Chat with us, powered by LiveChat

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Wat is de impact van het nieuwe box 3-stelsel? deel 5: schulden in box 3

Het kabinet wil het heffingssysteem in box 3 van de inkomstenbelasting opnieuw aanpassen. Om met name spaarders tegemoet te komen. Hier leest u welke gevolgen het voorgestelde systeem in algemene zin zal hebben. Maar wat zijn de gevolgen in specifieke situaties? In een serie artikelen gaan we op zoek naar de antwoorden. Schulden worden in het voorgestelde box 3-stelsel heel anders behandeld dan nu. In dit vijfde deel kijken we onder andere naar de gevolgen voor beleggen met geleend geld en het hebben van een woninghypotheek in box 3.

Schulden in het huidige box 3-stelsel

In het huidige stelsel komen schulden in box 3 – boven een drempel van ruim € 3.000 per persoon – in mindering op de waarde van de bezittingen. Van het aldus berekende netto saldo blijft een bedrag van ruim € 30.000 per persoon vrijgesteld, het heffingvrije vermogen. Over het meerdere berekent men in 3 vermogensschijven een oplopend forfaitair rendement. Over het totaal aan forfaitair inkomen betaalt men 30% belasting. De effectieve belastingdruk als percentage van het vermogen in box 3 loopt daarbij op van 0,54% in de eerste vermogensschijf tot ruim € 72.000 per persoon, via 1,27% in de tweede schijf, tot maximaal 1,60% in de hoogste vermogensschijf boven grofweg € 1 miljoen per persoon (cijfers 2020). Gevolg is dat iemand met een groot vermogen nu meer box 3-hefing bespaart met een schuld dan iemand met een beperkt vermogen.

Schulden in het voorgestelde box 3-stelsel

Het heffingvrije vermogen maakt in het nieuwe stelsel plaats voor een bezittingendrempel. Blijft de waarde van de bezittingen beneden ruim € 30.000? Dan betaalt men sowieso geen box 3-heffing. Maar komt de totale waarde van de bezittingen daarboven? Dan wordt op individueel niveau gekeken naar de werkelijke verdeling van het vermogen over de categorieën spaargeld, overige bezittingen en schulden. En wordt – vanaf de eerste euro – aan spaargeld een forfaitair rendement toegekend van 0,09% en aan overige bezittingen 5,33%. Voor schulden komt in het voorgestelde box 3-stelsel een forfaitaire leenrente van 3,03% in mindering op het forfaitaire inkomen uit de bezittingen. Van het saldo aan forfaitair inkomen blijft volgens de plannen € 400 per persoon vrijgesteld, het zogenaamde heffingvrije inkomen. Over het restant betaalt men 33% belasting. Voor zover het heffingvrije inkomen al is benut, komt de marginale belastingdruk voor spaargeld op 0,03% (33% x 0,09%) en voor overige bezittingen op 1,76% (33% x 5,33%). De besparing van box 3-heffing door schulden in box 3 zal in het voorgestelde systeem voor iedereen 1% bedragen (33% x 3,03%). En niet langer afhankelijk zijn van de omvang van het totale vermogen in box 3. Dat fiscale voordeel kan echter alleen worden ‘verzilverd’ als er voldoende forfaitair inkomen uit bezittingen in box 3 tegenover staat. Spaargeld levert nauwelijks positief forfaitair inkomen op. Overige bezittingen leveren wél voldoende forfaitair inkomen op.

Beleggen met geleend geld

Voor zover tegenover de fiscale waarde van beleggingen schulden staan, zal in het voorgestelde systeem per saldo een positief forfaitair inkomen ontstaan. Namelijk 5,33% – 3,03% = 2,30%. Uitgaande van een tarief van 33% resulteert dat in een effectieve belasting van 0,76%. In het huidige systeem levert beleggen met geleend geld al voordeel op als men meer rendement behaalt dan de te betalen rente op de schuld. In het voorgestelde systeem zal men 0,76% extra rendement moeten maken om quitte te spelen.

Voorbeeld

Bert heeft € 100.000 beleggingen en € 100.000 schuld in box 3 tegen 3% rente. In het huidige box 3-systeem betaalt hij geen box 3-heffing. Hij speelt quitte als hij op zijn beleggingen ook 3% rendement realiseert. Daarboven heeft hij voordeel. In het nieuwe systeem zal hij 33% betalen over 2,30% x € 100.000 = circa 0,76% x € 100.000. Om voordeel te behalen zal hij nu meer dan 3,76% rendement moeten behalen.

Hypotheek in box 3

In bepaalde situaties kan een eigenwoningschuld die in box 3 zit meer fiscaal voordeel opleveren dan een eigenwoningschuld in box 1. Door diverse aanpassingen in de eigenwoningregeling in box 1 van de inkomstenbelasting is het fiscale voordeel van een woninghypotheek in box 1 in de loop der jaren steeds verder beperkt. Het maximale tarief waartegen hypotheekrente in box 1 fiscaal verrekend wordt (2020: 46%), loopt steeds verder terug. En zal in 2022 nog maar 40% bedragen. Vanaf 2023 zal dit gelijk zijn aan het ‘basistarief’ in box 1 van ongeveer 37%. Daarbij moet men bedenken dat überhaupt pas een fiscale besparing kan optreden als de aftrekbare hypotheekrente meer bedraagt dan de fiscale bijtelling van het eigenwoningforfait. Het effectieve voordeel is afhankelijk van het hypotheekrentetarief. Hoe lager het rentetarief, hoe kleiner het voordeel. Zoals hiervoor is uitgelegd, is het fiscale voordeel van een schuld in box 3 in het huidige stelsel afhankelijk van de omvang van het totale vermogen in box 3. En kan het voordeel nu maximaal 1,60% bedragen. In het voorgestelde systeem zal een schuld in box 3 een vaste fiscale besparing opleveren van 1%. Gesteld dat er voldoende forfaitair inkomen uit overige bezittingen tegenover de aftrekbare forfaitaire leenrente staat.

Voorbeeld

Thomas betaalt 2% rente op zijn woninghypotheek. Zijn inkomen in box 1 bedraagt € 100.000. De hypotheekrente trekt hij af in de hoogste tariefschijf in box 1. Als we geen rekening houden met de bijtelling van het eigenwoningforfait, levert de woninghypotheek in box 1 in 2022 straks 0,80% fiscaal voordeel op, namelijk 40% x 2%. Vanaf 2023 zal dat nog ongeveer 0,74% zijn (37% x 2%). Zou de schuld in box 3 zitten, dan bedraagt het fiscale voordeel onder het nieuwe box 3-stelsel straks 1%. Gesteld dat Thomas voldoende forfaitair inkomen uit overige bezittingen in box 3 heeft.

 

Deel deze pagina

Artikel geschreven door:

Profiel foto van René Bruel
René Bruel DGA en BV, internationale belastingen

René Bruel is werkzaam binnen het Kenniscentrum. Hij houdt zich met name bezig met internationale vraagstukken op het gebied van vermogensstructurering en estate planning. Daarbij bouwde hij een bijzondere expertise op over financiële en fiscale aspecten bij het tweede huis in het buitenland.

Vrijblijvend van gedachten wisselen met een specialist?

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus
Logo of ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Wellicht is dit ook interessant...