Chat with us, powered by LiveChat

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Welke vermogensstrategie leidt tot maximale impact?

Bent u het als (bestuurder van) een vermogensfonds aan uw stand verplicht om zowel een vermogens- als uitkeringsstrategie te hebben? Ik vind van wel, zeker omdat het helpt om maximale impact te genereren. Stond bij veel vermogensfondsen het in stand houden van het vermogen bovenaan de bestuursagenda, nu zie ik steeds meer bestuurders die heel bewust vanuit een budget met een beleggingsstrategie bezig zijn.

‘Ten behoeve van het algemeen nut uit het vermogen en/of uit een structurele inkomstenbron steun bieden aan individuen, projecten en organisaties’. Dat is het doel van een vermogensfonds en daar hoort een uitkeringsplan bij. Zeker als u weet dat de Belastingdienst erop let dat vermogensfondsen met een ANBI-status uitkeren en niet oppotten. Vermogensfondsen met een vast budget – bijvoorbeeld om een landgoed in stand te houden – weten meestal precies hoeveel er jaarlijks uit het vermogen moet worden onttrokken. Daar kunnen ze hun beleggingsstrategie dus redelijk eenvoudig op aanpassen. Dat geldt ook voor stichtingen die zichzelf de verplichting opleggen om elk jaar een bepaald percentage van hun vermogen uit te keren aan het doel waarvoor ze zijn opgericht. Ik zie best veel bestuurders die zichzelf een dergelijke ‘spending rule’ opleggen. Het voorkomt – zo zeggen ze – dat ze lui worden of te weinig impact creëren. 

Tering naar de nering zetten

Want impact creëren, daar gaat het om. De meest eenvoudige manier om dat als vermogensfonds te doen, is een beleggingsstrategie te kiezen en vervolgens de tering naar de nering zetten. Ik noem het ook wel de ‘beschikbare cashflow methode’: de focus ligt op dividend- en rente-inkomsten en het bestuur laat het vermogen zijn werk doen. Genereren de beleggingen meer inkomsten, dan is er meer uit te geven en als de opbrengsten wat minder zijn, dan keert het vermogensfonds ook minder uit. Zo kon je nog niet zo lang geleden met een portefeuille bestaande uit eersteklas staatsleningen jaarlijks met zekerheid behoorlijke uitgaven doen.

Verschuiving naar alternatieven

In het verleden was dit dus een valide methode. Maar wie een beetje de gang van zaken op de financiële markten volgt, begrijpt dat deze strategie in een tijd van extreem lage rentes niet de meest rendabele is. Eersteklas obligaties die nog een acceptabele vergoeding geven, zijn niet meer te vinden. Dat wordt wel heel erg knijpen om die maatschappelijke impact te creëren. In de afgelopen jaren zien we dan ook een verschuiving naar meer risicovolle beleggingen zoals aandelen maar ook naar vastgoed en grond.

Rust en houvast

Naast de ‘beschikbare cashflow methode’ zie ik klanten die kiezen voor de strategie van ‘total return’. Zij kijken naar het totale rendement dat de beleggingen in de vorm van couponrente, dividend én vermogensgroei opleveren. Een logische keuze als de beleggingen bestaan uit instrumenten die geen of weinig cashflow (meer) genereren. En als er in meer dan alleen obligaties wordt belegd, voorkom je met deze strategie ook dat het vermogen over tijd te veel groeit.

En dan is er nog de zogenoemde ‘potjesstrategie’. Er zijn klanten die de cashflow voor drie, vijf of tien jaar apart zetten op een risicoloze spaarrekening. De rest van het vermogen laten ze vervolgens in alle rust ‘at risk’ renderen. De kritische lezer denkt nu wellicht dat dat geld op die spaarrekening nauwelijks tot niets oplevert. Dat klopt. Maar ik zie hoe deze strategie rust en houvast kan bieden aan vermogensfondsen die vanuit een strak budget redeneren en exact weten wat zij jaarlijks nodig hebben.

Meer wegen naar Rome

Dat brengt me op de conclusie van dit verhaal: een goede of foute vermogensstrategie bestaat niet. Er zijn te veel variabelen om rekening mee te houden. Wat is uw doelstelling? Welke beloning wilt u hebben en tegen welk risico? Hoe gaat u om met de inflatie? En welk uitgavenbudget hanteert u? En dan heb ik het nog niet eens gehad over die andere ongewisse factor: hoe doen de kapitaalmarkten het? Een bewuste keuze voor een specifieke strategie is aan te raden. Iedere klant moet zelf de keuze maken om linksom of rechtsom te gaan. Er leiden meer wegen naar Rome; u bent welkom om over de keuze voor een vermogensstrategie met mij of met uw eigen contactpersoon van gedachten te wisselen.

Wat doet Instituten & Charitas?

Instituten & Charitas bedient binnen ABN AMRO maatschappelijke instellingen. Hierin zijn we marktleider met circa 1.900 maatschappelijke instellingen als klant. Dit zijn onder andere goede doelen, vermogensfondsen, religieuze instellingen en branche- en belangenorganisaties.

Deel deze pagina

Artikel geschreven door:

Profiel foto van Otto Beelaerts van Emmichoven
Otto Beelaerts van Emmichoven Instituten, vermogensfondsen, maatschappelijk vermogen

Otto Beelaerts van Emmichoven heeft na zijn studie Bedrijfsrecht aan de Rijksuniversiteit Leiden functies bij diverse banken doorlopen op het gebied van private banking. In zijn huidige functie van Directeur Instituten & Charitas binnen ABN AMRO MeesPierson combineert hij zijn ruime ervaring als bestuurder van stichtingen en verenigingen met zijn diepgaande expertise op het gebied van financiële advisering.

Vrijblijvend van gedachten wisselen met een specialist?

ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus
Logo of ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus