ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus

Zo ziet de belastingheffing in box 3 eruit in 2018

De belastingheffing in box 3 op basis van een forfaitair rendement blijft voorlopig nog wel even bestaan. Daar ging ook (bijna) iedereen eigenlijk al van uit. Maar nu demissionair staatssecretaris Wiebes (VVD) van Financiën de definitieve forfaitaire rendementen voor 2018 bekendmaakte, weten we het zeker. De uitkomst? De percentages gaan omlaag in 2018. En waarschijnlijk ook in 2019.

Kabinetsformatie

Er verandert dus vooralsnog alleen iets in de hoogte van de rendementen die de Belastingdienst gebruikt om de inkomstenbelasting in box 3 te berekenen op de peildatum 1 januari 2018 en op de peildatum een jaar later. Maar we zitten wel midden in de kabinetsformatie. Dan kan nog alles veranderen. Hieronder de feiten zoals we die nu kennen en enkele achtergronden. Onze analyses volgen later.

Forfaitair rendement

De belastingheffing in box 3 vindt, zoals gezegd, plaats op basis van een forfaitair rendement. Het werkelijk rendement is daarvoor niet van belang. In de periode 2001-2016 hadden we één forfaitair rendementspercentage voor de belastingheffing in box 3, namelijk 4%. Dat was van toepassing op het hele vermogen in box 3. Vermenigvuldigd met het belastingtarief van 30% was de te betalen inkomstenbelasting in box 3 bij dit rendement, uitgedrukt als percentage van het vermogen in box 3 (na aftrek van het heffingvrije vermogen) toen 1,2%.

2017
De rendementspercentages 2,87%, 4,60% en 5,39% (zie Tabel 2.) voor 2017 zijn wel afhankelijk van de omvang van het vermogen in box 3. Er zijn 3 vermogensschijven, zie daarvoor onderstaande tabellen. Vermenigvuldigd met het belastingtarief van 30% is de te betalen inkomstenbelasting in box 3 in 2017 bij deze rendementen, uitgedrukt als percentage van het vermogen in box 3 (na aftrek van het heffingvrije vermogen) in de 3 vermogensschijven respectievelijk 0,86%, 1,38% en 1,62%.

 

2018
Voor 2018 gaan de rendementspercentages omlaag, namelijk naar 2,65%, 4,52% en 5,38% (zie Tabel 3). Vermenigvuldigd met het belastingtarief van 30% is de te betalen inkomstenbelasting in box 3 in 2018 bij deze rendementen, uitgedrukt als percentage van het vermogen in box 3 (na aftrek van het heffingvrije vermogen) in de 3 vermogensschijven dan respectievelijk 0,80%, 1,36% en 1,61%.

Afzonderlijk forfaitair rendement voor sparen én voor beleggen

Bovengenoemde percentages zijn gebaseerd op het forfaitaire rendement voor sparen én het forfaitaire rendement voor beleggen. Die rendementen maakte demissionair staatssecretaris Wiebes onlangs bekend.

Voor het forfaitaire rendement voor sparen is het vijfjarig voortschrijdende gemiddelde van de rentestand op deposito’s van huishoudens met een opzegtermijn van minder dan drie maanden van belang, zoals gepubliceerd door De Nederlandsche Bank. Het rendement op spaargeld wordt jaarlijks aangepast aan de hand van de rente over de periode t-6 tot en met t-2 (jaar t is het belastingjaar). Dus voor 2018 gaat het om de jaren 2012 tot en met 2016. Het forfaitaire rendement voor sparen voor de belastingheffing in box 3 voor 2017 is 1,63%. Voor 2018 daalt dat percentage naar 1,30%. De raming voor 2019 komt uit op 0,89%.

Het forfaitaire rendement voor beleggen is een weging van het forfaitaire rendement voor onroerende zaken, aandelen en obligaties. Het forfaitaire rendement voor beleggen voor de belastingheffing in box 3 voor 2017 is 5,39%. Voor 2018 gaat dat naar 5,38%. De raming voor 2019 komt uit op 5,33%.

