Chat with us, powered by LiveChat

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Vooruitblik Prinsjesdag 2019 (2): effect op ondernemers

Op de derde dinsdag van september is het Prinsjesdag. Dan maakt de regering haar (fiscale) voorstellen voor 2020 en eventueel latere jaren bekend. Wat verandert er op fiscaal gebied voor ondernemers? Hieronder een voorbeschouwing.

Ondernemers zijn ook particulieren

Aangezien ondernemers ook particulieren zijn, verwijs ik voor verwachte veranderingen voor laatstgenoemde groep belastingbetalers naar mijn eerste blog in deze serie.

Minder voorstellen dan vorig jaar

Terug naar de veranderingen voor ondernemers. Naar verwachting komt het huidige kabinet-Rutte III dit jaar met minder belastingvoorstellen voor ondernemers dan vorig jaar. Toen hadden sommige voorstellen namelijk ook al betrekking op 2020 en 2021. Deze maatregelen staan nu in principe vast. Uiteraard voor zover ze de eindstreep haalden. Zo sneuvelde het voorstel om de dividendbelasting af te schaffen, nog vorig jaar tijdens de parlementaire behandeling.

Bij de maatregelen die vaststaan, gaat het bijvoorbeeld om een aantal belangrijke belastingtarieven voor ondernemers. Zoals het tarief in box 2 van de inkomstenbelasting en de tarieven in de vennootschapsbelasting. Wat kunnen we onder andere verwachten voor 2020 en latere jaren?

Wetsvoorstel excessief lenen bij de eigen vennootschap

In het derde kwartaal van 2019 zal de regering het wetsvoorstel excessief lenen bij de eigen vennootschap indienen bij de Tweede Kamer. Naar verwachting doet de regering dit (uiterlijk) op Prinsjesdag. Het zal een afzonderlijk wetsvoorstel zijn, en dus geen onderdeel van het pakket Belastingplan 2020. Dat blijkt uit de Fiscale Beleidsagenda 2019. Het wetsvoorstel moet (langdurig) uitstel van belastingheffing tegengaan bij de aandeelhouder met een aanmerkelijk belang met veel schulden bij zijn eigen vennootschap. De voorgestelde maatregelen moeten per 2022 ingaan. In mijn blog ‘Belastingheffing bij hoge schulden aan eigen vennootschap’ leest u meer over dit onderwerp.

Hoger tarief in box 2

Box 2 is belangrijk voor met name aandeelhouders met een aanmerkelijk belang in een BV. In 2019 is het tarief in deze box 25%. Dit tarief gaat per 2020 omhoog naar 26,25% en per 2021 naar 26,90%. Voor aanmerkelijkbelanghouders die participeren in een VBI of een buitenlands beleggingslichaam wordt het forfaitaire rendementspercentage op Prinsjesdag bekendgemaakt. In 2019 is dit percentage 5,60%. Dit is gekoppeld aan het forfaitaire beleggingsrendement voor de belastingheffing in box 3.

Lagere tarieven in de vennootschapsbelasting

In 2019 moet bijvoorbeeld een BV over haar belastbare winst tot € 200.000 19% vennootschapsbelasting betalen. Voor zover de winst hoger is dan € 200.000, is het tarief 25%. Na 2019 gaan beide tarieven verder omlaag. In 2020 naar respectievelijk 16,50% en 22,55%, en in 2021 naar respectievelijk 15% en 20,50%. Deze tarieven staan al vast. Ze gaan omlaag omdat een hoge belastingdruk op onder meer bedrijfswinst het investeringsklimaat minder aantrekkelijk maakt. En dat gaat ten koste van de economische groei.

Staan de vastgestelde tarieven op losse schroeven?

Zoals ik ook al in mijn vorige blog schreef, staan de tarieven in de vennootschapsbelasting voor 2020 en 2021 mogelijk op losse schroeven na recente opmerkingen van premier Rutte op een ‘VVD-festival’. Rutte (VVD) wil dat, naast de voorgenomen lastenverlaging door het kabinet, ook de grote bedrijven met veel winst hun verantwoordelijkheid nemen. Zij moeten de salarissen van hun personeel aanzienlijk meer verhogen. Doen ze dat niet? Dan kan het kabinet de eveneens vorig jaar vastgestelde tariefsverlagingen in de vennootschapsbelasting voor deze bedrijven (deels) terugdraaien. Daardoor ontstaat financiële ruimte om de tarieven in box 1 nog wat verder te verlagen. Op Prinsjesdag weten we waarschijnlijk of en wanneer de regering dergelijke maatregelen wil nemen.

Vereenvoudiging belastingstelsel

Op Prinsjesdag stelt de regering in ieder geval maatregelen voor die op korte termijn zijn te realiseren. Ze dragen weliswaar beperkt bij aan vereenvoudiging, maar zijn wenselijk voor belastingbetalers en/of de Belastingdienst. Het gaat bijvoorbeeld over de rente die de Belastingdienst kan berekenen bij een aanslag vennootschapsbelasting.

Op zoek naar een meerderheid in de Eerste Kamer

Natuurlijk weten we op Prinsjesdag pas echt welke belastingvoorstellen de regering doet. En dan moet ze hiervoor nog een meerderheid zien te vinden in het parlement. Zoals ik ook al in mijn vorige blog opmerkte, zit de uitdaging vooral in de Eerste Kamer. Daar heeft het kabinet immers inmiddels geen meerderheid meer: 32 van de 75 Kamerzetels (VVD: 12, CDA: 9, D66: 7 en ChristenUnie: 4). Er zijn drie partijen die het kabinet zelf aan een meerderheid kunnen helpen: Forum voor Democratie (+12), GroenLinks (+8) en PvdA (+6). Het voorstel over excessief lenen bij de eigen vennootschap kan mogelijk op steun rekenen van GroenLinks en PvdA omdat het voorstel uitstel en afstel van belastingbetaling door de directeur-grootaandeelhouder tegengaat en deze partijen daar voorstander van zijn. Maar uit recente Kamervragen bleek ook dat de PvdA dit probleem van uitstel en afstel liever met een nieuw stelsel zou willen aanpakken dan met pleisters proberen de grootste gaten af te plakken. Waarschijnlijk is dit dus nog geen gelopen race.

 

Deel deze pagina

Artikel geschreven door:

Profiel foto van Peter Pleijsant
Peter Pleijsant Fiscaliteit, vastgoed en bedrijfsoverdracht

Studeerde Fiscaal Recht in Leiden en werkte als belastingadviseur bij Deloitte. Sinds 2006 werkt hij bij ABN AMRO MeesPierson. Peter Pleijsant houdt zich bezig met fiscaliteit, vastgoed en bedrijfsoverdracht.

Vrijblijvend van gedachten wisselen met een specialist?

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus
Logo of ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus