Maandag 15 mei 20172 minuten leestijd

Bezitter tweede huis in buitenland de klos? Welnee!

De afgelopen dagen ontving ik diverse ongeruste reacties van mensen die een tweede huis in het buitenland bezitten. Aanleiding hiervoor was een bericht in ’s lands grootste ochtendkrant. Er zou sprake zijn van een onvoorziene strop voor deze groep door de wijzigingen in box 3 per 2017. Maar is de ontstane ophef wel terecht?

Progressieve heffing in box 3

Tot en met 2016 gold er slechts 1 forfaitair rendementspercentage van 4% in box 3, ongeacht de omvang van het totale vermogen. De eerste euro boven het vrijgestelde bedrag – het zogenaamde ‘heffingvrije vermogen’ – werd net zo zwaar belast als de laatste. Sinds 2017 neemt het forfaitaire rendement toe naarmate het vermogen groter is. Het percentage loopt op van 2,87% tot maximaal  5,39% als het vermogen in box 3 boven € 1 miljoen per persoon uitkomt. De heffing in box 3 is hiermee progressief geworden.

Voorkoming dubbele belasting

De (eventuele) inkomsten uit een tweede huis in het buitenland zijn in de regel in het betreffende land onderworpen aan inkomstenbelasting. Dat is voor Nederland voldoende om op verzoek een vermindering van box 3-heffing te geven. Ook als men de woning niet verhuurt en geen inkomstenbelasting in het buitenland hoeft te betalen.

Vrijstelling met progressievoorbehoud

Bij de voorkoming van dubbele inkomstenbelasting over een tweede huis in het buitenland kijkt men naar het aan het buitenlandse huis (min eventuele schulden) toe te rekenen deel van de box 3-heffing. De methode die Nederland daarbij toepast heet in fiscaal vakjargon ‘vrijstelling met progressievoorbehoud’. Dat gaf in het verleden altijd dezelfde uitkomst. Omdat de heffing niet progressief was. Vanaf 2017 ligt dat dus anders.

Vermogen gelijkmatig verspreid

De vraag is welk deel van de box 3-belasting aan het buitenlandse huis toe te rekenen is. Wie in zijn eigen voordeel redeneert, zal stellen dat de laatste euro’s van het vermogen in de buitenlandse woning zitten. De laatste euro’s worden in het nieuwe stelsel immers zwaarder belast dan de eerste. Maar men zou net zo goed kunnen beargumenteren dat het de eerste euro’s zijn waarmee de buitenlandse woning is gefinancierd. De methode die de Belastingdienst hanteert gaat ervan uit dat het vermogen in de buitenlandse woning gelijkmatig verspreid zit over het totale vermogen.

Belastingvermindering procentueel gelijk

Een voorbeeld maakt duidelijk dat de vermindering van box 3-belasting procentueel niet is veranderd. Stel iemand bezit een buitenlandse woning met een waarde van € 500.000. En samen met het overige vermogen komt de belastbare grondslag na aftrek van het heffingvrije vermogen uit op € 1.500.000, zowel in 2017 als in 2016. De vermindering van belasting komt in dat geval in beide gevallen op een derde deel van de te berekenen belasting vóór de vermindering. Als men het zo bekijkt, is de bezitter van een tweede huis in het buitenland dus niet slechter af door de gewijzigde heffing in box 3.

2016 2017
Grondslag sparen en beleggen 1.500.000 1.500.000
waarvan buitenlands vermogen 500.000 500.000
Forfaitair inkomen 60.000 71.850
waarvan over buitenlands vermogen 20.000 23.950
Belasting box 3 vóór vermindering 18.000 21.555
vermindering belasting 6.000 7.185
procentuele vermindering 33,33% 33,33%

 

 

Lees ook:

Tweede woning in het buitenland

De belangrijkste financiële en fiscale gevolgen van een tweede huis over de grens

Bezitter tweede huis in buitenland de klos? Welnee!

Beoordeel dit artikel met een waardering tussen de 1 en 5 sterren

4.64/5 (22 stemmen)

Door onze specialist:

RENÉ BRUEL | DGA en BV, internationale belastingen

René Bruel studeerde Bedrijfseconomie aan de Universiteit van Tilburg en voltooide de Masteropleiding Financial Planning aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkt sinds 1993 binnen de Private Banking tak van de bank. Binnen het Kenniscentrum Vermogensadvies & Beleggen houdt hij zich onder andere bezig met internationale vraagstukken op het gebied van vermogensstructurering en estate planning. En de fiscaliteiten rondom de DGA en zijn BV.

Van gedachte wisselen met een specialist?