Spaardeel en beleggingsdeel binnen box 3-vermogen

De wetgever gaat ervan uit dat we, afhankelijk van de omvang van het box 3-vermogen, een bepaald gedeelte daarvan gebruiken voor sparen en een gedeelte voor beleggen in onroerende zaken, aandelen en obligaties. Ongeacht of dat in werkelijkheid ook zo is. Het gaat namelijk om gemiddelden. Die delen worden toegerekend aan bovengenoemde forfaitaire rendementen. Zie de onderstaande Tabel 1. voor 2017. De bedragen gelden voor een belastingplichtige.

Van het gedeelte van de grondslag dat meer bedraagt dan maar niet meer dan is het spaardeel en het beleggingsdeel
€0 €75.000 67% 33%
€75.000 €975.000 21% 79%
€975.000 0% 100%


Tabel 1. Verhouding sparen en beleggen voor de belastingheffing in box 3 in 2017.

Uit Tabel 1. volgt dat bij een box 3-vermogen tot €75.000 – het heffingvrije vermogen van €25.000 is er al van af – de wetgever ervan uitgaat dat de belastingbetalers 67% van dat vermogen gebruiken voor sparen en 33% voor beleggen in onroerende zaken, aandelen en obligaties. En voor zover het box 3-vermogen uitgaat boven €975.000 gebruiken belastingbetalers dat vermogen voor 100% om te beleggen. De wetgever heeft deze verhoudingen tussen sparen en beleggen gebaseerd op de gegevens in alle belastingaangiften over 2012. Deze verhoudingen staan volgens het Belastingplan 2016 voor 3 jaar vast, daarna volgt een evaluatie. Hieronder in Tabel 2. staan de uitkomsten voor de forfaitaire rendementspercentages in box 3 voor 2017.

2017

Van het gedeelte van de grondslag dat meer bedraagt dan maar niet meer dan is het forfaitaire rendementspercentage in 2017
€0 €75.000 (67% x 1,63%) + (33% x 5,39%) = 2,87%
€75.000 €975.000 (21% x 1,63%) + (79% x 5,39%) = 4,60%
€975.000 5,39%


Tabel 2. Forfaitaire rendementspercentages in box 3 in 2017.

Vooralsnog kunnen we dan ook ervan uitgaan dat die verhoudingen ook voor 2018 gelden. En dan kunnen we de forfaitaire rendementspercentages voor 2018 als volgt berekenen (zie Tabel 3).

2018

Van het gedeelte van de grondslag dat meer bedraagt dan maar niet meer dan is het forfaitaire rendementspercentage in 2018
€0 €75.000 (67% x 1,30%) + (33% x 5,38%) = 2,65%
€75.000 €975.000 (21% x 1,30%) + (79% x 5,38%) = 4,52%
€975.000 5,38%


Tabel 3. Forfaitaire rendementspercentages in box 3 in 2018.

Financiële ruimte

Tegen het eind van de kabinetsformatie, of op Prinsjesdag, zal blijken of het nieuwe kabinet nog financiële ruimte heeft om nog iets te veranderen aan (de percentages voor) box 3. En dan weten we ook of de onderlinge verhoudingen tussen het spaardeel en het beleggingsdeel, die zijn gebaseerd op de gegevens uit 2012, blijven gelden voor 2018. Dat moeten we afwachten.

 

Deel deze pagina

Artikel geschreven door:

Profiel foto van Peter Pleijsant
Peter Pleijsant Fiscaliteit, eigen woning, bedrijfsopvolging

Studeerde Fiscaal Recht in Leiden en werkte als belastingadviseur bij Deloitte. Sinds 2006 werkt hij bij ABN AMRO MeesPierson. Peter Pleijsant houdt zich bezig met nieuwe fiscale wetgeving, woningmarkt problematiek en bedrijfsopvolging.

Van gedachte wisselen met een specialist?

  • Wanneer het u uitkomt
  • Vrijblijvend
  • Persoonlijk
Zo ziet de belastingheffing in box 3 eruit in 2018
4.1/5 score (17 stemmen)
ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus
Logo of ABN AMRO MeesPierson | Financial Focus