaat of een expliciete vrijstelling daarvan.

Partners voor toeslagen en inkomstenbelasting

In de belastingplannen is een voorstel opgenomen om per 2018 het begrip ‘partner’ voor toeslagen en voor de inkomstenbelasting te wijzigen. Dit is in bepaalde situaties van belang voor de alleenstaande pleegouder met een inwonend  pleegkind tussen de 18 en 27 jaar waarvoor bijvoorbeeld een pleegzorgvergoeding is ontvangen. Nu het Rijk de kosten van het levensonderhoud voor dit pleegkind betaalt, is het kind in fiscale zin en voor toeslagen geen pleegkind. Daardoor kunnen zij als partners worden aangemerkt. Voor de toekenning van toeslagen telt dan het inkomen van zowel de pleegouder als het pleegkind mee, waardoor minder snel recht op een toeslag bestaat. Het zijn van partner voor de inkomstenbelasting kan positieve en negatieve gevolgen hebben. Op verzoek aan de Belastingdienst kunnen zij straks voorkomen dat het pleegkind voor toeslagen en voor de inkomstenbelasting als partner van de alleenstaande pleegouder wordt aangemerkt (tenzij beiden 27 jaar oud zijn en voldoen aan de overige voorwaarden voor het partnerschap).

Aftrek uitgaven voor rijksmonumenten en aftrek scholingsuitgaven

Vorig jaar heeft de regering het wetsvoorstel ‘Wet fiscale maatregelen rijksmonumenten en scholing’ als onderdeel van het Belastingpakket 2017 ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel gaat over de afschaffing van zowel de aftrek voor uitgaven voor rijksmonumentenpanden als de aftrek van scholingsuitgaven. Als gevolg van te veel weerstand hiertegen is dit wetsvoorstel toen niet ingevoerd en aangehouden. Naar verwachting komen er per 2019 vervangende subsidieregelingen voor het onderhoud van rijksmonumentenpanden en voor de stimulering van scholing. Dat betekent dat de huidige aftrekposten hiervoor vooralsnog (ook) in 2018 blijven bestaan.

Beperking wettelijke gemeenschap van goederen

Voor degenen die vanaf 2018 gaan trouwen, is het van belang dat het wettelijk huwelijksgoederenregime verandert. Dan is de standaardregeling een beperkte gemeenschap van goederen. Het voorhuwelijkse privévermogen, evenals erfenissen en giften die men tijdens het huwelijk verkrijgt, blijven dan tot het privévermogen van de echtgenoten behoren. Deze wijziging heeft andere civielrechtelijke en fiscale gevolgen dan de huidige regeling. Wie wil afwijken van de (nieuwe) standaardregeling kan huwelijkse voorwaarden sluiten.

Aanpassingen die van belang zijn voor de schenk- en erfbelasting

In het Belastingpakket 2018 staan voorstellen voor maatregelen om estate planning via huwelijksvermogensrecht tegen te gaan. De grenzen in welke gevallen vermogensverschuivingen via een huwelijk, huwelijkse voorwaarden of een samenlevingscontract leiden tot schenk- of erfbelasting worden duidelijker. Zo zal er schenk- of erfbelasting geheven worden bij huwelijksgemeenschappen waarbij de minst vermogende echtgenoot meer dan 50% van het ‘kwalificerende’ vermogen verkrijgt, het aandeel in het ‘kwalificerende’ vermogen van de meest vermogende echtgenoot toeneemt en bij het aangaan van een huwelijk of het wijzigen van huwelijkse voorwaarden met als voornaamste doel het ontgaan van schenk- en erfbelasting.

Tot het ‘kwalificerende’ vermogen rekent de wetgever het vermogen dat tot de gemeenschap van goederen behoort en had kunnen behoren. Bepaald vermogen is hiervan dus uitgezonderd (zoals vermogen met een ‘harde’ uitsluitingsclausule of bepaalde pensioenrechten).  Deze regeling geldt ook voor geregistreerde partners die een geregistreerd partnerschap aangaan of wijzigen. En ze is ook van toepassing op (meerderjarige, op één adres wonende) samenlevers die een notariële samenlevingsovereenkomst (met wederzijdse zorgverplichting!) aangaan of wijzigen.

(Terug naar het overzicht)

Deel deze pagina

Artikel geschreven door:

Profiel foto van Peter Pleijsant
Peter Pleijsant Fiscaliteit, eigen woning, bedrijfsopvolging

Studeerde Fiscaal Recht in Leiden en werkte als belastingadviseur bij Deloitte. Sinds 2006 werkt hij bij ABN AMRO MeesPierson. Peter Pleijsant houdt zich bezig met nieuwe fiscale wetgeving, woningmarkt problematiek en bedrijfsopvolging.

Van gedachten wisselen met een specialist?

  • Wanneer het u uitkomt
  • Vrijblijvend
  • Persoonlijk
#Vermogensdag 2017 – de maatregelen
4.4/5 score (8 stemmen)
ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus
Logo of ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus