Chat with us, powered by LiveChat

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Wat is de impact van het nieuwe box 3-stelsel? deel 3: tweede huis in het buitenland

Het kabinet wil het heffingssysteem in box 3 van de inkomstenbelasting opnieuw aanpassen. Om met name spaarders tegemoet te komen. Hier leest u welke gevolgen het voorgestelde systeem in algemene zin zal hebben. Maar wat zijn de gevolgen in specifieke situaties? In een serie artikelen gaan we op zoek naar de antwoorden. In deel 1 stond de vraag centraal wat dit betekent voor beleggingskeuzes in het algemeen. In deel 2 besprak ik de gevolgen voor vastgoedbezit in het algemeen en verhuurde woningen in het bijzonder. In dit derde deel bespreek ik de gevolgen voor bezitters van een tweede huis in het buitenland.

Waarde en eventuele schuld in grondslag

Ook de waarde van een tweede huis in het buitenland en de eventuele samenhangende financieringsschuld moet u in uw Nederlandse aangifte inkomstenbelasting verantwoorden. De belastingwet bepaalt dat voor woningen in box 3 de WOZ-waarde het uitgangspunt is. De peildatum voor de waardering is daarbij 1 januari van het jaar vóór het jaar van aangifte. Omdat voor woningen in het buitenland geen WOZ-waarde beschikbaar is, moet in dat geval de waarde in het economische verkeer in onbewoonde staat (‘vrije verkoopwaarde’) op 1 januari van het jaar vóór het jaar van aangifte worden genomen.

Box 3-heffing huidige stelsel

In het huidige stelsel (cijfers 2020) worden al uw bezittingen en schulden in box 3 op een grote hoop gegooid. Over het netto vermogen boven het heffingvrije bedrag van ruim € 30.000 per persoon wordt bij iedere belastingplichtige hetzelfde forfaitaire rendement toegepast. Ongeacht de werkelijke verhouding tussen spaargeld en overige bezittingen. Het forfaitaire rendement neemt toe naarmate het vermogen in box 3 groter is. De effectieve belasting uitgedrukt als percentage van het vermogen in box 3 loopt daarbij op van 0,54% in de eerste vermogensschijf (ruim € 72.000 per persoon), via 1,27% in de tweede schijf, tot maximaal 1,60% in de hoogste vermogensschijf (boven grofweg € 1.000.000 per persoon).

Schulden in box 3 verlagen de grondslag waarover het forfaitaire inkomen wordt berekend. Voor zover tegenover de bezittingen in box 3 schulden staan, levert dat per saldo geen bijdrage aan de rendementsgrondslag en betaalt u in het huidige stelsel geen box 3-heffing over met geleend geld gefinancierde bezittingen.

Voorgestelde nieuwe stelsel

In het nieuwe stelsel wordt op individueel niveau gekeken naar de werkelijke verdeling van het vermogen over de categorieën spaargeld, overige bezittingen en schulden. Aan spaargeld wordt een forfaitair rendement toegekend van 0,09%, voor overige bezittingen is dat 5,33%. Dat geldt dus ook voor een tweede woning in Nederland of in het buitenland. Voor schulden wordt een forfaitaire leenrente van 3,03% in mindering gebracht. Voor zover u een tweede woning in het buitenland met een schuld hebt gefinancierd, zal in het voorgestelde box 3-stelsel per saldo wél een positief forfaitair inkomen ontstaan. Namelijk 5,33% – 3,03% = 2,30%. Uitgaande van een tarief van 33% resulteert dat – in eerste instantie – in een effectieve belasting van 0,76% voor zover een tweede woning met een schuld is gefinancierd.

Voorkoming dubbele belasting

In het huidige stelsel verleent Nederland een vermindering van box 3-heffing voor zover u een tweede huis in het buitenland met eigen geld hebt gekocht. Voor zover u het buitenlandse huis met een schuld hebt gefinancierd, krijgt u geen vermindering van box 3-belasting. U betaalt onder het huidige stelsel immers ook niets voor zover er tegenover de waarde een samenhangende schuld staat. Hoe dat zit, kunt u hier lezen.

De vraag is hoe dat onder het nieuwe stelsel zal uitpakken. Mijns inziens zal – overeenkomstig de huidige systematiek – het aan het buitenlandse tweede huis en samenhangende schulden toe te rekenen gedeelte van het totale forfaitaire inkomen de facto vrijgesteld moeten blijven. De vermindering van box 3-heffing berekent men dan als volgt:

Op die manier blijft een tweede huis in het buitenland de facto vrijgesteld in box 3. Ook als dat met een schuld is gefinancierd. In onderstaand voorbeeld is de bijdrage van het tweede huis in het buitenland en de samenhangende financieringsschuld aan het totale belastbare bedrag van € 37.800 per saldo: € 26.650 – € 15.150 = € 11.500. De box 3-heffing vóór vermindering komt op € 12.474. De vermindering ter voorkoming van dubbele belasting bedraagt dan [11.500 / 37.800] x € 12.474 = € 3.795. Ter controle: 33% IB x € 11.500 = € 3.795.

Voorbeeld (fiscaal partners)

Deel deze pagina

Artikel geschreven door:

Profiel foto van René Bruel
René Bruel DGA en BV, internationale belastingen

René Bruel is werkzaam binnen het Kenniscentrum. Hij houdt zich met name bezig met internationale vraagstukken op het gebied van vermogensstructurering en estate planning. Daarbij bouwde hij een bijzondere expertise op over financiële en fiscale aspecten bij het tweede huis in het buitenland.

Vrijblijvend van gedachten wisselen met een specialist?

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus
Logo of ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Wellicht is dit ook interessant...