Chat with us, powered by LiveChat

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Wat is de impact van het nieuwe box 3-stelsel? deel 4: de spaar-BV

Het kabinet wil het heffingssysteem in box 3 van de inkomstenbelasting opnieuw aanpassen. Om met name spaarders tegemoet te komen. Hier leest u welke gevolgen het voorgestelde systeem in algemene zin zal hebben. Maar wat zijn de gevolgen in specifieke situaties? In een serie artikelen gaan we op zoek naar de antwoorden. In dit vierde deel staat de vraag centraal in hoeverre het straks nog interessant is om box 3-vermogen onder te brengen in een spaar-BV.

Forfaitair rendement belast in box 3

In box 3 betaalt u belasting over een forfaitair vastgesteld rendement. Dat is nu ook al zo. Wat straks anders wordt, is dat men voortaan uit wil gaan van de werkelijke verdeling van iemands vermogen over de categorieën spaargeld, overige bezittingen en schulden. Voor spaargeld wordt in het plan gerekend met een forfaitair rendement van 0,09%. Voor overige bezittingen is dat 5,33%. En voor schulden in box 3 komt een forfaitaire leenrente van 3,03% in mindering. Per persoon geldt een heffingvrij inkomen van € 400 volgens het kabinetsplan. Het meerdere aan forfaitair inkomen wordt belast à 33%. De marginale effectieve belastingdruk bedraagt zo 0,03% voor spaargeld en 1,76% voor overige bezittingen. De forfaitaire belastingbesparing voor schulden komt op circa 1%.

Werkelijk rendement belast in BV

Als vermogen uit box 3 als kapitaal wordt ingebracht in een BV – of andere belaste entiteit, bijvoorbeeld een open fonds voor gemene rekening – in box 2, wordt voortaan het werkelijke rendement belast met vennootschapsbelasting (VPB). Over de eerste € 200.000 aan winst geldt nu een laag tarief van 19%. Over het meerdere boven € 200.000 is dat 25%. In de komende jaren zullen deze tarieven dalen tot respectievelijk 15% en 21,7%. Wat na vennootschapsbelasting van het rendement overblijft, wordt later nog belast in box 2. Nu is het tarief in box 2 nog 25%. In de komende jaren zal dit stijgen tot 26,9% (zie tabel 1).

 

VPB laag VPB hoog IB box 2 Gecombineerd laag Gecombineerd hoog
2019 19% 25% 25% 39,25% 43,75%
2020 16,5% 25% 26,25% 38,42% 44,69%
2021 15% 21,7% 26,90% 37,87% 42,76%
2022 15% 21,7% 26,90% 37,87% 42,76%

Tabel 1: ontwikkeling vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting box 2

 

Wanneer is een spaar-BV fiscaal voordelig?

Vermogen uit box 3 naar een spaar-BV overbrengen is fiscaal voordelig als de combinatie van vennootschapsbelasting en box 2-heffing die u over het werkelijk behaalde rendement gaat betalen minder is dan de forfaitaire heffing in box 3. Als we ervan uitgaan dat de winst in de BV tegen het lage VPB-tarief wordt belast, zal de gecombineerde belasting over het werkelijke rendement vanaf 2021 dus 37,87% bedragen. De forfaitaire belasting op spaargeld bedraagt in het voorgestelde box 3-stelsel 0,03%. Voor overig vermogen is dat 1,76%. Althans, voor zover niet vrijgesteld binnen het heffingvrije inkomen van € 400 per persoon (N.B. voor het totale saldo aan forfaitair inkomen). Het forfaitaire rendement van 0,09% over ongeveer € 445.000 per persoon aan spaargeld blijft binnen dit heffingvrije inkomen. Hebt u ook overige bezittingen, dan is dat heffingvrije inkomen al bij 5,33% over ongeveer € 7.500 per persoon bereikt.

Fiscaal voordeel bij rendement onder omslagpunt

Voor zover het heffingvrije inkomen in box 3 al is benut, is spaargeld in een spaar-BV inbrengen fiscaal voordelig als (bij 37,87% gecombineerde belasting in box 2):
37,87% x spaarrente < 0,03% → spaarrente < 0,03%/37,87% → spaarrente < circa 0,08%.

Bij overige bezittingen in box 3 is dat het geval als:
37,87% x rendement < 1,76% → rendement < 1,76%/37,87% → rendement < circa 4,65%.

Rekening houden met overige kosten

Bij het berekenen van bovenstaande omslagpunten is alleen het verschil in belastingdruk vergeleken. In de praktijk zal het opzetten en in stand houden van een BV-structuur vaak ook andere kosten met zich meebrengen. Bijvoorbeeld voor werkzaamheden van een notaris, fiscalist en/of accountant. Verder moet u bedenken dat kapitaal in een BV storten snel geregeld is. Maar om het gestorte kapitaal later weer onbelast uit de BV te halen, moeten diverse formele handelingen gebeuren. Onder meer een gang langs de notaris om de statuten van de BV aan te laten passen (bij een open fonds voor gemene rekening is dit laatste overigens niet nodig).

Tot slot

Weliswaar ligt de rente op spaargeld momenteel beneden het berekende omslagpunt van 0,08%. Maar weegt de belasting die u hierdoor bespaart in de meeste gevallen niet op tegen de kosten van het opzetten en in stand houden van een BV-structuur. Voor overige bezittingen die minder dan ongeveer 4,65% rendement opleveren, kan een spaar-BV wellicht nog wel voordeel opleveren. Maar ook dan knagen bijkomende kosten van een BV-structuur aan de relatieve aantrekkelijkheid van dit alternatief.

Deel deze pagina

Artikel geschreven door:

Profiel foto van René Bruel
René Bruel DGA en BV, internationale belastingen

René Bruel is werkzaam binnen het Kenniscentrum. Hij houdt zich met name bezig met internationale vraagstukken op het gebied van vermogensstructurering en estate planning. Daarbij bouwde hij een bijzondere expertise op over financiële en fiscale aspecten bij het tweede huis in het buitenland.

Vrijblijvend van gedachten wisselen met een specialist?

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus
Logo of ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Wellicht is dit ook interessant...