Direct naar content

Fiscaal partners mogen bepaalde inkomensbestanddelen en aftrekposten in een voor hen gunstige verhouding onderling verdelen bij de aangifte inkomstenbelasting. Logische gedachte lijkt dan dat het voor tweeverdieners gunstig is om de hypotheekrenteaftrek zo veel mogelijk in aanmerking te nemen bij de partner bij wie (de top van) het inkomen belast wordt tegen het hoogste tarief in box 1 van 49,5%. Lange tijd was dat ook altijd voordelig. Maar inmiddels is dat in veel gevallen niet meer zo. Even opletten dus, wanneer u de aangifte inkomstenbelasting over 2021 in gaat vullen!

Fiscaal partnerschap biedt keuzevrijheid

Fiscaal partners – onder andere gehuwden, maar bijvoorbeeld ook samenwoners die samen een eigen huis bezitten – mogen bepaalde inkomensbestanddelen en aftrekposten in een voor hen gunstige verhouding onderling verdelen bij de aangifte inkomstenbelasting. Bijvoorbeeld het gezamenlijke vermogen in box 3. Maar ook het belastbare inkomen uit eigen woning (‘hypotheekrenteaftrek’) en persoonsgebonden aftrekposten, zoals aftrekbare zorgkosten en aftrekbare giften.

Beperking hypotheekrenteaftrek hoge inkomens

Vanaf 2014 is het effectieve fiscale voordeel van de hypotheekrenteaftrek in de hoogste tariefschijf in box 1 lager dan het tabeltarief (destijds nog 52%; inmiddels 49,5%). Het maximale voordeel daalde aanvankelijk nog met stapjes van 0,5%-punt per jaar. Sinds 2020 daalt het versneld verder met 3%-punten per jaar (2021: 43%), tot het vanaf 2023 gelijk zal zijn aan het basistarief in box 1 van circa 37%. Dit geldt voor mensen met een box 1-inkomen boven € 68.507 (2021). Over de bijtelling van het eigenwoningforfait betaalt men het tabeltarief van maximaal 49,5%. Maar het fiscale voordeel van de hypotheekrente die hierop in aftrek komt bedraagt nog maar maximaal 43% (2021).  Dat levert in bepaalde gevallen in eerste instantie nog wel meer fiscaal voordeel op dan wanneer de rente bij de partner met het lagere inkomen in mindering wordt gebracht. Maar een hogere (inkomensafhankelijke) Algemene Heffingskorting bij de partner met het lagere inkomen kan de balans dan toch naar de andere kant laten doorslaan.

Tweeverdieners met scheve inkomensverdeling

Hebben beide partners een box 1-inkomen dat beneden € 68.507 ligt of verdienen beide partners juist meer dan dat bedrag? Dan maakt het feitelijk niet uit bij wie de hypotheekrenteaftrek in de aangifte wordt opgenomen. Gesteld dat de renteaftrek volledig in dezelfde inkomensschijf valt. Maar als de ene partner een inkomen boven € 68.507 heeft en de andere partner onder deze grens blijft, kunnen opmerkelijke uitkomsten ontstaan.

Hogere Algemene Heffingskorting

Verlaagt het negatieve saldo het box 1-inkomen bij de minst verdienende partner tussen € 21.043 en € 68.507? Dan leidt dat in 2021 tot zo’n 6% meer heffingskorting over het negatieve saldo. Na het bereiken van de AOW-leeftijd is dat ongeveer 3,1%.

Voorbeeld 1:

Partners A en B hebben de AOW-leeftijd nog niet bereikt. En bezitten samen een eigen huis met een WOZ-waarde van € 600.000. De bijtelling van het eigenwoningforfait komt in 2021 voor hen op 0,5% ofwel € 3.000. Zij hebben € 8.000 aftrekbare hypotheekrente betaald in 2021. Het negatieve saldo komt op – € 5.000. Hun overige inkomens in box 1 bedragen respectievelijk € 40.000 en € 80.000.

Wat is het gevolg als partner A met het lagere inkomen de ‘inkomsten uit eigen woning’ volledig in de aangifte opneemt? A betaalt 37,1% inkomstenbelasting over het eigenwoningforfait. En krijgt ook een belastingvermindering van 37,1% over de aftrek van het rentebedrag. Per saldo een fiscaal voordeel van € 1.855. Maar omdat het belastbaar inkomen van A per saldo wordt verlaagd met € 5.000, krijgt A ook 5,977% extra Algemene Heffingskorting over dit saldo, ofwel bijna € 300. Het totale belastingvoordeel komt voor A zo op € 2.154.

Als partner B met het hogere inkomen de inkomsten uit eigen woning volledig in aanmerking zou nemen, betaalt deze 49,5% over het eigenwoningforfait. Maar bedraagt de belastingvermindering slechts 43% over de aftrekbare rente. Per saldo komt het fiscale voordeel op € 1.955. Omdat het inkomen van B ruim boven € 68.507 ligt, blijft de Algemene Heffingskorting voor B nihil.

Conclusie: in aanmerking nemen van de hypotheekrenteaftrek bij partner A met het lagere inkomen levert zo’n € 200 meer voordeel op.

Voorbeeld 2:

Partners X en Y zijn beiden met pensioen en hebben de AOW-leeftijd bereikt. Hun eigen huis heeft een WOZ-waarde van € 1.500.000. De bijtelling van het eigenwoningforfait komt in 2021 voor hen op € 14.715 (0,5% over deel tot € 1.110.000 plus 2,35% over meerdere). Zij hebben € 16.000 hypotheekrente betaald in 2021. Het negatieve saldo komt op – € 1.285. Hun overige inkomens in box 1 bedragen respectievelijk € 40.000 en € 80.000.

Als partner X met het lagere inkomen de hypotheekrente volledig in de aangifte opneemt, komt de belastingvermindering over de hypotheekrente € 477 hoger uit dan de te betalen belasting over het eigenwoningforfait. Aftrek bij partner Y met het hogere inkomen levert zelfs een negatief saldo op van – € 403! Een verschil van € 880. Het verschil wordt zelfs nog iets groter, want A krijgt ook nog 3,007% x € 1.285 = € 39 meer heffingskorting. Hierdoor komt het voordeel van aftrek van de hypotheekrente bij partner A met het lagere inkomen in dit geval op meer dan € 900.

Conclusie

Wat vroeger een vanzelfsprekendheid was, is allang niet meer zo vanzelfsprekend. Hebt u een fiscaal partner en zijn de inkomens van u beiden scheef verdeeld? Dan loont het de moeite om bij het invullen van uw aangifte inkomstenbelasting te (laten) controleren bij welke partner aangifte van de inkomsten uit eigen woning het meeste voordeel oplevert.

Heeft u een vraag over dit artikel?

De specialisten van ABN AMRO MeesPierson komen graag met u in contact.